skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic

Hoe Terheijden een eigen raadhuis (gemeentehuis) kreeg

Jan van Vliet
Jan van Vliet
vertelde op 27 november 2021
bijgewerkt op 29 november 2021
Pas in 1840 kreeg Terheijden een eigen raadhuis (gemeentehuis), dat later in 1929 werd vervangen door een nieuw gemeentehuis. Met herindeling tot de gemeente Drimmelen in 1997 verdween de oorspronkelijke bestemming. Sedertdien bepaalt het, waar thans in is gevestigd een notariskantoor en een welzijnsinstelling, nog steeds het straatbeeld aan de Raadhuisstraat.

Hoewel tijdens de Franse bezetting (1794 – 1814), bij decreet van 21 oktober 1811, werd bepaald dat ons land zou worden verdeeld in departementen, arrondissementen, kantons en mairieën (gemeenten) duurde het nog tientallen jaren alvorens Terheijden een eigen raadhuis kreeg. In de eeuwen voorafgaand 1811, in 1813 gingen de Noord-Nederlandse departementen van het Napoleontische Franse rijk op in het soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden, was er een dorpsbestuur die het wel en wee van Terheijden bestierde.

Vergaderingen van het dorpsbestuur en de eeuwen vooraf

Behoefte aan een dorpshuis (raadhuis) was er niet en er was een periode, na de Tachtigjarige oorlog (1568-1648), dat de katholieken geen deel uit mochten maken van het dorpsbestuur met als gevolg een vijandige houding tussen de katholieke bevolking tegenover het protestantse dorpsbestuur, bestaande uit de schout en schepenen. De openbaarheid was ver te zoeken en rechts- en bestuurszaken werden vooral binnenskamers geregeld.

Aanvankelijk vergaderde men in een deel grenzende aan of in de (toen voormalige katholieke) kerk, wat tot wederzijdse (hevige) twisten leidde tussen de katholieken en protestanten. Desondanks namen schout en schepen daarvan bezit en werd het "ledich ende bij nyemant bewoont wordende" als secretarie in gebruik genomen. Het protest door de katholieken daarover aan schout en schepenen werd door laatsten afgedaan met de mededeling: "Het en comt ons nu niet te pas daerop te antwoorden voor op een ander tijd." De plakkaten tegen de katholieken werden in Terheijden echter nimmer streng toegepast, waardoor het mogelijk werd dat katholieken later alsnog deel uitmaakten van het dorpsbestuur.

1634 dorpsgezicht door J Stellingwerf - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Documentnummer 1375 (2)
1634 dorpsgezicht door J Stellingwerf - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Documentnummer 1375 (2)

Vanaf 1714 werd er door het dorpsbestuur eerstens vergaderd in de woning van de schout en later in verschillende andere lokaliteiten, tot een kamer (1795–1840) in de herberg "het Zwijnshooft" die door schepen Christiaan Van Lommel (per 1821 assessor / wethouder) in gebruik was genomen. Na het overlijden van Christiaan van Lommel in 1836 werd deze opgevolgd door diens gelijknamige zoon, die in 1839 het burgemeestersambt verwierf.

De financiële perikelen tot de bouw van een raadhuis

De eerste poging tot het bouwen van een raadhuis dateert uit 1800. Op 23 januari in dat jaar volgde het besluit om de bouw daarvan aan de Bredase metselaar Arnoldus Rijken te gunnen voor fl. 8.900,--. Echter het werk werd opgeschort wegen de labiele financiële toestand van de gemeente, een uitgeputte gemeentekas als gevolg van inkwartieringen en legerdiensten. Een tweede poging in 1809 tot de bouw strandde wederom vanwege financiële tekorten. Terheijden kon de lasten nog steeds niet dragen. Mogelijk was de inlijving van ons land bij Frankrijk, maar vooral de zware lasten wegens inkwartiering van troepen en de te verrichten legerdiensten door de inwoners voor deze tweede mislukking aansprakelijk. In 1837 kwam er een bevel van hogerhand tot de bouw van een dorpshuis (raadhuis), dat voorzien moest zijn van behoorlijke lokalen voor vergaderingen, archivering, een veldwachterswoning en een brandspuithuis. Middels leningen (obligaties) werd gepoogd het benodigde geld te verzamelen en er werd een beroep gedaan op subsidie uit provinciale fondsen. Ook deze derde poging strandde wegens gebrek aan geld, waaronder de kosten rondom de schermutselingen tijdens de Tiendaagse Veldtocht (van 2 tot 12 augustus 1831, de afscheiding van de zuidelijke provincies tot België).

Het eerste raadhuis van Terheijden 1840 – 1929

Na de mislukking in 1837 ondernam het gemeentebestuur actie om de opbrengst van het geveilde en dus verkochte buitengebied ‘Bergvliet’ te gebruiken ter dekking van de geraamde bouwkosten, aangevuld met een lening van fl. 5.500,--. De bouw kostte uiteindelijk fl. 7.291,31. Een tekort van fl. 900,-- werd geleend uit de reserves van het Armbestuur.

Op 24 augustus 1839, de verjaardag van koning Willem I, gingen de burgemeester en de assessoren (wethouders) naar de bouwplaats, waar door de burgemeester Christiaan van Lommel een gedenksteen aan het bordes werd ingemetseld. Een jaar later werd de bouw opgeleverd en na meubilering, overbrenging van secretarie en archief werd het raadhuis in 1840 in gebruik genomen.

Foto 1910, Regionaal archief Tilburg fotonummer 88946
Foto 1910, Regionaal archief Tilburg fotonummer 88946

Het tweede raadhuis van Terheijden 1929- 1995

Tachtig jaar na ingebruikname van het eerste gemeentehuis vertoonde het gebouw verschillende gebreken en voldeed het niet meer aan de wettelijke eisen van die tijd. Aanpassingen, restauraties en verbouwingen boden geen soelaas en er werd besloten tot de bouw van nieuwbouw, die niet meer mocht gaan kosten dan fl. 40.000,--. Johannes Berben uit Breda werd als architect aangewezen en de bouw inclusief inrichting en meubilering werd begroot op fl 38.865,--. De laatste vergadering in het oude raadhuis vond plaats op 17 juni 1929.

Het nieuw gebouwde gemeentehuis herbergde een politiewoning, verwarmingskelder, kolenbergplaatsen, politiekamer, arrestantenlokalen, magazijn van het elektriciteitsbedrijf, brandweerruimte, een reserve-vertrek als wachtlokaal voor buspassagiers. In de bovenverdieping waren ondergebracht de secretarie, raadzaal, burgemeesterskamer, commissiekamer, bodekamer, garderobe, toilet en trappen. Achter de secretarie en door een brandvrije deur daarvan gescheiden lagen de archiefbewaarplaatsen in twee etages boven elkaar. De zolderverdieping bevatte enige slaapvertrekken behorende bij de politiewoning, een vertrek voor berging van geweren van de Burgerwacht en een bergruimte. Het oude en eerste raadhuis werd afgebroken en de vrijgekomen grond werd gebruikt tot (ver)plaatsing van het H. Hartmonument voor de H. Antonius Abtkerk.

De officiële opening

Het nieuwe gemeentehuis werd op zaterdag 22 juni 1929 geopend door de Commissaris der Koningin Mr. Dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel, vergezeld door diens griffier der Provinciale Staten V.F.L.W. Cleerdin. Verdere aanwezigen waren de burgemeesters van Etten, Hoensbroek, Made, Princenhage, Teteringen, Zevenbergen en Zwaluwe, de pastoors van Terheijden en Wagenberg, de vicaris van Langeweg, de kapitein der Marechaussée, de schoolhoofden, architect, aannemers, opzichters, gemeentepersoneel en vele notabelen.

Foto 1930, Regionaal archief Tilburg fotonummer 91862
Foto 1930, Regionaal archief Tilburg fotonummer 91862

Bron: Jaarboek De Oranjeboom nummer 19, 1966 85-104.

 

 

 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!