skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

Boze Buren, geen Rijdende Rechter

Het is een kwestie waarbij de Rijdende Rechter zijn vingers zou aflikken. Twee buren in Oeffelt die ruziƫn over een perceelsgrens, daarbij dreigend rondlopen met een jachtgeweer en uiteindelijk een politieman betichten van partijdigheid. Maar ja, we schrijven 1965, precies dertig jaar verwijderd van de helpende hand van de tv-held. En dus leidde de vete uiteindelijk tot boze brieven naar de toenmalige Minister van Justitie, Samkalden.

Het verhaal begint in 1963 als een 54-jarige Nijmeegs administrateur H.F.J. op de Hogehoek in Oeffelt gaat wonen. Al snel krijgt hij ruzie met buurman G., landbouwer van beroep en in het dorp bekend als een ‘wat ongemakkelijke heer’. Het gaat over de precieze grens tussen hun percelen.

De ruzie escaleert en buurman G. duikt op met een jachtgeweer om zijn standpunt te onderstrepen. Maar buurman J. laat zich niet intimideren. Ondertussen probeert de burgemeester tevergeefs de rust te herstellen. Ook wachtmeester Verhoek weet blindelings de weg naar de Hogehoek te vinden. “De politieman kreeg het langzamerhand zo druk met de controverse dat hij de dag verwenste dat hij als postcommandant naar Oeffelt was gepromoveerd”, schrijft De Volkskrant op 26 november 1965, want ook de landelijke pers heeft dan de dorpsvete ontdekt.

Dan krijgt de affaire een nieuwe wending. Buurman J. dient bij Justitie een klacht in tegen de politieman, omdat Verhoek niet objectief te werk zou gaan. Volgens J. zou de agent een zwak hebben voor de mooie ogen van de dochter van buurman G. Dat laat hij het hele dorp weten door zondags voor de Hoogmis briefjes op het kerkelijke aanplakbord te prikken met dubbelzinnige rijmpjes: “Steunt het wettig gezag met liefde, het is vaak zo gelegen, de een die komt de ander tegen”. Raadsels voor buitenstaanders, maar de dorpsbewoners weten genoeg. Na ongeveer het dertigste briefje vindt de agent het wel genoeg en dient hij een aanklacht in tegen de administrateur.

Twee rijksrechercheurs uit Den Bosch krijgen het dossier op hun tafel. “Justitie noch recherche hebben kennelijk de geringste aanwijzing dat de gelukkig gehuwde politieman, met vier schatten van kinderen, ooit maar een oogje aan de dochter van G. zou hebben gewaagd”, meent De Volkskrant. Zodra hij enkele dagen later opnieuw een briefje bij de kerk ophangt, wordt J. aangehouden. Pas als hij de rechter-commissaris in Den Bosch belooft zijn plakwerkzaamheden achterwege te laten, mag-ie weer gaan. Thuis schrijft J. een boze brief naar de Minister van Justitie, omdat hij onder dwang een belofte heeft moeten afleggen.

Dezelfde minister ontvangt niet veel later nóg een brief uit Oeffelt: dertig buurtgenoten maken hun ongenoegen kenbaar over de manier waarop J. is gearresteerd. In het dorp praat inmiddels niemand meer over iets anders. In De Gelderlander van 4 december staat een korte oproep:

Mag de Sint, heel in het kort,

Dit wensen op het Oeffelts aanplakbord:

Het eind is zoek

Als er geen rust komt op de Hogehoek

Het duurt nog enkele jaren, maar uiteindelijk keert de rust weer. Buurman J. – inmiddels ook gebrouilleerd met burgemeester Stuij – vertrekt. De mooie dochter trouwt, maar niet met de politieman. En Oeffelt haalt opgelucht adem.

Reacties (2)

Alwin Verhoek zei op 21 juli 2009 om 20:38
Er zit een onwaarheid in het verhaal dat overigens levendig de situatie van toen weergeeft! We waren thuis maar met zijn tweeen zover mijn broer en ik kunnen nagaan!

Met vriendelijke groeten,

Alwin Verhoek
Annemarie van Geloven, namens BHIC bhic zei op 22 juli 2009 om 14:51
Hartelijk dank voor uw spontane reactie. Door uw humoristische understatement is eindelijk na bijna 45 jaar het artikel in de Volkskrant van 26-11-1965 gerectificeerd: geen vier, maar twee 'schatten van kinderen'.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!