skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic

'Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken.' Vredesbeweging zet gemoederen in Uden op scherp

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw Bhic
vertelde op 10 augustus 2022
bijgewerkt op 9 november 2022
De zussen Monique en José kregen het actievoeren met de paplepel ingegoten. Hun moeder zette zich in de jaren zeventig en tachtig met overtuiging in voor de vredesbeweging in Uden en omgeving en stuurde ook haar familie aan in het protesteren. ‘Als gehoorzame dochters gingen we mee’, vertelt Monique. Spannend vond ze dit wel. Als vredesactivisten kregen ze namelijk veel steun, maar ook onbegrip en tegenwerking van dorpsgenoten te verduren. Ook in hun eigen gezin zag je deze verdeeldheid.


Vrouwen voor Vrede in actie in Uden, begin jaren tachtig (foto's met dank aan José Louwers en Monique Thijssen-Louwers)

Vrouwen voor Vrede

‘Het allerergste wat we hebben gedaan’, herinnert Monique zich, ‘was tijdens de markt op maandagochtend door het centrum van Uden lopen, in het zwart gekleed, met wit geschminkte gezichten en stokken in de hand. ‘We zeiden geen woord.’ Ze krijgt er nog kippenvel van. ‘Dat zag er ook heel eng uit’, zegt José. Ze wijst naar foto van de stiltetocht die voor ons op tafel ligt. ‘Dat waren van die gymnastiekstokken, die hadden ze van mij geleend’, lacht ze. ‘Die waren aan de onderkant helemaal plat van het tikken.’ Samen met hun moeder gingen José en Monique tijdens deze tochten de pest in het dorp verkondigen. Die ‘pest’ was de (kern)wapenwedloop, de Koude Oorlog. Een vergelijkbare actie was het vormen van een stiltekring middenin het dorp. ‘Een half uur lang maar het leken er wel drie’, zegt Monique. ‘Met het gezicht naar buiten toe, richting het publiek. En dan stil staan en niks zeggen. En de lokale bevolking, hoofdzakelijk boeren, was het er helemáál niet mee eens. Zij vonden de vliegbasis bij Volkel hard nodig en begonnen ook te schelden, te zeggen dat we gek en idioot waren. “Je kunt beter een raket in de tuin hebben dan een Rus in de keuken”, dat soort opmerkingen. Dat vond ik heel moeilijk.’ ‘Oh ik vond het prima’, reageert José, terwijl ze een tas tevoorschijn haalt vol met administratie van de Udense vredesbeweging.


Vrouwen voor Vrede in actie in Uden, begin jaren tachtig



Bron: Collectie IAV-Atria, nr. A1334

De stiltetochten hebben vijf of zes keer plaatsgevonden. Stiltekringen deden ze vaker, dat ging wel maanden door. Deze acties werden georganiseerd door Vrouwen voor Vrede, een beweging die voor het eerst in Zwitserland in 1976 en daarna in verschillende landen op gang was gekomen, vanuit de verontrusting over de wapenwedloop en vanuit de gedachte dat vrouwen al veel te lang zaken betreffende oorlog en vrede, leven en dood, aan mannen hadden overgelaten. De moeder van José en Monique maakte kennis met Vrouwen voor Vrede toen ze nog bij het Katholiek Vrouwen Gilde zat. De overstap naar Vrouwen voor Vrede, waarvoor ze een Udense afdeling stichtte, was voor haar een manier om zich nog sterker maatschappelijk in te zetten. ‘Ze was het geleuter en bloemschikken zat’, zegt José.

Spanningen in het dorp en gezin

Monique vertelt dat hun moeder een groot rechtvaardigheidsgevoel had, zo erg dat ze er bijna zelf last van had. ‘De vrouwen van die leeftijd gingen emanciperen, te laat, en die waren heel erg fanatiek en losgeslagen. Daar hebben we ook wel last van gehad hoor, alle strijd tegen het Patriarchaat, daar werden we soms ook wel ziek van. Weet je wat het probleem is met die mensen: het zijn allemaal gelijkgestemden die met elkaar iets gaan doen, dus die denken dat de hele wereld zo in elkaar steekt. Zo waren veel van die vrouwen. Die verloren voor mijn gevoel het totaalbeeld uit het oog. José herinnert zich dat er ook veel vrouwen waren die in de theorie bleven steken. ‘Die waren voor hun gevoel heel feministisch en geëmancipeerd, terwijl ze aan hun vent nog geen verhoging van de alimentatie durfden te vragen. Nou, hoe geëmancipeerd ben je dan? En dan altijd dat opgeheven vingertje erbij…’ Monique vertelt dat ze eigenlijk alles deed wat haar moeder vroeg. Toen in Uden een wereldwinkel kwam, werd verwacht dat ze daar ging werken en dat gebeurde dan ook. José: ‘Daar ben je sterk van geworden, moet je maar zeggen.’


Vrouwen voor Vrede in Uden, begin jaren tachtig

Ook in het gezin leverde het actievoeren spanningen op, herinneren José en Monique zich nog. Hun moeder stemde SP, hun vader VVD. Het activisme van zijn vrouw heeft hem, als architect, destijds nog een opdracht van Houtbrox gekost, vertellen ze. ‘Een dikke klant!’ Later kreeg ook Monique, eveneens getrouwd met een architect, hiermee te maken. Net als haar moeder bleef ze actief in de vredesbeweging. In Uden sloot ze zich aan bij het Vredesberaad, dat eens per maand vergaderde in De Pul, een broeinest voor activisme. Ze vertelt over de keer dat haar man een opdracht kreeg voor een dakkapel bij een vriend in dezelfde straat. Die handelde in meubels in Roemenië. Na afloop van de klus werd nog wat nagepraat, de situatie in de wereld kwam ter sprake en toen ging het mis. Die klant begon mij te vertellen dat ik niks snap van de landen in Oost-Europa en de bewapening, dat we wel anders zullen piepen als de Russen komen. We waren vrienden, maar er ontstond toen bijna ruzie. Ik ben toen opgestaan en zei “als jij zo denkt, dan houdt onze vriendschap nu op en ga ik naar huis. Dat heb ik ook gedaan, maar er moest nog betaald worden en mijn man moest dus blijven. Toen hij later naar huis kwam, zei hij net als mijn vader ooit tegen mijn moeder: “zo houden we niemand over hè, zo kunnen we niet leven.” Later is de vriendschap hersteld, maar het onderwerp nooit meer aangesneden.’

Vrouwenverzetskamp bij vliegbasis Volkel

Ook in de omgeving van Uden is veel actiegevoerd en dan vooral bij vliegbasis Volkel. Als het IKV (Interkerkelijk Vredesberaad) of Pax Christi een demonstratieve fietstocht naar de basis organiseerde, met Pinksteren of tijdens de vredesweek (de derde week van september), dan gingen José en Monique mee. Later kwamen ze ook op het Vrouwenverzetskamp, een initiatief van Vrouwen voor Vrede. Dit kamp heeft bestaan van 21 januari tot 25 juni 1984 en lag, als je de basis naderde, rechts van de hoofdpoort. Dit initiatief moet onderscheiden worden van de Atoomvrijstaat, die toen verderop in de Trentse bossen werd gesticht als uitvalsbasis voor protesten tegen de kernbewapening. De bekende activiste Mariëtte Moors heeft er nog maanden gekampeerd. Die grond van Atoomvrijstaat is destijds per vierkante meter verkocht, waaronder aan José. Ze heeft er nog een paspoort van. Maar voor de rest was ze niet bij de Atoomvrijstaat betrokken. In het nabijgelegen Vrouwenverzetskamp was José contactpersoon voor onder andere de pers. De vrouwen van het kamp konden bij haar terecht om te bellen. 'Er waren geen gsm’s en ik had een auto', zegt ze. 'Ik heb nooit in het kamp gewoond, maar wel vele avonden tot diep in de nacht bij het kampvuurtje gezeten. Dat was ook omdat de tegenstanders meestal ’s nachts in actie kwamen.'


Oproep Vrouwenverzetskamp (bron: BHIC, archief Atoomvrijstaat Volkel)

Vrouwen voor Vrede stak veel tijd in de voorbereiding van het verzetskamp en keek ter inspiratie naar het in 1981 opgerichte Women's Peace Camp bij de RAF-vliegbasis Greenham Common in Engeland. In Volkel waren het studenten, velen van de universiteit in Wageningen, die de kar trokken. Dezelfde groep die destijds ook bij vliegbasis Woensdrecht het voortouw nam. Uit haar administratie pakt José een document dat toen werd uitgedeeld in het kamp, met instructies wat je moest doen als je werd opgepakt, wat je wel en niet kon zeggen tegen de politie, wat je rechten zijn. ‘Heb ik niet allemaal gelezen hoor. “Het zal wel”, dacht ik.’

Dat het kamp speciaal voor vrouwen was, had volgens José een groot voordeel. ‘Die vrouwen zijn samen veel sterker dan wanneer er mannen bij zijn, die willen vaak het voortouw nemen, bepalen wat er wel en niet gebeurt. En zeker de jonge vrouwen toen waren daar niet van gediend. Dit had ook zeker met emancipatie te maken.’ De vrouwen in het kamp verbleven in tenten die bestonden uit frames van stokken met eroverheen een paar dekens en vervolgens een laag plastic. ‘Ze stonken gruwelijk, lacht Rob, de zoon van Monique. Materialen en eten kregen ze uit de omgeving en tot hun verrassing konden ze hier en daar zelfs terecht om water te halen en te douchen. Maar dan nog bleef het behelpen. Om thee te maken ging je de berm in op zoek naar kruiden. Monique verbaasde zich toen al over het uithoudingsvermogen van al die vrouwen, die zich daar niet konden wassen, geen toilet hadden. ‘Mijn ding zou het helemaal niet geweest zijn. Het was toch een speciaal soort.’ José is het hier wel mee eens. ‘Het was een apart soort’. Enkelen waren volkomen paranoia en reden dan rond op hun fiets om te controleren of er nergens politie stond. Ze controleerden ook voortdurend of ze niet afgeluisterd werden. ‘Maar we waren helemaal niet interessant’, lacht José.

Wel kregen ze ook hier weer met veel onbegrip te maken. ‘Ze zijn helemaal gek, die wijven’, kregen ze dan te horen. Of ‘we weten waar je woont’, in een brief die bezorgd werd bij het kamp. ‘Dat is wel duidelijk, dacht ik toen, aangezien die brief hier in de bus ligt’, vertelt ze droogjes. Het was nog even spannend hoe de radicale actievoerders op het kamp, weliswaar een kleine groep, zouden reageren. ‘Gelukkig ging het allemaal zonder geweld’, vertelt Monique. ‘Ook toen die boeren van zich lieten horen, zijn ze rustig gebleven. Ik vind het heel goed dat ze dit zo deden.’ Maar ze hebben ook hekken van de basis opengeknipt en hiermee was Monique het niet eens. ‘Je moet geen dingen moedwillig kapot maken die van de hele bevolking zijn. We betalen er met z’n allen belasting voor.’


Kaart vliegbasis Volkel en omgeving, opgenomen in: 'Aktie Handboek Volkel, mei 1988' (bron: BHIC, archief Atoomvrijstaat Volkel)

Het personeel van de vliegbasis heeft nooit vervelend gedaan, ook niet als de vrouwen bij de poort demonstreerden. Dan kwamen ze vaak met koffie of bleven ze op een afstand kijken. José herinnert zich wel die vierkante blokken die daar lagen met NAVO prikkeldraad erop, met die scheermesjes, dat zag er toch wel eng uit. ‘Ik denk dat de militairen in de gaten hadden dat als ze ons vriendelijk behandelen, wij ook vriendelijk bleven,’ zegt Monique. ‘En ze zaten op gemeentegrond. Dar hadden ze niks te vertellen’, voegt José toe. ‘Ik fietste er veel rond, om de landingsbanen in de gaten te houden. Die fiets was volgeplakt met stickers, van het verzetskamp, de vredesbeweging, Vrouwen voor Vrede enzovoorts. Toen kwam ik eens een piloot tegen en vroeg hem wat hij zou doen als hij de opdracht zou krijgen om een bom op Rusland of Oost-Duitsland te gooien. Laat je die vallen terwijl je weet wat je aanricht? Daar heb ik geen antwoord op gekregen, want dat was een dilemma, dat vond hij heel moeilijk.’ Toen zei ik nog: ‘als jij het niet doet, doet een ander het wel.’. Hij begon wel over de stickers op de fiets:  ‘Ik heb ook hele mooie van ons squadron’, plak je die er ook op? Ik zeg: “als ik die van jou krijg dan plak ik ‘m ernaast. En dat heb ik toen gedaan. “Zo, die is weer tevreden”, dacht ik.’ Monique: ‘het zijn gewoon ook mensen hè, die zo’n opdracht krijgen.’

In juni 1984 is het vredeskamp opgeheven. Burgemeester Schampers nam deze beslissing omdat hij de veiligheid van de vrouwen daar niet meer kon garanderen. José herinnert zich nog dat de boeren uit de omgeving toen wel heel vervelend werden: met de mestkar over het kamp, een lading rode bosmieren loslaten, een caravan omgooien en in de fik steken...

Later is Rob nog eens met zijn nichtje op de locatie van het kamp geweest voor een demonstratieve picknik, in een reactie op de ontruiming van het kamp. Hun oma, nog steeds een activiste in hart en nieren, nam haar kleinkinderen mee. Rob: 'Wij stonden daar vijf minuten en toen kwamen de ME-bussen. Iedereen werd ingeladen en naar het bureau gebracht, mijn nichtje ook. Die was toen 6 of 7 jaar. De deur mocht daar wel op een kiertje blijven, omdat zij nogal over de toeren raakte. In mijn beleving hebben we daar een half uur gezeten, maar het kan ook tien minuten zijn geweest. Toen kwam een agent en mochten wij naar buiten, met als gevolg dat mijn nichtje nog verder overstuur raakte want we wisten de weg naar huis niet. Ik wel gelukkig. Maar we mochten in ieder geval niet naar opa toe. Die mocht van de hele actie niets afweten.'

Bronnen

Reageren

Reageer hieronder en deel je herinneringen aan de protestbewegingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig. Ook zoekt het BHIC voor dit thema foto's en ander oud materiaal, om op de site te plaatsen.

Deel verhalen en foto's

Bekijk ook

Protest in Brabant

Reacties (2)

Monique Thijssen Louwers zei op 16 augustus 2022 om 09:06
Mooi Thijs!!
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 17 augustus 2022 om 09:06
Jullie bedankt, Monique, ook voor het lenen van alle documentatie over Vrouwen voor Vrede Uden, het Vrouwenverzetskamp, de foto's... Goed dat deze verhalen worden bewaard! Hartelijke groet ook aan José, Rob en Piet.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.