skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

De zeven bergen

Frans en Hendrik maken een reis door de provincies van Nederland. Ze lopen van stad tot stad om de landschappen, dorpen, steden en mensen te ontdekken en om erover te schrijven. Vandaag staat de tocht van Nijmegen naar ’s-Hertogenbosch op de planning. Via Wijchen en Grave zijn ze op negentiende eeuwse de heides van de Maasvlakte aangekomen.

Frans stopt even om de omgeving te aanschouwen. Wanneer hij de tijd neemt om even rond te kijken, valt het hem op dat het landschap hier niet vlak is. Midden op de hei staan silhouetten van zeven heuvels, duidelijk zichtbaar tegen het rood van de zakkende avondzon. "Zeg Hendrik, zie jij die heuvels daar ook?" "Daar in de verte?" De heren blijven nog even naar dit panorama kijken. De laatste stralen van de zon schitteren nog boven de bomen aan de horizon. "We kunnen beter maar doorlopen en een herberg zoeken", oppert Hendrik.

Net voor het donker wordt, vinden de twee heren een herberg. Op het platteland, vlakbij Heesch. Het ruikt er naar de mest van de naastliggende paardenstal, waar overnachtende reizigers hun paarden of ander vee kunnen stallen. Frans duwt met veel kracht de zware krakende deur van de herberg open. Het is er koud. De vloer en muren zijn gebouwd van grijze steen. Het enige dat de herberg nog knus doet aanvoelen, is het geknetter van de brandende fakkels want de haard brandt niet op deze warme zomernacht. Het oogt leeg, slechts twee andere gasten verblijven in dit etablissement. Beide slapen ze half door de drank.

Frans regelt dat ze een nachtje kunnen verblijven. Hendrik gaat alvast zitten en bestelt bij de vrouw van de herbergier wat te drinken. De mannen kaarten wat en dan zegt Frans: "Die zeven heuvels hè, lijkt het je niet wat om daar morgen met daglicht naar toe te gaan?" Op dat moment komt er een serveerster die de heren nog een rondje komt brengen. "U bedoelt toch niet de zeven bergen?", vraagt de serveerster. "De zeven bergen, hier verderop op de hei?", vraagt Frans, als hij opspringt van zijn stoel. "Weet u soms meer over die heuvels?" "Ja, maar of dat nou een verhaal is dat jullie willen horen..."

Frans kijkt Hendrik aan. "Ach, wij zijn wel wat gewend of niet Henri?" Frans begint luidruchtig te lachen, terwijl Hendrik zich geneert voor de flauwe humor van Frans. "Nou, ik zal jullie het verhaal vertellen." De serveerster gaat op de stoel tegenover Frans en Hendrik zitten.

Op een dag, nog ver voordat deze herberg hier stond, liep er ook een reisgezelschap over de hei. Het was een grote groep, acht man in totaal. Ook zij hadden last van de zon die onderging en zochten een plek om de nacht door te brengen. Het liefst een warme plek. Na lang dwalen zagen ze licht in de verte. Ze kwamen dichterbij en zagen een hutje, waar rook uit de schoorsteen kwam. De leider van de groep klopte op de deur. Een oud vriendelijk kolenbrandertje opende de deur. Hij leek geschrokken toen ze vroegen of ze met z’n achten bij hem konden overnachten. De man kon wel wat gezelschap gebruiken, zo eenzaam op de hei. Dus hij liet ze een voor een binnen. De laatste reiziger keek de man in de ogen. Zijn instinct zei dat de man niet te vertrouwen was. Hij besloot dit voorgevoel te volgen en zocht in de buitenlucht een plekje onder een boom.

's Morgensvroeg werd de man wakker van het vogelgezang. Hij rolde zijn slaapspullen op en pakt zijn tas. Het hutje waar zijn vrienden verbleven, was makkelijk gevonden op de open hei. Maar de vrienden zelf waren minder makkelijk te vinden. In het hutje was het kacheltje bij uitgebrand. De man keek nog om het hutje heen of hij ze nog ergens in de verte kon zien, maar zonder resultaat. Hij besloot zijn reis daarom alleen voort te zetten. Niet veel later kwam hij zeven pas gedolven graven tegen. Uit nieuwsgierigheid keek hij wie erin zat. Tot zijn grote schrik waren het zijn vrienden. Veel tijd om zich te bedenken had hij niet.

De man kwam aan in Nistelrode, waar hij versterking zocht. Hij overtuigde het dorpshoofd om met hem mee te gaan naar de graven. Samen met het dorpshoofd en een kleine menigte uit het dorp aanschouwden ze de graven. Met een schop in de handen kwam het oude kolenbrandertje naar de graven toe. Toen hij het dorpshoofd met die mensen zag, zette hij het op een rennen. Dankzij zijn oudere leeftijd lukte het de kolenbrander niet om de menigte voor te blijven.
Die avond hing de man aan de galg. Van het dorpshoofd kreeg de man nog een laatste kans om zijn schuld te bekennen. Maar weer ontkende de man. Toen de man zijn laatste woorden sprak, begon de grond te beven.

Zeven gebalde handen schoten als paddenstoelen uit de grond. Vanuit de bossen kwam een demonische bosgeest op de massa af. Vlak voor het volk stopte het monster en greep de kolenbrander vast. Waarna de demon net zo rap verdween als hij verscheen. Na deze toestand klaarde de lucht op. Maar de vuisten bleven nog boven de grond. Na een tijdje begonnen deze te rotten, waardoor het volk besloot deze te begraven. Sindsdien staan hier zeven bergen.

"Dus die bergen zijn de restanten van overledenen?", vraagt Frans. "Zo zou je het kunnen noemen", antwoordt de serveerster. Frans begint angstig en bezweet om zich heen te kijken. "Morgen dan maar gelijk naar Den Bosch?", grapt Hendrik naar Frans toe. Ze drinken beide hun bier nog op en gaan daarna richting bed.

De volgende ochtend staan de heren op het punt de herberg te verlaten. Voor ze de deur uitgaan spreekt de serveerster hen nog toe. "Houd oe eigen goed!"

Lees meer verhalen over volksverhalen

Bronnen:

de Blécourt, W. (1980). Volksverhalen uit Noord-Brabant (1ste editie). Nederland: Uitgeverij Het Spectrum.

Pigmans, J. (2019, 22 maart). De kolenbrander en de zeven bergen. Geraadpleegd op 17 oktober 2019, van https://www.brabantserfgoed.nl/page/8159/de-kolenbrander-en-de-zeven-bergen

van Reen, T. (2004). Klein Volk leven en werken van de kabouter (1ste editie). Breda, Nederland: De Geus.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!