skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Jaël Jonkman
Jaël Jonkman RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Jaël Jonkman
Jaël Jonkman RA Tilburg

Mijn vader de kraker: 'nooit vragen, gewoon helpen'

Bij de vorige kroning voerde Mart Mulder harde actie. Nu niet meer. En zijn dochter Vera ook niet.


Foto's: privéarchief Vera Mulder

Wij hebben dat heilige vuur niet, mijn broers en ik. Onze hele generatie niet trouwens. We hebben wel meningen, maar we stáán nergens voor. We verenigen ons niet, we vechten niet voor wat we willen. We zouden de straat op moeten gaan. Harde actie, solidariteit. We zijn te passief. Er is zoveel te bestrijden: jeugdwerkeloosheid, bezuinigingen op de studiefinanciering. Maar we ondernemen helemaal niks, want we zijn te lui om voor de duvel te dansen. De tegenbeweging takelt af en we doen niks om het te stoppen.

Aldus mijn vader. Mijn vader was een kraker. Een rebel, die in de jaren tachtig al stenen gooiend door Den Bosch rende in een strakke spijkerbroek, zijn jezuslokken wapperend in de wind. Maar die barrièretijger is al lang niet meer, dus waar heeft hij het toch over? Mijn vader, de man met wie ik als klein meisje parfum maakte door rozenblaadjes uit de tuin in een flesje water te doen. De man die me meenam naar de bioscoop voor Spiceworld: The Movie van de Spice Girls. De man die onze goudvis Sharky een waardige uitvaart gaf achter het huis, met een grote venusschelp als grafsteen. Papa. De man die niet gaat demonstreren tijdens de troonwisseling dit jaar.

Tijdens de inhuldiging van Beatrix reisde een deel van de Bossche kraakbeweging af naar Amsterdam. Geen woning, geen kroning! Een ander deel, onder wie mijn vader, bleef in Den Bosch. Ze voerden actie, kraakten panden en maakten hun punt. In sommige van deze panden wonen nu nog steeds krakers. Dit jaar, tijdens de inhuldiging van Willem-Alexander, gaat papa tuinieren. Hij heeft net nieuwe tegels in het terras gelegd, daar moet nog wat extra zand tussen, want het heeft zo gewaaid de afgelopen weken. En hij gaat wat klimop rond de schutting wikkelen. Klimop. Waar is zíjn heilig vuur gebleven?


Links: kraakpand no. 2 van Vera’s ouders, 1980-1987. Ze trouwden er en de oudste zoon werd er geboren. Tegen de achterkant: de zelfgebouwde wc van golfplaten

Ogen uit kassen lepelen

Mijn vader werd in 1955 geboren als één na jongste van het slagersgezin Mulder. De meeste van zijn broers heetten Anton, of een variatie daarop. Mijn vader niet. Die heet Mart. Hij is niet alleen volledig vernoemd naar zijn ontzettend katholieke vader, maar draagt ook alle doopnamen van zijn moeder. Achttien lettergrepen telt zijn naam. Hij groeide op in Deuteren, een volkswijk met kleine arbeidersom woningen in Den Bosch. Mijn opa werkte lange dagen op het slachthuis. Oma zorgde voor de kinderen. Als er muziek aanstond, dan waren het schlagers. Een Perzisch kleedje en een tinnen asbak op de eettafel, dat lag in de lijn der verwachting voor mijn pa. Niet een huis met dichtgemetselde ramen, een geïmproviseerde douche in de gangkast en een naar Jethro Tull vernoemde Duitse dog achter de deur.


Mart Mulder als kleine volksjongen

Toen papa twaalf was, moest hij voor het eerst met zijn vader mee om te werken op het slachthuis. Zijn kleine handen waren sindsdien standaard kapot van het henneptouw waarmee hij dagenlang kalfspoten aan elkaar zat te binden. School was vanaf die tijd facultatief; als er moest worden gewerkt, werd er gewerkt. Pas toen mijn vaders eigen zoons twaalf waren, besefte hij wat de impact was geweest van het werk dat hij toen moest doen. Je bent nooit oud genoeg om op een slachthuis te werken. Het eerste jaar deed hij ‘licht’ werk. Afgesneden lichaamsdelen vastbinden, ogen uit hun kassen lepelen, tongen lossnijden. Vanaf zijn dertiende slachtte hij mee. Overall en sloof aan, kalf naar zijn sterfplaats leiden, pin tussen de ogen schieten, kalf klapt op de grond, ketting aan de achterpoot binden, omhoog takelen, keel doorsnijden, leeg laten bloeden, kop en poten eraf. Thuis stond elke avond kalfsvlees op tafel. Opa gaf mijn vader regelmatig een pak op zijn flikker. Hij was autoritair, de kinderen gehoorzaamden.

Toen mijn vader naar de middelbare school ging, veranderde die volgzaamheid in rebellie. Hij werd aangenomen op de Rijks- HBS en maakte kennis met andere dingen. Spannende dingen, linkse dingen. Zijn stijl veranderde. Het stuur van zijn Tomos moest zo hoog mogelijk, zijn broeken zo afgesleten mogelijk. Al zijn geld ging op aan shag en platen. Led Zeppelin, Jethro Tull, Roxy Music. Zijn moeder vond het verschrikkelijk, wilde dat hij nette kleren aantrok en zijn haar in bedwang hield. Als hij dan toch lang haar moest hebben, dan kon hij het toch op zijn minst netjes dragen, zoals de Bee Gees, of Dennie Christian. De band tussen mijn vader en zijn vader bleef verslechteren naarmate pa ontdekte wat de wereld buiten Deuteren inhield. De wereld zonder gezag.

Buitensporige feesten

Pa begon uit te gaan, naar concerten, naar kroegen. Als tegenhanger van schoolvereniging Odios (‘ontspanning door inspanning op school’) begon hij met vrienden schoolvereniging Bacchus en Pampus, die zijn naam eer aandeed met buitensporige feesten. Tijdens carnaval in 1975 kreeg mijn vader verkering met mijn moeder, een half-Surinaamse schone. De vader van mijn moeder, een beroepsmilitair, moest in eerste instantie niks van hem hebben. Hij zou uit een verkeerd milieu komen, hij vocht, dronk, rookte, droeg een brommerhelm met zwart gelaatsscherm. Strakke broek, leren jack, slordige baard. In zijn oor zat een zilveren ring, op zijn borst rustte een ketting met een adelaar eraan. Uitschot.

Als ik mijn vaders uiterlijk van tegenwoordig zou moeten beschrijven, kom ik uit op een kruising tussen de Hulk en een piraat. Breed en sterk, pretoogjes achter brillenglas, een bandana om zijn hoofd als de zon schijnt. De jezuslokken zijn decennia geleden verloren gegaan: onder die bandana zit een zilveren coupe Lambik. De oorbel en de ketting zijn gebleven. Laatst zei hij: ‘In grote lijnen ben ik niet veranderd sinds de jaren zeventig. Spijkerbroek en een T-shirt.’ Leuk geprobeerd, pa.


Mart Mulder (tweede van links) in dienst, 1976/1977

In de winter van 1976 moest mijn vader in dienst. Als jongeman, die intussen bijna overal tegen was, had hij moeite zich neer te leggen bij zijn dienstplicht. Hij probeerde zich af te laten keuren op zijn knieën, maar die waren niet slecht genoeg. Uiteindelijk zat hij zijn tijd op de kazerne van Grave uit, waar hij onverwachts ontdekte dat hij een talent had voor schieten. Hij werd gepromoveerd tot richter eerste klas en schutter eerste klas. Toch is het voornaamste wat hij leerde in het leger: wie goed camoufleert, leeft langer. En zo gebeurde het dat hij het grootste deel van zijn diensttijd peukies lag te roken tussen een berg camouflagenetten.

Eind 1977 mocht hij naar huis. Gedreven door de opvattingen die hij tijdens zijn jeugd in de volkswijk, op de middelbare school en in dienst had opgedaan, schreef mijn vader zich in voor de sociale academie. Mijn moeder werkte intussen op de afdeling marktonderzoek van de Marsfabriek in Veghel. De onophoudelijke conflicten tussen mijn vader en opa dwongen mijn vader al snel na thuiskomst van de kazerne uit huis te gaan. Kamers in Den Bosch waren schaars en niet te betalen, en om een woning te kunnen huren moest je al jaren ingeschreven staan bij de woningbouwvereniging. Werk was er nauwelijks. Pa ging langs het Jongeren Advies Centrum (JAC) en won daar informatie in. Als hij onder vaders vleugels uit wilde, was kraken zijn enige optie. Er waren verschillende woongroepen in de stad waarbij hij zich kon aansluiten, maar het commune-achtige stond mijn ouders tegen. Of zoals ma het formuleerde: ‘Ik wil best kraken en op een emmer poepen, maar dan wel op mijn eigen emmer.’

Dit artikel is eerder verschenen in Vrij Nederland (27 april 2013).

Klik hier voor het vervolg

Reageren of oud materiaal sturen

Heb jij nog levendige herinneringen aan de protesten en jeugdcultuur van de jaren '60, '70 en '80? Reageer dan hieronder, deel je herinneringen en vul deze pagina aan. Of stuur ons foto's en ander oud materiaal, om op de site te plaatsen. Klik hier voor alle contactmogelijkheden. Of mail direct naar info@bhic.nl

Meer over protest en jongeren in de jaren '60, '70 en '80

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!