skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

De Commissaris van de Koningin over Hooge en Lage Zwaluwe

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 31 maart 2009
bijgewerkt op 3 augustus 2018
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Hooge en Lage Zwaluwe te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Hooge- en Lage-Zwaluwe

Den 30sten Mei 1896 bezocht ik deze gemeente. Van Terheijden reed ik over Zevenbergschen Hoek en Lage-Zwaluwe naar Hooge-Zwaluwe. Te Lage-Zwaluwe had men mij blijkbaar niet verwacht; behalve bij den wethouder Van Ginneken, hing er nergens een vlag; zelfs niet aan de Roomsche kerk of aan de pastorie in het “Plantsoen”. Op het rijk met groen en bloemen versierde Raadhuis vond ik B. en W. Met hen onderhield ik mij tot het uur mijner audientie.

Op mijne audientie verschenen de Roomsche geestelijkheid uit Hooge- en die uit Lage-Zwaluwe, benevens twee hoofden van openbare scholen. Ik hoorde vele klachten over den slechten toestand van de haven te Lage-Zwaluwe; de Zonzeelsche polder wordt, door den Staat, de gemeente Zwaluwe en den Nieuwen Zwaluwenpolder in rechten aangesproken, om tot het in orde brengen gedwongen te worden; men vreesde, dat een uitspraak des rechters zich lang zou laten wachten, en dat middelerwijl de bewoners van Zwaluwe het groote ongerief, dat die haven niet in orde is, zouden blijven gevoelen.

Verder klaagde men over het onvoldoende onderhoud van den zuidelijken oever van den Amer, tusschen het stoomgemaal van den nieuwen Zwaluwepolder en de schutsluis van Schuddebeurs. Men meende, dat die oever veel afnam, sinds de nieuwe Maasmond gegraven was; sinds dien tijd was, naar men meende, de vloed veel sterker. Met B. en W. deed ik eene wandeling door de gemeente, en bezocht ik dat gedeelte, dat in 1895 zoo vreeselijk door den brand geteisterd was. Grootendeels was alles weer opgebouwd. Vreemd moet het heeten, dat, waar de brand in 1895 zoo’n geweldigen omvang kreeg, ten gevolge van het gedekt zijn der meeste huizen en schuren met rieten daken, de Burgemeester het in den Raad niet gedaan heeft kunnen krijgen, dat de op te bouwen woningen krachtens politieverordening niet meer met riet zouden mogen gedekt. De boeren beweren, dat onder pannendak, riet en stroo erg verrot.

Er heerscht eene groote rivaliteit tusschen Hooge- en Lage-Zwaluwe. Te Hooge-Zwaluwe staat het Raadhuis, terwijl Lage-Zwaluwe (verrreweg het talrijkst bevolkt) het centrum der gemeente is. Hoewel op de administratie van den secretaris zoowel als op die van den ontvanger enkele kleinere opmerkingen te maken waren, liet hunne administratie over het algemeen toch weinig te wenschen over.

 Landschap met koeien in lage Zwaluwe, 1938 (500424, RAT) Landschap met koeien in lage Zwaluwe, 1938 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Den 18 October 1901 kwam ik weer in de gemeente; langs den Blommendaalschen zeedijk, die zeer slecht was ten gevolge van het vele vervoer van bieten, reed ik van den Zevenbergschen hoek over Blauwe Sluis, Plantsoen en Gaete naar Hooge Zwaluwe, alwaar ik op het Raadhuis hetzelfde Dagelijksch Bestuur aantrof als in 1896. Ik moest weer veel hooren over al de ongerechtigheden van het bestuur van den Grooten Zonzeelschen polder; ik kreeg den indruk, dat die klachten wel ten deele gegrond konden zijn, maar dat er toch ook wel gekrenkte eigenliefde bij kwam, en dat de gemeente dingen vroeg, die minder het bijzondere belang van de gemeente raakten.

Ik merkte aan de Heeren een en ander op, en raadde hen aan, om toch wat inschikkelijk te zijn, en niet altijd het onderste uit de kan te willen hebben; ik geloof, dat mijne woorden in goede aarde vielen, en dat nu, bij eenige tegemoetkoming van de zijde van Groot Zonzeel, de zaak in der minne tot aller genoegen kan geregeld worden. De eisch der gemeente, dat er aan de Gaetsche sluis vloeddeuren komen, vind ik zeer gegrond.

Op mijne audientie verscheen alleen notaris Ruyssenaers, sinds 1896 in deze gemeente notaris; hij kwam toen uit Maastricht en heeft eene Limburgsche vrouw. Hij klaagde, dat zijne vrouw niet tegen het klimaat kon, en vroeg om die reden verplaatsing. Hooge Zwaluwe met Helkant heeft 1.000 zielen; Lage Zwaluwe met Plantsoen 2.500; Moerdijk 800. Er bestaat nog steeds veel rivaliteit tusschen Hooge en Lage Zwaluwe; de beide wethouders wonen te Lage Zwaluwe.

De gemeente heeft pas een nieuwe brandspuit gekocht voor Moerdijk; daar stond er vroeger een, die gemaakt was door een smid te Zevenbergschen Hoek!

In 1891 kwam Mr. Bondam te Zwaluwe om het archief te regelen; hij bracht 5 ledige kisten mede, pakte er 3 vol en nam die voorloopig mede. Hij zou terug komen en het archief onderzoeken, dat nog op zolder stond. In afwachting bleven 2 ledige kisten onder in het raadhuis staan. Mr. Bondam kwam nog niet weer terug. Hij had beloofd een catalogus te maken van wat er was en wat hij meenam; hij werd later nog aan die belofte herinnerd, tot nu toe loste hij zijn woord nog niet in.

B. en W. bepleitten sterk het belang van den aanleg van een vluchthaven te Lage Zwaluwe; dat is van zóó algemeen belang, dat het Rijk daarvoor moest zorgen. Er schijnt zéér veel typhus te heerschen in Zwaluwe; de oorzaak wordt gezocht in het gebrek aan goed drinkwater; wethouder Dubbelman bepleitte den aanleg van eene drinkwaterleiding, al moest dat ook f. 50.000 kosten!

Den 27 April 1905 kwam ik weer in Zwaluwe. Vanuit Roosendaal ging ik per trein naar Zevenbergen. Na deze laatste gemeente bezocht ik nog Zwaluwe en Made; vandaar ging ik per trein naar Waalwijk, waar ik ’s nachts bleef. De betrekkelijk geringe welvaart van de bevolking wordt historisch verklaard door de ligging van de gemeente tegenover Holland; bij het doortrekken van krijgsvolk had men veel van het krijgsvolk te lijden, door oorlogsschatting, door inkwartiering enz. Dat kwam herhaaldelijk voor, en daardoor verarmde op den duur de bevolking.

Het domein zal ± 1.000 H.A. grond hebben; terwijl indertijd al die gronden tegen behoorlijke prijzen ondershands verpacht waren, trachtte in 1886 de rentmeester Van Beusekom nog hoogere prijzen te maken door eene publieke verpachting; hij bediende zich daarbij van oneerlijke middelen; door onderkruipers liet hij eerst stukken uit de hand pachten, om de zaak voor te bereiden. Het eind was een halven opstand; tusschen marechaussees werd v. Beusekom weggeleid, men stond hem naar het leven. v. Beusekom werd verplaatst, en sinds wordt alles weer ondershands verpacht door den bedaarsten en geschikten rentmeester Groeneveld. Het geheele bezit van het Kroondomein bestaat uit los land; er is slechts ééne hoeve.

Men klaagt zeer over het inschuren van den zuidelijken Ameroever; vóór den dijk had domein veel voorland; door domein geabondoneerd. Het water staat thans voor den dijk; met cementbeton werd in de laatste jaren de dijk verdedigd; op sommige plaatsen in de buurt van Moerdijk 6 M. hoog. Behalve het lichaam van den dijk moet echter ook de voet verdedigd worden, en daarvoor heeft men geen geld. De wegen Gaete-Plantsoen-Groenendijk, en Gaete-Lage Zwaluwe werden vroeger door domein onderhouden; in 1886 werden ze aan de gemeente overgedragen. Gemeente kreeg van domein f. 16.800 toe. De verharding werd door gemeente aanbesteed voor f. 28.000, waarin Provincie f. 7.000 bijdroeg. Aan het onderhoud van die wegen heeft gemeente een strop; de onderhoudslast gaat de finantieele draagkracht van gemeente te boven.

De meerderheid der inwoners is Katholiek; de meerderheid der kiezers is Protestant. Tot 1899 waren er 5 Katholieke raadsleden; toen traden er 4 raadsleden af, van wie twee Katholieken. Deze stelden toen 4 Roomschen voor de vier Raadszetels, met het ongewilde gevolg, dat ze alle 4 vielen, en de verhouding thans nog is 3 tegen 8. De wethouder v. Ginneken, die zelf Roomsch is, veroordeelde de handelwijze der katholieken in 1899 met scherpe bewoordingen. De beide wethouders: v. Ginneken, die landbouwer is en op Groenendijk woont, en Den Engelse, de dijkgraaf van den Royalen polder, maakten op mij een goeden indruk, beter dan de burgemeester v. Heeckeren, die mij een erg bekrompen man schijnt, en die weinig oog schijnt te hebben voor materieele belangen van de gemeente.

De tegenstrijdige belangen van Hooge en van Lage Zwaluwe spelen daarbij mede een rol. Zoo kan de gemeente de haven te Lage Zwaluwe van het domein terugkrijgen; de burgemeester is daartegen, omdat er dan eenige kosten zouden moeten gemaakt worden, terwijl Hooge Zwaluwe daarvan weinig voordeel zou hebben. Als de burgemeester op die manier kleinzielig voorgaat, volgt de meerderheid hem natuurlijk gaarne. Vooral omdat gemeente geen draagkracht heeft en zwaar belast is (de opcenten personeel moesten korts nog met 20 verhoogd worden, terwijl de hoofd. omslag reeds f. 4.000 bedraagt) worden er geene andere dan alleen de hoogst noodzakelijke uitgaven gedaan. Naar ik geloof, bedriegt hier de zuinigheid dikwijls de wijsheid.

 Ansichtkaart met vijf dorpsgezichten en de tekst: Groete (sic) uit Lage Zwaluwe. 1908 (89639, RAT) Ansichtkaart met vijf dorpsgezichten, 1908 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Den 5 Mei 1908 kwam ik weer in Zwaluwe. Audientie verleend aan Vos en aan François; beide kwamen klagen omdat zij waterbezwaar ondervonden door het ophoogen van het terrein door hun buurman, of door het wegbreken van een goot door id. Ik verwees hen naar B. en W. François klaagde bovendien over zijn aanslag in den hoofdelijken omslag; hem den weg gewezen om te reclameeren. Bij verkiezingen wordt niet met drank gewerkt; raadsleden wonen goed over de gemeente verdeeld.

Zoowel te Moerdijk als te Lage Zwaluwe is geen goed drinkwater; men laat water uit den Amer of uit het Hollandsch Diep in; door de zorgeloosheid en de onzindelijkheid der bewoners wordt dat water sterk verontreinigd. Als er geen besmettelijke ziekten, als typhus en derg. heerschen, dan verdragen de bewoners – schippers, visschers en derg. – geen opmerkingen van B. en W. dienaangaande.

Wethouder Den Engelse – die een zeer goeden indruk maakt – vraagt steun bij zijn adres aan de Regeering om voorzieningen tegen het inschuren van den Amer in den Zeedijk. Die dijk is wel van boven voorzien, maar de voet spoelt weg; er staat thans 18 M. water voor. Hij vraagt om een pr groote kribben, met zandaanvulling daartusschen. Komen die niet, dan is een zeebraak ten slotte niet te keeren, en is de ellende niet te overzien. Hem gevraagd, om zich tot Gedep. Stat. te wenden. Hij klaagt bovendien over de toenemende onveiligheid, vooral over de vele diefstallen in den afgeloopen winter; hij wijt die aan de bewoners van St. Willebrord. Verscherpt politietoezicht zal wel het eenige zijn, wat men daartegen kan doen.

Den 30 April 1912 kwam ik weer in de gemeente; later bezocht ik nog Made; ik maakte den tocht van uit den Bosch. Niemand meldde zich aan voor de audientie. Wethouder Van Ginneken was niet verschenen. Wethouder Vos werd in 1911 als zoodanig benoemd; hij woont aan Moerdijk. Hij is een krasse oude heer van 81 jaren, met wien zeer goed te praten valt. Omtrent de materieele belangen is hij zeer goed op de hoogte. Vrij wat beter dan de burgemeester.

De burgemeester-secretaris Van Heeckeren wordt oud; hij gaat vooral op in het administratieve gedeelte van zijn werkkring. Een flink bevorderen van de materieele belangen der gemeente is van hem niet meer te wachten. Hij is vóór alles zuinig, en klaagt over alles, wat uitgaven medebrengt. Hij is nu 70 jaar en moet in 1913 herbenoemd worden; hij hoopt maar, dat tevoren de Rijkspensioenwet voor de gemeente-ambtenaren er moge zijn.

Het veer Moerdijk-Willemsdorp is dezer dagen geopend; de burgemeester vreest, dat daardoor meer last van landloopers, woonwagens enz. in de gemeente zal ondervonden worden; doordat dit volkje vroeger per spoor moest komen, had men, voor zooverre zij van de Zuid Hollandsche zijde moesten komen, van hen weinig last; in 1911 moest burgemeester 330 landloopers aan een spoorkaartje helpen van Zwaluwe naar Willemsdorp.

In Zwaluwe woont eene vrij talrijke visschersbevolking; te Moerdijk is eene groote vluchthaven door het Rijk aangelegd; verder zijn er havens te Lage Zwaluwe en te Hooge Zwaluwe. Ongeveer 70 visschers zullen in de visscherij hun bestaan vinden; zij visschen hoofdzakelijk op spiering en paling. De paling, die hier gevangen wordt, weegt tot 2 pond. In een bepaald gedeelte van het jaar, ik meen in het najaar, gaat een gedeelte van de visschers den Rijn op, zelfs tot Keulen toe, om paling te vangen. Die paling komt dan de rivier af, en weegt zeer zwaar; zeven en acht pond is geene zeldzaamheid.

Pastorie; Kerkezaaltje. Gebouwd in 1787, foto u9it 1987 (PNB001038047, BHIC) Pastorie en kerkezaaltje Lage Zwaluwe, gebouwd in 1787, foto uit 1987 (bron: Provincie Noord-Brabant/ BHIC)

De goede verhouding tusschen Roomsch en Protestant is thans hersteld; er zijn thans 5 Roomsche raadsleden. Men klaagt over den invloed van het domein; het is staatsdomein en staat onder beheer van Groeneveld te Breda. Het domein wil voortdurend allerlei van zich afschuiven, en op de gemeente brengen; de invloed van den Rentmeester op de Raadsleden is zoo groot, dat hij dikwijls in zijn opzet slaagt. Als er heel geen domein gronden in Zwaluwe lagen, zou de gemeente er beter aan toe zijn.

Gedwongen winkelnering bij het raadslid Mercx, klompenmaker te Helkant; hij werkt met 28 knechts. Aan de Moerdijk is een groot pensionnaat gekomen, voor 200 pensionnaires; ik meen van zusters in de Postelstraat. Gemeente bouwde te Moerdijk eene verpleegkamer = ziekenbarak; alles moet er voortreffelijk in orde zijn; alleen heeft men geen verplegers of verpleegsters, wanneer er zieken verpleegd moeten worden!

Den 4den Augustus 1917 kwam ik weer in Zwaluwe; later ging ik nog naar Made en Geertruidenberg. Ik vond een geheel vernieuwd Dagelijksch Bestuur; ook de geest, die er thans heerscht, is eene geheel andere. Terwijl B. en W. steeds, en ook nog in 1912 klaagden over niet kunnen rondkomen, over armoede van de gemeente enz., gaat men thans van grootsche plannen zwanger, en wil men zelfs twee polders (Kwistgeld en Prinses Louise polder) aankoopen en bevorderen, dat zich daar industrie, bijv. een hoogovenbedrijf vestigt; men meende daarmede in hooge mate de belangen van het toch reeds sterk vooruitgaande Lage Zwaluwe te bevorderen.

Een spoorwegraccordement vanaf het station Lage Zwaluwe zou ± 4 K.M. lang moeten zijn; het zou niet zoo heel kostbaar behoeven te zijn, omdat het grootendeels zou loopen over gronden van het Domein, welke gronden voor dat doel vermoedelijk kosteloos zouden worden beschikbaar gesteld!

Wethouder Hoeven is een oude versleten man; hij heeft geen tanden meer, en spreekt daardoor vrijwel onverstaanbaar. Burgemeester Van Suylekom en wethouder De Visser zijn de groote voorstanders van die grootsche plannen; ik vrees, dat er niet veel van zal terecht komen. De Heer Jenny Weyerman, die zich veel moeite geeft voor de groote locaal-spoorwegplannen, is tevens bezig om een plan te maken om tal van gemeenten van eene goede drinkwaterleiding te voorzien. Daardoor kwam hij in aanmerking met B. en W. van Zwaluwe, want het eindpunt van zijne waterleiding plannen is Moerdijk. B. en W. konden van die waterleidingplannen nog niet veel zeggen; want ze hadden die nog niet bestudeerd. Maar ze hadden Jenny Weyerman raad gevraagd in zake hunne industrie plannen; en deze vond die natuurlijk prachtig; raccordement was geen bezwaar; geld was er genoeg te krijgen enz. enz.

Vlas plukken, 1939 (HDL1476, Fotopersbureau Het Zuiden) Vlas plukken

Het gaat in de gemeente buitengewoon goed; het vlas gaf groote winsten; de hoephandel eveneens; de riethandel heeft zich hersteld en gaat thans weer goed. Wat den landbouw betreft, het grootste gedeelte van de gemeente behoort aan het Kroondomen, het land wordt voor zeven jaren verpacht; als vijf pachtjaren om zijn wordt onderhandeld over weder inhuren; over de voorwaarden wordt men het gemakkelijk eens. In 1913 waren de vijf pachtjaren verstreken; toen werd op normale condities weer ingehuurd; de boeren huurden dus feitelijk in tot 1922; alle voordeelen van de bijzondere tijdsomstandigheden komen hen dus uitsluitend ten goede.

De woningnood in de gemeente is vreeselijk. De toestanden in tal van woningen spotten eenvoudig met alle hygienische eischen; dientengevolge treedt bij de daarvoor vatbare individuen vooral veel tering op.

Den 2den Mei 1921 bezocht ik Geertruidenberg, Hooge en Lage Zwaluwe en Made. Ook hier is woningnood; daar werden 18 woningen gebouwd, benevens 2 burgerwoningen met Rijks subsidie. Men zou gaarne zien, dat Moerdijk geheel bij Zwaluwe kwam. Zwaluwe brengt in haar gedeelte van Moerdijk elektriciteit, en waterleiding. Klundert doet dat niet; voor het Klundertsche stuk van Moerdijk is dat wel zeer onaangenaam! B. en W. voorzien van de invoering der lager onderwijswet de finantieele ruine, het failliet van de gemeente. Dat zal aan Zwaluwe ± 5 ton kosten!

De burgemeester schijnt niet onpartijdig tegen over de Katholieken. Notaris Ruyssenaars kwam daarover klagen; hij werd bijv. te hoog in den hoofdelijken omslag aangeslagen, en weet dat aan de omstandigheid, dat hij eene Roomsche vrouw heeft. Dit klopt geheel met de opmerkingen, die ik voor eenigen tijd schriftelijk den burgemeester maakte, omdat hij de Roomsche veldwachters door Protestanten verving.

Den 19 Juni 1925 kwam ik weer in de gemeente; later ging ik nog naar Oosterhout. In 1924 ging de bevolking vrij belangrijk achteruit; vele jonge mannen werken in Rotterdam, en zijn alleen des Zondags tehuis. Rotterdam dwong hen, hun verhuisbillet naar die gemeente aan te vragen. Geen verkeerd samenwonen; maar tal van jonge paartjes zouden gaarne trouwen als zij maar eene woning konden krijgen. Gemeente bouwde 18 + 12 woningen; gemiddelde huishuur f. 3. – Wordt trouw betaald.

Van de elf Raadsleden zijn 4 arbeider, 4 burger, en 3 boer. Zes van de elf zijn Katholiek, vijf Protestant. De beide wethouders, Bossers en Beljaars zijn Roomsch. Electriciteitsbedrijf gaat goed: 450 aansluitingen voor licht, 40 voor kracht. Voordeelig saldo f. 1.972.- licht 50 cnt, kracht 25 cnt. Men wil in de eerste plaats de Meterhuur verlagen; die kost voor licht 35 cnt en voor kracht f. 150 in de maand. Men wil die terugbrengen op f. 0,25 en f. 1,- en dan 5 cnt van de kosten van het licht afdoen. De drinkwaterleiding gaat goed; sinds 1 Januari reeds 400 aansluitingen. Elf standpijpen; daarmede kon de heele brandweer gereorganiseerd worden.

De toestand van het armwezen is goed; in den afgeloopen winter geen werkeloosheid. De handel in hoephout, in riet, in biezen gaat erg goed; er wordt erg veel geld verdiend. De klompenfabriek van Merx maakt goede zaken; over gedwongen winkelnering hoort men geen klachten meer. De visschers maakten goede zaken; de vangst van paling, spiering, bot, alsmede de zalmvisscherij waren goed; de elft vangst daarentegen heel slecht.

De uitvoering van de lager onderwijs wet 1920 kost jaarlijks f. 18.000. Er wordt nogal vlas geteeld; wethouder Beljaars bijv. heeft 15 H.A. vlas. Er zijn zeven vlassers, deze werken het vlas niet af; zij laten het vlas slechts eene bewerking ondergaan, en sturen het dan naar Belgie.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: