skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Saskia Green
Saskia Green Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Saskia Green
Saskia Green Bhic

Heesbeen en omgeving in oorlogstijd - deel 3

Op zondag 17 september 1944 zagen de inwoners van Heesbeen grote groepen geallieerde vliegtuigen boven de Langstraat vliegen. Lied herinnert zich dat ze met vader deze vliegtuigen heeft gespot vanaf de achterkant van ‘Het Slot’, daar hadden ze onbelemmerd uitzicht over de polder in zuidelijke richting. Toen de vliegtuigen vanaf de Heusdense brug door de Duitse luchtafweer werden beschoten zochten Lied en vader snel dekking in een droge sloot.

In de Nederlandse pers werd deze actie van de geallieerden ('Market Garden') gebagatelliseerd, het Algemeen Handelsblad van 19 september meldt onder meer: “Talrijke nesten van weerstand werden uitgerookt” en “Tijdens nieuwe landingen leed de vijand nog voordat hij vasten voet kon krijgen buitengewone verliezen aan menschen en materieel. Ruim 200 vrachtzweefvliegtuigen, talrijke wapens en munitie werden buitgemaakt”.

 Maar de Ordedienst wist wel beter! Moeder schrijft in een brief van 18 september aan onze oma in Den Haag: “Gruppelaar komt juist met de mededeling dat de geallieerden hun hoofdkwartier in kasteel Heeswijk hebben en dat ze Veghel hebben bezet”. Sjoerd Gruppelaar, de commandant van de Ordedienst in Waalwijk, had dit bericht vermoedelijk gekregen van de leider van de verzetsgroep André, de elektricien Jos van Wijlen uit Sprang-Capelle. Van Wijlen communiceerde met andere verzetslieden in Noord-Brabant via het (niet-openbare) telefoonnet van de Provinciale Noord-Brabantse Electriciteits Maatschappij (PNEM).

Algemeen Handelsblad 19 september 1944

Joke en Magda Verwiel, twee dochters van de familie Verwiel raakten in de oorlog bevriend met Marietje en Lied van Everdingen, een vriendschap die jarenlang voortduurde: Op de achterkant van een foto uit 1944 waarop Joke en Magda Verwiel en Gerrit, Marietje en Kees van Everdingen in zwemtenue bij het Oude Maasje naast het Schoolhuis staan afgebeeld heeft Joke Verwiel in 2007 geschreven “De mooiste uren uit onze jeugd in Heesbeen”!

Kinderen Verwiel en van Everdingen 1944

Oude Schoolhuis Verwiel

De familie Verwiel-Akkermans woonde sinds 1935 in Heesbeen in de voormalige school met onderwijzerswoning. Vader Jos Verwiel (1896 – 1946) was eerst leerhandelaar in Waalwijk en begon later een kunst- en antiekhandel.
Jos Verwiel die zijn sporen al had verdiend in het culturele en artistieke leven van Waalwijk heeft in de oorlog uit voorzorg de twee oude luidklokken (uit 1393) van de protestantse kerk in Heesbeen verstopt bij een boer, voordat de Duitsers ze konden roven en omsmelten tot wapentuig.

In september beleefde Lied enkele angstige momenten tijdens een kanotochtje: “Met mijn vriendinnetje Magda Verwiel peddelde ik in een kano op het Oude Maasje tussen het oude Schoolhuis en Doeveren. We schrokken enorm toen er een Duits jachtvliegtuig over ons vloog en even later weer terugkeerde! Magda die voorin de 2-persoons kano zat stond op en begon wild te zwaaien om de Duitse piloot te laten zien dat de ‘opvarenden’ van de kano onschuldige meisjes waren en geen geallieerde militairen. Ik bleef zitten om de wankele kano in evenwicht te houden”.

Na een week vechten is de brug over de Rijn in Arnhem nog steeds niet in handen van de geallieerden. De Heusdense OD (Ordedienst) krijgt de opdracht om de brug over de Bergse Maas te bezetten. Vader had aan zijn commandant, Carl Thomas, al doorgegeven dat de brug werd bewaakt door SS’ers en dat de brug ook al was voorzien van explosieven. Om de oprukkende geallieerden via een andere weg dan over de Rijnbrug van Arnhem naar het noorden te laten gaan moest voorkomen worden dat de Duitsers de Heusdense brug zouden opblazen. Vader wist dat er in Elshout een zwaarbewapende groep Britse militairen was ondergedoken op de zolder van het Sint Norbertus Gesticht. Het waren inzittenden van een zweefvliegtuig die bij de operatie Market Garden in de omgeving van De Moer een noodlanding met hun ‘glider’ hadden gemaakt. 

Rapport glider piloot Op 24 september fietsen vader en Louis van Wagenberg naar Elshout om de hulp in te roepen van de Britse militairen. Ze werden naar de zolder van het gesticht geleid door de vader-overste, daar maakten ze kennis met luitenant Sharp en enkele van zijn mannen. Van Wagenberg sprak goed Engels, hij merkte op “Ik kwam hier met de verwachting een groot aantal terneergeslagen verborgen militairen aan te treffen die er smerig en ongeschoren uit zouden zien. Ik ben verbaasd om iedereen hier zo fris, vrolijk en schoon te zien.

 

Vader en Van Wagenberg legden de situatie uit aan de Britse luitenant en verzochten hem om ondersteuning te verlenen aan hun opdracht (de OD’ers hadden slechts enkele pistolen). Luitenant Sharp was niet erg enthousiast over het plan en wees hun verzoek af. Teleurgesteld verlieten beide OD’ers daarna de zolder van het gesticht.

Op de eerste dag van de luchtlandingen verwachtte men dat Nederland spoedig bevrijd zou zijn. Enkele verzetsgroepen, waaronder de Ordedienst, waren op 5 september 1944 al vanuit Londen verenigd in de (toen nog ondergedoken) ‘Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten’. De Heusdense OD’ers begonnen voorbereidingen te treffen voor hun openbaar optreden, daarvoor waren banden stof nodig die over de mouwen van hun jas moesten worden gedragen. Lied kwam op een septemberdag thuis van school en vroeg aan vader wat die mannen deden met lappen textiel: Vader antwoordde met het volgende smoesje “We maken pyjama’s”. Een van de toen aanwezige OD’ers was de 66-jarige H. J. Ph. Kramer (1878 – 1948), een broer van de Heusdense onderwijzeres juffrouw Kramer. Deze oud-Indischman woonde in Wassenaar en was door de Duitsers gedwongen om zijn woonplaats te verlaten in verband met de aanleg van de ‘Atlantikwall’ langs de Noordzeekust. De toen 11-jarige Lied herinnert zich de heer Kramer nog heel goed: Zijn veel gebruikte Franse uitdrukking “En tout cas” maakte toen veel indruk op haar!

Kramer in Heusden 1944 Prins Bernhard en Frowein (2e van rechts) 1945
Bron: Fotocollectie SALHA Bron: Beeldbank NIHM

 

In de oorlog waren veel goederen schaars, op het platteland werden levensmiddelen zoals boter en kaas vaak op de boerderij gemaakt. Moeder was zeer bedreven in het (illegaal) maken van boter en kaas. Melk werd gekarnd voor de boter en met behulp van stremsel werd melk omgezet in kaas. Vooral het maken van kaas was een ingewikkeld, langdurig proces! Als het zelf gemaakte ‘boerenkaasje’ op tafel kwam kregen wij slechts één plakje voor op het brood. Toen eind september de heer en mevrouw Frowein uit ’s-Graveland ’t Hamelland bezochten verbaasden we ons erg dat de gasten tijdens de lunch het ene plakje na het andere van het door ons zo ‘gekoesterde’ kaasje sneden!

Frowein was in 1939/40, gedurende de mobilisatie een van de luitenants van het eskadron van vader (https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/fietsende-huzaren-in-beers). Mevrouw Frowein keerde alleen terug naar haar woonplaats ’s-Graveland, haar echtgenoot bleef achter in Zuid-Nederland.
Vader en Carl Thomas hebben er voor gezorgd dat de OD’er Frowein door de linies naar het bevrijde Eindhoven is gebracht. In december 1952 werd aan Frowein het Kruis van Verdienste toegekend, met als motivering onder andere “In september 1944 vertrok hij met een belangrijke opdracht op radiografisch gebied en met micro-films door de linies naar het bevrijde Zuiden”. H.W.L. Frowein (1907-1975) werd in 1944 opgenomen in de staf van Prins Bernhard; hij is ook in Engeland en in de USA gedecoreerd voor zijn acties gedurende de Tweede Wereldoorlog.

 

In oktober worden de opstellingen van de Duitse troepen in het nog niet bevrijde deel van Noord-Brabant regelmatig bestookt, ook in Heusden, Doeveren en Heesbeen verschijnen vaak Engelse jachtvliegtuigen. Lied herinnert zich nog dat dominee De Tombe (1896 – 1981) van Doeveren in die tijd zijn hoed niet durfde op te zetten bij zijn fietstochtjes: Hij was namelijk bang dat de Britse piloten hem zouden aanzien voor een Duitse militair. In zijn memoires schrijft de dominee over Doeveren: “Jammer was dat er geen openbaar vervoer was langs Doeveren. Ik had echter de fiets, maar gingen we samen uit, bijvoorbeeld naar Heusden, dan moesten wij lopen, of een auto in Heusden bestellen”. Dominee de Tombes zilveren bruiloft 1944

 

Echo van het Zuiden 1961

Op 24 oktober 1944 stortte omstreeks 12 uur bij Doeveren een Hawker Typhoon van het 247 Squadron neer. Piloot was de 22-jarige F/Lt. Paul Langston uit Nieuw Zeeland. Hij was twintig minuten daarvoor opgestegen vanaf vliegveld Eindhoven voor een patrouillevlucht, daarbij werd zijn vliegtuig geraakt door Duits luchtafweergeschut dat bij het Drongelense veer stond opgesteld. De Typhoon boorde zich diep in de klei van een bietenveld, gelegen aan de oostzijde van de Veldsteeg. De Veldsteeg was een grindweg tussen Doeveren en Baardwijk, de plaatselijke bevolking noemde die grindweg de “Barkse Steeg”. In de zomer van 1961 werden delen van het vliegtuig en de stoffelijke resten van de piloot geborgen door een RAF eenheid die gestationeerd was op het vliegveld Butzweilerhof bij Keulen (https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/neergestorte-vliegtuigen-in-drongelen-c-a-1940-1945).

 

Eind oktober trekken de Duitsers zich terug in het gebied ten noorden van het Afwateringskanaal, zwaar Duits geschut wordt in het Land van Heusden en Altena opgesteld. Vader krijgt bezoek van een koerier die tekeningen van een Duitse geschutsopstelling in Wijk (verstopt in zijn sokken) bij zich heeft. De tekeningen zijn geschetst door de verzetsman Huib van der Maaden (1894 – 1945) uit Wijk en Aalburg (https://brabantsegesneuvelden.nl/persoon/huib-van-der-maaden-wijk-en-aalburg-1894). Van der Maaden, reservekapitein van de Artillerie, is de leider van de ‘Veense verzetsgroep’.

De volgende dag wordt die geschutsopstelling gebombardeerd door de Engelsen, waarna de Duitsers de kanonnen verplaatsen. De koerier had enkele SS’ers gezien op ‘t Hamelland, hij vroeg toen waarom die SS’ers daar zijn. Vader antwoordde toen: “Generaal Reinhard heeft hier momenteel zijn hoofdkwartier”. De Duitse generaal Reinhard had zijn hoofdkwartier half oktober in Herpt gevestigd, eind oktober verplaatst hij zijn hoofdkwartier naar ’t Hamelland. Heesbeen ligt vlakbij de Heusdense brug zodat Reinhard zich met zijn leger snel kan terugtrekken in noordelijke richting. Hij is een paar nachten in Heesbeen geweest.

Van der Maanden Generaal Reinhard

 

In de nacht van donderdag 26 op vrijdag 27 oktober beginnen de Engelsen met het bombarderen van de Heusdense brug vanuit hun posities ten zuiden van het Afwateringskanaal. Het werd nu menens in Heesbeen en omgeving, op ’t Hamelland werden de twee kelders in gereedheid gebracht om te schuilen voor de beschietingen. In de ene kelder bivakkeerden vader, moeder, hun vier kinderen, Oma Heusden en tante Jo (de moeder en zuster van vader). Oma Heusden en tante Jo waren voor de oorlog, na het overlijden van onze opa verhuisd naar Baarn. In september 1944 hadden ze een weekje gelogeerd in Heesbeen, na ‘Market Garden’ wilden ze de bevrijding afwachten in Heesbeen.
De familie Antoon Fitters uit Heesbeen, met de vader van Antoon en zijn halfbroer Jan van Mourik erbij, kregen onderdak in de andere kelder.

Deze angstige tijd werd zonder kleerscheuren doorgekomen. Overdag werd de boerderij zo goed mogelijk verzorgd door vader en Jan van Mourik (bijgenaamd ‘de Fitter’), ’s nachts werd geslapen in de veilige kelders van ‘t Hamelland.

Op de ochtend van zondag 5 november klonk er een luide kreet van ‘de Fitter’: “D’r hedde ze”. Hij had gezien dat geallieerde soldaten vanuit het zuiden langs ‘Het Slot’ via het brugje over het Oude Maasje Heesbeen hadden bereikt: We zijn eindelijk bevrijd!

Het slot 1944

 

Reacties (4)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 19 februari 2020 om 14:40
Prachtig verhaal, Kees, wat een indrukken allemaal. En Brabantser kan het niet: "d’r hedde ze”, als aankondiging van de bevrijding.

Bedankt voor je imposante verhaal!
Peter Pijnen zei op 8 mei 2021 om 12:41
Beste Kees, met veel interesse de 3 delen gelezen en hoe mooi om het Schoolhuis te zien in 1944. Wij hebben er 7 jaar gewoond tot 1981 en een mooie tijd gehad. Recent ben ik er nog geweest om een litho af te geven aan de huidige bewoners van het voorhuis. Wij werden heel gastvrij ontvangen en kregen zelfs een rondleiding! Heb er veel foto's gemaakt en zag nu pas alle schade aan het huis, veroorzaakt door beschietingen of een bombardement. Ik weet het niet maar ik kom graag in contact met je als dat mogelijk is. Wellicht weet jij meer? Ik ben overigens af en toe in contact met jouw vriend Herman en nog steeds met Berdien. Splinter heeft onder mijn vader gediend bij de cavalerie. Vroeger veel geweest in Deil. Ook veel in jouw ouderlijk huis geweest en gespeeld. Mooie tijd! Wellicht kunnen we eens bellen? Met vriendelijke groet, Peter Pijnen
Kees van Everdingen zei op 29 juni 2021 om 20:33
Het oude Schoolhuis heeft na de oorlog tot midden jaren 50 van de vorige eeuw leeggestaan.
Een 'botterkletser' uit Wijk en Aalburg (de firma Vos) heeft het pand toen aangekocht en exploiteerde daar hun zuivel- en drankenhandel.
De firmanten waren de gebroeders Geert en Jan Vos. Geert Vos was gehuwd en had een paar kinderen. Jan Vos (bijnaam 'Jantje de Mop') was ongehuwd, kreeg later verkering met Huipie Colijn uit Heesbeen, Huipie was toen verpleegster in het Havenziekenhuis in Rotterdam.
Jantje Vos was niet alleen geïnteresseerd in boter en aanverwante artikelen maar ook in paarden. Hij heeft na de oorlog een paar jaar gediend bij de KNIL in Indië:
Korporaal J.H. Vos (legernummer 270804211) was geplaatst bij het 3e Paarden Depot in Semarang.
Op een foto uit februari 1950 staat Jantje Vos in Semarang: https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/fotocollectie/aef678ac-d0b4-102d-bcf8-003048976d84
(Beschrijving van de foto: “Enkele indrukken uit Semarang. Jan Vos, uit Wijk bij Heusden, berijdt als wijlen Winnetou een snelle viervoeter. Hij heeft zijn paard "Reckie" gedoopt.”)
Om een lang verhaal kort te maken: Vanaf 1958 maakten Jan Vos en ik in het weekend de nog ongerepte natuur tussen Babyloniënbroek, Aalburg, Haarsteeg, de Drunense Duinen en de Elshoutse Zeedijk te paard onveilig. In 1962 mocht ik de wapenrok aantrekken en hield mijn paardrijden in Heesbeen en omgeving op. Jantje Vos trouwde omstreeks 1962 met zijn Huipie, het echtpaar ging in Wijk en Aalburg wonen.
De familie Pijnen (jouw ouders met hun gezin) hebben waarschijnlijk in 1974 het Schoolhuis betrokken nadat de firma Vos uit Heesbeen is vertrokken. Ik heb nog foto’s van Jan en Geert Vos uit de tijd dat ze in Heesbeen woonden.
Bij de werkzaamheden van de ruilverkaveling in de jaren 60 van de vorige eeuw werd het unieke, rustieke landschap in de omgeving van Heesbeen veranderd in een gebied met strakke sloten en een moderne infrastructuur. Weinig inwoners van Heesbeen en Doeveren zullen zich waarschijnlijk realiseren dat het gebied ten zuiden van hun woonplaats vroeger een karakteristiek eeuwenoud landschap was. Gelukkig is een gedeelte van het Oude Maasje in Heesbeen ontkomen aan het geweld van bulldozers en kiepkarren.
Kunie Broekhuizen zei op 15 mei 2022 om 12:56
Wat een mooi verhaal weer. En herkenbare personen. O.a Louis van Wagenberg. De directeur van Jonker Fris waar ik op kantoor heb gewerkt tot 1966.
In het schoolhuis woonde ook ooit ene Marie Bax, daar had mijn moeder het altijd over, waren kennissen en klanten van ons. We brachten daar altijd vlees. Maar ik kan me niet meer herinneren wat de naam van haar man was.
Leuk om dit alles te lezen. Ik zeg ook eigenlijk nog steeds als ik Brabants spreek met mijn fam. "Daor heddem of hedde ze aon". Héél herkenbaar:-)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!