skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic

“Nee, ik heb niet echt geluk gehad...”

Het trieste levensverhaal van Adriana van der Sijde-den Hollander, die tijdens de watersnoodramp in 1953 haar gezin verloor. Pauline Joosten interviewde Adriana en Janneke Driesprong stuurde ons het verhaal uit 2015, dat met toestemming van Pauline hier wordt gepubliceerd.

Op 22 december 2015 overleed Mevrouw van der Sijde-den Hollander

"Ik verlaat diegenen die ik lief heb om te vinden hen die ik lief had"

Het monument uit Heijningen is de voorkant van de rouwkaart.

‘Nee, ik heb niet echt geluk gehad’…
Met diep respect branden wij ter nagedachtenis een kaarsje.
Deze week overleed 'tante Naan', onze plaatsgenote.
Ik deel met jullie nogmaals het gesprek dat ik in 2013 met haar mocht hebben...
Adriana vertelde mij over de watersnoodramp van 1 februari 1953.
Met haar gezin woonde ze in die tijd waar nu de Fortweg is, in Heijningen. Aan de Willemstadse kant van de polder. Ze verloor tijdens deze vreselijke ramp haar echtgenoot Manus (38) en haar kinderen Manus (9) en Maria (6)…
‘Het was zaterdagavond, 31 januari 1953 toen Manus en ik onze buren gedag zegden. Het was een gezellige avond, Manus was onlangs jarig geweest en daarom waren Gerrit en Marie van Mourik-de Wit op visite geweest. Marie zei bij het weggaan nog ‘Wat zal ik lekker slapen met die wind om het huis’. Kleine Manus (9) kwam van boven en vroeg of hij beneden mocht slapen, want boven was de harde wind -die pal op het huis stond- goed hoorbaar. Op dat moment was nog voor niemand duidelijk wat voor vreselijks zich er die nacht zou gaan afspelen.
Manus en Gerrit werkten allebei voor boer Stehouwer. Eerder op de dag was Manus nog bij het gemaal geweest om te kijken hoe de stand van het water was. Eigenlijk de taak van Gerrit, maar Manus zei nooit nee en ging zodoende voor zijn baas kijken. Er leek nog niets aan de hand te zijn’.
Dan is het nacht en wordt er op de deur geklopt. ‘Toen we goed wakker werden stond Manus al in het water. Hij bracht ons naar de zolder. Ook Gerrit en Marie waren kennelijk gewekt. Marie kwam haar kind in veiligheid brengen, want in hun huis was het toen al niet veilig meer. Dat moet het moment geweest zijn waarop ik haar voor het laatst heb gezien. Het ging enorm snel. Het dak van het huis van de buren was al verwoest en kwam voorbij drijven. Kleine Manus werd op een balk van de zolder gezet en dat is het laatste beeld wat ik van mijn zoontje heb. ‘Daarna gingen we, allemaal’...

Drijvend ledikant bij Heijningen (Foto: Fotopersbureau Het Zuiden. Bron: Reg. Arch. West-Brabant)
Drijvend ledikant bij Heijningen (Foto: Fotopersbureau Het Zuiden. Bron: Reg. Arch. West-Brabant)

Adriana overleeft de vreselijke ramp als enige en is waarschijnlijk aangespoeld op de Kraaiendijk. Ze moet iets vast hebben gehad waardoor ze kon blijven drijven.
‘Ik liep naar het huis van Kobus Sneep, op de Kraaiendijk, daar stond nog geen water. Ik moest mijn naam zeggen, omdat ik onherkenbaar verwond was. Bij Kobus Sneep mocht ik tussen de gezinsleden in komen liggen om weer op temperatuur te komen.
De eerste hulp kwam op gang, hulpbehoevenden kwamen in De Schakel in Fijnaart terecht, en later bij de nonnen in Roosendaal. Het Charitas-ziekenhuis was in aanbouw, en om besmettingsgevaar tegen te gaan werd ik opgevangen in één van de barakken. Het is niet te bevatten, soms dacht ik ‘was ik ook maar gegaan’.
Na de ramp is Adriana, omdat ze huis en haard kwijt was, ingetrokken bij zus Floor. Jarenlang heeft ze gedokterd met allerlei kwalen waar maar geen duidelijke oorzaak voor te vinden was. Tót haar zus vertelde wat voor vreselijks Adriana was overkomen. ‘Stop maar met vertellen’, zei de dokter. ‘Ik weet genoeg. Ik weet nu waar de klachten zijn ontstaan’…
Wat Adriana nog al eens stoorde was, dat er gezegd werd ‘Fijnaart is getroffen door een ramp’. Maar het is Heijningen dat zo enorm getroffen was.
Adriana vertelt verder: ‘Uit Fijnaart heb ik nooit iemand gehoord of gezien, maar vol lof ben ik over de toenmalige burgemeester van Willemstad, de heer Cor van der Hooft. We woonden dan wel in de polder van Heijningen, maar wel aan de Willemstadse kant. We hadden veel meer binding met Willemstad dan met Fijnaart. Binnen het kerkelijk leven was dat ook pijnlijk voelbaar. We hoorden bij Fijnaart maar kerkten in Willemstad. De Synode moest er zelfs aan te pas komen om ons gezin over te schrijven naar de Willemstadse kerk. Na de ramp werd er gezegd: ‘Als twee honden vochten ze om één been, maar de watersnood ging er mee heen’…
‘We hoorden dat de burgemeester van Willemstad veel telefonisch overleg voerde ten tijde van de ramp. Hij heeft veel verzet en heeft zich altijd met zorg en aandacht opgesteld. Hij heeft geregeld dat ik een foto van mijn man en kinderen kreeg. Die heeft hij laten maken van een aantal foto’s die andere mensen nog hadden. Ik had zelf helemaal niets meer. Ik kreeg een grote foto, en een kleinere. De grote foto heb ik na enige tijd toch maar weggehaald, want ik kan er niet goed naar kijken, het maakt me nog altijd zó van slag’.
Pas een maand na de ramp werd Adriana’s man Manus gevonden. Hij werd met de kindjes Manus en Maria begraven in Roosendaal. Burgemeester van der Hooft heeft er toen voor gezorgd dat ze in Willemstad zijn herbegraven in Willemstad.
Het viel voor Adriana niet mee om haar leven op te pakken. Het weduwepensioen wat er die tijd was kreeg ze niet, want ze was nog geen 40 jaar, en de kinderen hadden de ramp ook niet overleefd…
Gelukkig was er wel het Rampenfonds waaruit ze financiële steun heeft gekregen.
Na 16 jaar bij zus Floor te hebben gewoond hervond Adriana haar geluk enigszins. Ze hertrouwde met meneer van der Sijde. Maar na een huwelijk van 2 jaar en 8 maanden overleed ook haar tweede echtgenoot.
En nu, zestig jaar later is het nog steeds heel erg moeilijk. Met name de winterperiode is lastig. Adriana slaapt slecht. ‘Je bent zelf geen baas, je hebt het niet in eigen hand’. Soms hoort ze mensen zeggen ‘Ach, al wéér een herdenking moet dat nou, het is al 60 jaar geleden?’. Adriana heeft daar een korte maar krachtige mening over. ‘Ze weten écht niet wat ze zeggen, wat ik heb meegemaakt en wat zovelen hebben meegemaakt dat kun je gewoon niét onder woorden brengen’. Ook niet na 60 jaar. Dat gevoel kent niemand. Nu niet, en nooit niet. Adriana heeft de tranen in haar ogen. ‘Nee, ik heb niet echt geluk gehad’…

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!