skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

De Commissaris van de Koningin over Liempde

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 1 april 2009
bijgewerkt op 2 augustus 2018
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Liempde te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Liempde

Den elfden Augustus 1898 bezocht ik deze gemeente. Per rijtuig reed ik van het station te Boxtel naar Liempde, vervolgens langs een binnenweg (een kleiweg) naar St. Oedenrode en vervolgens naar Schijndel, waar ik de trein naar Den Bosch nam. Niet ver van de kom der gemeente vond ik de harmonie en een eerewacht; het hoofd der school hield een speech; en in optocht ging het toen naar het gemeentehuis, alwaar ik den burgemeester met den Gemeenteraad vond.

Op mijne audiëntie verschenen de pastoor en de kapelaan, benevens een rustend geestelijke, een broeder van den burgemeester, die tot herstel van gezondheid bij hem aan huis is. Bijzondere wenschen hadden ze niet. Het hoofd der school, die de intocht geleid had, kwam nog eens op audiëntie. Zijn schoollocaal was uitstekend, zijn woning minder goed, alhoewel daaraan in de laatste vier jaren f. 1.700,- verklungeld was.

Liempde bezit uitgestrekte broekgronden, mastbosschen, weterweiden en vooral canadaplantsoen. Niet minder dan 12.000 canada’s staan langs de wegen enz. Ik ging met B. en W. benevens het raadslid Van Boekel die gemeente-eigendommen bezichtigen. De broekgronden zijn matig, er groeit nogal heide tusschen; de mastbosschen groeien zeer mooi; de weterweiden geven hoog gras; de boeren willen daar echter niet aan; zij hebben liever het hooi van de beemden langs de Dommel. Zij beweren, dat het gras van de weterweiden goed is voor de paarden, maar niet deugt voor het vee. De canada’s groeien prachtig; zij zijn geen van alle ouder dan een jaar of vijftien. De mooiste boomen zijn echter niet ouder dan een jaar of acht; dat is een nieuw soort boomen, dat eerst in later tijd is ingevoerd.

Knootpeppels kent men in Liempde niet; men zoekt jonge takken (takken die rechtop gaan, de horizontale takken deugen niet) uit de jonge boomen, plant die, om ze te laten wortelen, en verplant ze na vier jaar op de plaats waar ze moeten komen; dan zijn het sterke boomen met goede wortels. Over een jaar of tien hoopte men weer aan de hak te komen en alsdan jaarlijks te kunnen blijven hakken; er was nog geen hoofdelijke omslag te Liempde, maar men vreesde toch, dat men het niet zonder zou kunnen doen, tot het oogenblik, dat men weer inkomsten kreeg van opbrengst van boomen.

RK Kerk te LiempdeRK Kerk te Liempde

Ik nam een goeden indruk mede van het bestuur van Liempde, zoowel van den burgemeester, als van diens wethouders en de raadsleden. Het Raadslid Van Boekel, de eenige burger in den raad (de zes andere raadsleden zijn boeren) maakte op mij, een aangename impressie. Voor een paar jaren heeft de gemeente eene subsidie van f. 10.000 gegeven aan de kerk, tot den bouw van een toren.

Administratie van den ontvanger: Aan collectieve bedragen wordt in het journaal geboekt de opbrengst van vergunningsrecht, schoolgeld, landpachten, weigelden, grasverpachting, verkoop van turf, van boomen, van hakhout. Van een specifieke boeking van elken post in een gezegeld register van ontvangst was geen sprake.

Administratie ter secretarie: De stok van het register van bevelschriften was niet opgeteld. De inkwartieringslijsten worden niet geregeld herzien; wanneer ze herzien worden, worden niet alle voorschriften (met name afkondiging der herziening, enz.) in acht genomen.

Den 30 Mei 1903 kwam ik weer in Liempde; met een rijtuig uit Eindhoven had ik mij aan het station te Best laten halen; ik bezocht eerst Best; reed later naar Liempde, en nam daar den trein naar Den Bosch. Op het raadhuis vond ik den geheelen raad; vredig zijn die Heeren onder elkaar niet; het spant er nogal eens bij verkiezingen; ook de wethouder Noyen, die als raadslid herkozen werd, viel als wethouder, en werd als zoodanig vervangen door Welvaarts.

Ansichtkaart met kasteel Stapelen te BoxtelAnsichtkaart met kasteel Stapelen te Boxtel

Van de raadsleden wonen er 4 in de kom: Welvaarts, Welvaarts, Noyen en Arendonks; 1 in Kasteren, nl. Merkse; Van den Biggelaar woont in Koestraat, en Van Boekel in Veldersbosch. Het kasteel van Stapele, Hierenbeek, Veldershuis, en de twee watermolens, nl. die in Boxtel en die te Kasteren behoorden aanvankelijk aan de graven De Montigny; later aan het huis Salm-Salm. Alles was tenslotte gekomen in handen van de familie Bogaers-Diepen in Tilburg; die familie verkocht omstreeks 1853 het kasteel van Stapele aan den ouden Heer Mahie (den vader van den tegenwoordigen eigenaar), den molen te Boxtel aan Van Hoorn, den molen te Kasteren aan Merkx; Heerenbeek en Veldershuis aan Van Boekel; deze laatste verkocht in 1858 Heerenbeek aan de familie De Millet van Coehoorn. Veldershuis bleef aan v. Boekel; diens zoon woont daar nu, het tegenwoordige raadslid.

Men klaagt zeer over den hoogen waterstand op den Dommel; als oorzaak daarvan wees men aan a den watermolen te Boxtel van v. Hoorn; b de nauwe bedding, en de te nauwe brug over de Dommel in Boxtel, tusschen het huis van den vroegeren burgemeester Stael (thans bewoond door Dr. Hoek) eenerzijds, en de woning van den Heer Hoogerwou anderzijds. Door de werken, welke aan den Dommel waren uitgevoerd, hadden de in St.-Oedenrode en Liempde daar langs liggende beemden veel in vruchtbaarheid verloren; ze waren deels onder zand geschoten, terwijl ze anderdeels des winters niet meer onder water gingen; men sprak van eene boerderij in St. Oedenrode, die tevoren f. 1.200 pacht deed, en nu met moeite voor f. 700 verhuurd werd.

De moeielijkheid om armmeesters te vinden heeft men overwonnen, door de armmeesters te salarieeren; de regeerende armmeester krijgt nu f. 50 per jaar, de twee bijzittende armmeesters ieder f. 10. De Heeren moeten nu alle jaren eene rekening opmaken. Het schijnt, dat de administratie, die vroeger erg in de war was, nu weer vrij goed in orde is. Regeerend armmeester werd, op aandrang van den Raad, de wethouder Welvaarts.

Een paar veroordeelingen krachtens de leerplichtwet waren voldoende, om het schoolverzuim geheel te doen op houden. Van het herhalingsonderwijs profiteeren 15 jongens; aan meisjes wordt het niet gegeven. Een inventaris, door wijlen Mr. Crom opgemaakt van het oud archief, kon mij niet worden vertoond. Van de gemeente-eigendommen ligt een gedeelte inculte gronden op Ooyendonk, d.i. aan den steenweg op de scheiding van Best en Liempde; die gronden worden op het moment aangelegd tot bosch.

Tekening van Stationsgebouw Liempde, gelegen aan het Duits Lijntje van Boxtel naar Wesel (Duitsland)Tekening van Stationsgebouw Liempde, gelegen aan het Duits Lijntje van Boxtel naar Wesel (Duitsland)

Ik gaf de Heeren den raad, om alle waterleidingen op kosten van de gemeente te vegen; ik wees op Helvoirt, Cromvoirt en Schijndel; het ging er bij den Raad goed in. In 1902-1903 heeft de Noord Brabantsch-Duitsche spoor een nieuw station gebouwd; ik profiteerde van de gelegenheid, om de woning van den stationschef in oogenschouw te nemen; deze viel mij zeer mede. De raadsleden klaagden over het gevaar van sluitboomen van den spoorweg op een kromming van den weg, bij de kruising van den spoorweg met den weg Liempde-Boxtel. Ik drukte den burgemeester op het hart, om, in overleg met den burgemeester van Boxtel, stappen bij de betrokken Maatschappij te doen, en, als aan de klachten geen gehoor werd gegeven, zich ter zake te wenden tot den Minister; men mag in deze niet de put dempen nadat het kalf verdronken is, m.a.w. nadat er een ongeluk heeft plaats gehad!

Dr. Wäste en Dr. Hoek voorzien in de behoefte aan geneeskundige en verloskundige hulp; Liempde heeft geen eigen doctor, en betaalt de Boxtelsche doctors op rekening. Uit nood geslacht vee wordt op kosten van de gemeente gekeurd door een slager uit Liempde.

Er zijn veel klompenmakers in Liempde; gedwongen winkelnering is er gelukkig onbekend. Men verwerkt thans alleen inlandsch hout; het Russische hout voldeed slecht, of was te duur in verhouding tot de qualiteit. Er is eene coöperatieve roomboterfabriek, waar de melk van 470 koeien verwerkt wordt; nu de boter van deze fabriek naar de botermijn in Eindhoven wordt gezonden, is de botermijn in Liempde zelf opgeheven. Liempde is heelemaal Roomsch; geen enkele Protestant in de gemeente.

Den 5den. April 1906 kwam ik weer in Liempde. Ik was per spoor naar Boxtel gegaan om die gemeente te bezoeken; vandaar ging ik naar Liempde, waarna ik langs Gemonde en den Pettelaarschen weg naar Den Bosch terug reed. Voor mijne audientie had zich slechts de ex-wethouder Welvaarts aangemeld; hij kwam mij nogmaals klagen, dat hij de kosten van den advocaat en van den landmeter moest betalen, inzake de toenmalige moeielijkheden met den burgemeester over het planten van een beukenheg. Ik sprak in zijn belang een woord tot B. en W. en geloof, dat daarmede de quaestie voorgoed, overeenkomstig de wenschen van Welvaarts, zal zijn opgelost.

Ik ging even bij den burgemeester aan huis, om diens oude, 85-jarige moeder te begroeten, en ter plaatse de bewuste heg te zien. De burgemeester is gehuwd met eene vrouw uit Oeffelt, en heeft drie kleine kinderen, twee jongens en een meisje. Van B. en W. vernam ik, dat de canada’s vooral om en bij het dorp goed groeien; verderop, in het Broek, doen ze het minder goed. De gemeente had voor enkele maanden ± 200 canada’s verkocht; die waren in 1877 geplant; ze brachten gemiddeld bijna f. 10,- het stuk op. Als de boomen jong zijn, dan moeten ze gesnoeid, om goede stammen te vormen; zijn ze een jaar of tien oud, dan moet men het snoeien nalaten, omdat anders de groei uit de boomen uit gaat.

Een klompenmaker aan het werkEen klompenmaker aan het werk

Aan B. en W. geraden, een uitvoerig register aan te leggen omtrent alle gemeentebezittingen en beplantingen; in de toekomst moet dat groote waarde krijgen. Als ik weer in Liempde kom, zal ik er naar vragen, om te zien of men aan mijn wensch voldaan heeft. De inventaris betrekkelijk het oud archief, bewerkt door Mr. Crom, was thans aanwezig. Men klaagde er over, dat iedereen in Liempde klompenmakersbaas was; de kleine bazen hadden geen geld, om te wachten tot reizigers de klompen kwamen koopen; zij moesten er zelve op uit, om hun product te verkoopen; zij verkochten dan à tout prise, en bedierven daardoor tevens de markt voor de anderen. Als die kleine bazen klompenmakersknechts waren, dan zouden ze het veel beter hebben; maar de toestand scheen niet te veranderen; als een knecht trouwt, dan vestigt hij zich als baas, en bederft de markt voor zich zelven en voor alle anderen.

Den 29 Maart 1909 kwam ik weer in Liempde. Ik ging per spoor naar Boxtel, en reed vandaar naar Liempde; later keerde ik per rijtuig naar Den Bosch terug. Ik had mij genoopt gezien naar Liempde te gaan, omdat een zekere Van de Laar-Kaltenbach zich bij den Minister van Binnenlandsche Zaken beklaagd had over den burgemeester; en de Minister mij weer gevraagd had, of de aanbeveling tot herbenoeming van den burgemeester afhankelijk was van mijn toegezegd onderzoek ter plaatse.

De klacht liep over tien punten; om mij in te lichten liet ik Van de Laar-Kaltenbach komen. Ik las dan aan B. en W. de klachten voor, en aan Van de Laar-Kaltenbach het antwoord van B. en W. Waar B. en W. ontkenden, liet ik de menschen ophalen, die volgens Van de Laar-Kaltenbach de waarheid konden bevestigen.

I. Wielbanden onder een brandspuitwagen; deze zaak zou voor ± 20 jr gebeurd zijn; de smid Vughts zou de wielbanden hebben overgenomen van den burgemeester. Smid Vugts ontkende ten sterkste.

II. tot en met X. de meeste klachten blijken waar; sommige zijn erg overdreven. De ernstigste klacht was nr. VI, nl. dat de burgemeester staangeld kreeg van caroussel en schommel, en dat geld niet aan het armbestuur afdroeg; de regeerende armmeester verklaarde, dat hij alleen over 1908 van den burgemeester f. 20 had gekregen; vroeger nooit. Van de Laar-Kaltenbach moet mij nu bewijzen, dat de burgemeester dat geld ook vóór 1908 ontvangen heeft; wanneer hij daarin slaagt, dan bewijst hij daarmede, dat de burgemeester dat geld ten eigen bate aangewend heeft.

Van de verklaringen der verschillende getuigen maakte ik een klein schriftelijk stuk op, hetwelk ik door hen liet teekenen.

Ook nu bleek weer, dat de administratie slecht in orde was, en dat de burgemeester aan mijne wijzigingen en wenken geen gevolg gaf. In verband met een en ander schreef ik aan den Minister, dat ik voorshands bezwaar moest maken den burgemeester ter herbenoeming aan te bevelen. Van Boekel, het bekende raadslid, overleed den October 1909.

Den 29 Maart 1913 kwam ik weer in Liempde; per auto reed ik vanuit Helmond eerst naar St.-Oedenrode, en vervolgens naar Liempde; te Boxtel nam ik den trein naar Den Bosch. Er zijn veel moeielijkheden in de gemeente; vooral de onderwijzers stoken de menschen en de raadsleden op tegen B. en W. Ik ontving twee menschen, Bax en Van de Moosdijk, in audientie; hunne zeer gezochte klachten bewezen een keer te meer, over welke futiliteiten men het bestuur lastig valt. Genoemde Bax is een broeder van den wethouder Bax; toen ik later genoemden wethouder sprak naar aanleiding van de klachten van zijn broer, kreeg ik beslist den indruk, dat hij waarheid sprak, toen hij beweerde, dat zijn broer zich liet opruien, alleen om B. en W. onaangenaam te zijn.

Er is veel strijd bij de raadsverkiezingen; ook dit jaar zal het er weer warm naar toe gaan. Burgemeester heeft zich veel moeite gegeven, om alles wat op de gemeentegronden gedaan wordt, uitvoerig te beschrijven en in kaart te brengen; ook de beide wethouders bleken dienaangaande buitengewoon goed op de hoogte. Van de 130 H.A. eigendom is thans 70 H.A. ontgonnen; voor de overige 50 H.A. heeft men een bod, om gedurende 30 jaren te huren tegen f. 20 de H.A.; men dacht er sterk over, om op dit bod in te gaan.

De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek 't Haantje in de DorpsstraatDe Coöperatieve Stoomzuivelfabriek 't Haantje in de Dorpsstraat

Dr. Hoek uit Boxtel is armendoctor. Armoede wordt in Liempde niet geleden. Een landbouwcursus werd nooit gegeven. Men zou zeer gaarne zien, dat er een vakcursus werd opgericht voor de klompenmakers; geraden, zich deswege tot Minister van Landbouw te wenden. De stoomzuivelfabriek gaat buitengewoon goed; de melk van 600 koeien wordt daar verwerkt. In conflict tusschen den Raad en B. en W. in zake de begrooting 1913 – de Raad wil niet voldoende ontvangsten voteeren, zoo dat de noodzakelijke uitgaven niet kunnen gedekt worden – staan G.S. aan de zijde van B. en W.

Het plantrecht van gemeente werd door een brutalen boer geschonden; deze hakte boomen van de gemeente weg en haalde ze naar huis. Mr. v. Hugenpoth adviseerde om tegen den man te procedeeren; de Raad durft niet. Nu die man niet vervolgd wordt in rechten, zullen wel meerderen het slechte voorbeeld volgen, en zal gemeente daardoor zeer beduidende schade lijden.

Den 29 Juli 1918 bezocht ik per auto Liempde, St.-Oedenrode en Lieshout. De partijstrijd in Liempde is heelemaal gedaan; de onderwijzers stoken hoegenaamd niet meer tegen B. en W. Eene aannemelijke verklaring van deze gelukkige verandering wist men niet te geven. Het Raadhuis is verbouwd; er is thans voldoende ruimte voor den dienst. Ook voor den dienst der distributie.

Het raadhuis op het Marktplein, omringd door bomenHet raadhuis op het Marktplein, omringd door bomen

De klompenmakers hebben tegenwoordig een rijke kostwinning; daar zijn er minstens honderd. Ook den grooten boeren gaat het nog goed; de kleine boeren en keuters beginnen in zorgelijken toestand te verkeeren.

De administratie ter secretarie bleek iets beter in orde dan in 1913; toch is het er nog geen net en ordelijk beheer. De geestelijke broeder van den burgemeester werkt nog steeds ter secretarie; hij schijnt epilepticus te zijn en om die reden buiten bediening. Ook een 20-jarige zoon van den burgemeester was tijdelijk ter secretarie werkzaam; hij moet in October onder dienst. De mooie boomen achter het Raadhuis – 20 eiken en 8 iepen – zijn gevallen; ze brachten ruim f. 1.900,- op. Geraden, het vrijkomende terrein niet te verkoopen, hoewel daarop sterken drang wordt geoefend, maar het weer netjes aan te leggen en zoodoende het typische dorpsbeeld te bewaren.

Den 8sten. Juni 1922 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeenten Liempde en St.-Oedenrode. Ik begon, met den burgemeester eene reprimande te geven, dat ik me bedienen moest van het verslag 1920 omdat dat van 1921 nog niet op het Gouvernement was. In eene kleine gemeente als Liempde, waar notabene een bezoldigd ambtenaar en een volontair ter secretarie zijn, moeten de wettelijke voorschriften in acht genomen. Wanneer een jong ambtenaar, als burgemeester Van den Bosch is, nu reeds op die manier met de voorschriften de hand licht, wat moet dat dan wel worden, als hij ouder wordt!

Voor de tijd dat het omleidingskanaal van de Dommel was aangelegd waren overstromingen van de Dommel aan de orde van de dag. Zo ook op deze foto genomen ter hoogte van Kleinder Liempde op het kruispunt van de Eindhovenseweg en de LiempdsewegVoor de tijd dat het omleidingskanaal van de Dommel was aangelegd waren overstromingen van de Dommel aan de orde van de dag. Zo ook op deze foto genomen ter hoogte van Kleinder Liempde op het kruispunt van de Eindhovenseweg en de Liempdseweg

Aan maatregelen ter voorziening in den woningnood werd van gemeente wege niets gedaan. Eéne woning werd met Rijkspremie gebouwd, terwijl de aanvraag van Rijkspremie voor twee woningen nog in behandeling is. Drie nieuwe Raadsleden; één bedankte wegens doofheid; twee werden afgestemd. Geen partijschappen. De beide wethouders kunnen het blijkbaar zeer goed met den burgemeester vinden; toen ik v.d. Bosch mijne reprimande gegeven had, kwam wethouder Bax later zeer sterk voor hem op.

Een klein gedeelte van den gemeentelijken keiweg werd vernieuwd; lavakeien 12x12, kostende in het werk f. 5 de M2.Voor de landwegen krijgt men sintels uit Boxtel; f. 8,- per 10 tons wagen; de boeren rijden die sintels gratis op den weg. Kasteren schijnt erg laag te liggen; bij hooge Dommelstanden wordt daar nog al eens waterschade geleden.

Van de Boerenleenbank werd in 1921 ± f. 61.000 terug gevraagd; minstens datzelfde bedrag werd gebracht. In 1922 werden vele voorschotten gevraagd. Aan de levensmiddelendistributie – die uit de gewone middelen geadministreerd werd – hield gemeente ten slotte ± f. 1.000,- over.

 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.