skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

De brand bij opa

Familiegeschiedenis wordt pas leuk als je gebeurtenissen tegenkomt, die naast de data van geboorten, huwelijken en overlijden, die gegevens wat “opleuken”. In veel gevallen zijn dat processen, erfenissen en dergelijke, maar soms treurige gebeurtenissen zoals ongevallen en brand.

Grote branden

Was er in Nieuwkuijk al in juni 1746 een groot deel van het dorp afgebrand, deze ellende deed zich later nog verschillende malen voor, maar gelukkig niet meer zo grootschalig, .

Op 18 mei 1914 brak er brand uit in het huis van bakker De Jong. Omdat de brand snel oversloeg op andere woningen werden twaalf boerderijen, drie pakhuizen, zes schuren en een aantal hooimijten totaal verwoest.

De ravage na de brand in 1914 (bron: Katholieke Illustratie van 30 mei 1914; Streekarchief Langstraat Heusden Altena, fotonummer VLM00113)
De ravage na de brand in 1914 (bron: Katholieke Illustratie van 30 mei 1914; Streekarchief Langstraat Heusden Altena, fotonummer VLM00113)

De brand in 1939

In juni 1939 was het weer raak. Op donderdagmorgen 8 juni wordt de brandklok in Nieuwkuijk geluid. In de boerderij van mijn opa Jan van Son was brand ontstaan en dikke rookwolken waren al van ver te zien. Door langdurige droogte en een felle oostenwind stond de boerderij al snel geheel in brand. De opgetrommelde brandweer uit Nieuwkuijk, Vlijmen, Haarsteeg en Drunen stond machteloos tegenover deze vuurzee.

Ook het naastliggende pand van bloemist Bart van Wees (eigendom van Giel Mostermans) stond al snel in brand. Uit beide woningen kon niks gered worden. Triest voor mijn oom Jos van Son, zijn racefiets viel eveneens ten prooi aan de vlammen. Dit was gelijk het einde van zijn wielercarrière, want geld voor een nieuwe fiets zat er voorlopig niet in.

De mensen die naar de brand kwamen kijken probeerden zo goed als mogelijk de inboedel van de naast liggende huizen te redden, want de volgende grote boerderij van Evert de Gouw (zwager van mijn opa) stond ook al in brand. De vlammen sloegen volgens een verslag uit de krant wel 30 meter hoog de lucht in.

Inmiddels was de brandweer uit Den Bosch verschenen om assistentie te verlenen. Voor de boerderij van Dorus Mostermans was dit echter te laat, ook die boerderij moest eraan geloven en brandde geheel tot de grond toe af. Het vuur had inmiddels alweer enkele andere prooien gevonden aan de overkant van de weg. Het huis met schuur van Adriaan Loef brandde geheel af, net als de boerderij waar Bergmans woonde (eigenaar Jan van Hulten), die ook nagenoeg geheel door het vuur en het bluswater verwoest werd.

Verder gingen nog twee schuren van Frans Koolen en een schuur van Piet Profittlich verloren. Hun woningen hadden een pannendak en bleven daardoor van een verdere ramp bespaard. Door een rij hoge taxusbomen en een kolossale kastanjeboom die naast de boerderij van Frans van den Brand (nu de woning van dr. Versteeg) stonden werd het vuur hier enigszins gestuit. Doordat brandweerman Emiel Daems, beter bekend als "Miel de Smid", zich achter de dikke stam van de kastanjeboom kon opstellen bij het blussen wist hij de brand te stuiten. Hij moest zichzelf in verband met de enorme hitte regelmatig natspuiten. Hij heeft Frans v.d. Brand toegeschreeuwd "Brand nie mèr af zulle" (Miel was een gevluchte Belgische militair, die werkte bij smederij Van den Oord).

De burgemeester van Vlijmen had de leiding over de bluswerkzaamheden en hij zorgde voor een sectie militairen om na het blussen de muren omver te halen. Veldwachter Van der Sanden zorgde dat het talrijke publiek op afstand bleef. Volgens het krantenbericht waren nagenoeg alle gedupeerden verzekerd bij de NCB. 

De ravage na de brand (collectie Bert Meijs)
De ravage na de brand (collectie Bert Meijs)

Nieuwbouw

De afgebrande boerderijen werden al snel vervangen door nieuwbouw. Enkele jaren later raakten de boerderijen van mijn opa en zijn zwager Evert de Gouw weer flink beschadigd bij de beschietingen tijdens de bevrijding in november 1944. De nieuwe boerderijen van Mostermans en Loef die werden gebouwd zijn identiek aan elkaar, zoals nu nog steeds te zien is.

Nortonputten

De professionele Bossche brandweer wilde bij aankomst weten waar zij water uit moesten pompen. Zij hadden een zuig-perspomp tot hun beschikking, waar zes slangen op aangesloten konden worden. Er werd hun een putje aangewezen niet ver van de brandhaard, ongeveer ter tegenover het huidige Café Den Bork. De waarnemend opperbrandmeester moest lachen om het, voor hem, onbeduidende kleine putje. Dit was een totaal verkeerde inschatting: het kleine putje was een zogenaamde Nortonput. Een inwoner zei: “Laat de slang hier maar rustig inzakken, want jullie krijgen 'm nooit leeg.”

De ravage na de brand (collectie Bert Meijs)
De ravage na de brand (collectie Bert Meijs)

Bij het nablussen hebben ze op volle kracht werkend nog geprobeerd de put droog te pompen, maar tot hun grote verbazing bleef het waterpeil praktisch gelijk. Zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt en ze gaven later volmondig toe dat er in heel Den Bosch dergelijke putten niet te vinden waren.

Mostermans is, ondanks sterk afraden van de brandweer, nog in zijn volop brandende huis geweest. Zijn belangrijkste beweegreden was om te kijken of alle papieren en het geld van de diverse verzekeringen, waar hij secretaris-penningmeester van was, uit het huis waren gered. Hij was nauwelijks buiten of het dak stortte in en hij ontsnapte ternauwernood aan een waarschijnlijke dood.

Door pastoor Becx werd direct een hulpcomité opgericht om hulp te bieden aan de gedupeerden. Al enkele dagen later wist de krant te melden dat er al 51 gulden bij de krant was binnengekomen en bij een collecte in het dorp werd 210 gulden ingezameld.

De hier boven genoemde Nortonputten werden in 1928 in opdracht van de toenmalige gemeente Nieuwkuijk aangelegd door de fa. Baarsma en Co uit Utrecht, waaruit volgens de offerte ieder uur 40.000 liter water gepompt kon worden. Er werden er uiteindelijk vier aangelegd: drie in Nieuwkuijk en één in de Hoeven te Haarsteeg (toen gemeente Nieuwkuijk). Zichtbaar ligt er nog een put langs de “hoge pad”, vlakbij het patronaat. De andere twee liggen/lagen volgens mij tegenover café Den Bork en de Van Schuppenstraat.

Reacties (1)

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 3 november 2022 om 14:34
Wat een pech hebben ze in Nieuwkuijk in het verleden gehad met al die branden! Hartelijk dank voor het delen van dit verhaal, Bert. Hierdoor gaat familiegeschiedenis zeker meer leven.

En heel interessant, die informatie over de Nortonputten. Toch een klein gelukje dat ze zulke putten in Nieuwkuijk hadden.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.