skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic

Sociale Academie en studentenacties

Met de studentenacties in Parijs in 1968 brak ook voor Nederland een turbulente periode aan. Net als in de rest van het land is in Brabant volop actiegevoerd. Miek van Dongen en El Versantvoort kwamen in 1975 naar Den Bosch en daar terecht in de wereld van kraken, vredesactivisme en feminisme. Uit hun verhalen blijkt de verwevenheid van deze bewegingen en hoe jongeren het voortouw namen.


De nieuwe Sociale Academie in Den Bosch, Nachtegaalslaantje, 1973 (Bron: collectie Erfgoed 's-Hertogenbosch, nr. 0058861) Klik om te vergroten

Eerste daden van verzet

We staan eerst stil bij de 'bagage' waarmee Miek en El in de stad arriveerden. Gaat hun kritische houding en maatschappelijke betrokkenheid verder terug of kwam deze pas tijdens hun studiejaren tot uiting? Hoe zijn zij in die actiewereld terechtgekomen? Immers vele jongeren hebben de woningnood aan den lijve ondervonden en verlangden naar een nieuwe wereld, maar zij beklommen niet allemaal de barricade.

Miek vertelt over haar jeugd in Gemert: ‘Ik dacht altijd naar de PA (Pedagogische Academie) te gaan. Dat vond mijn moeder zeer de moeite waard, want zij had zelf een jaar op de kweekschool gezeten. Maar op vier havo dacht ik er heel anders over. Ik wilde iets met de maatschappij doen. Maatschappelijk werk? Dat is vooral pleisters plakken, kwam ik al snel achter. Opbouwwerk leek me wat meer een richting waar een verandering te maken is. Dus toen waren die sporen er al wel, dat ik voor mijzelf moest opkomen én die aandacht voor de maatschappij. In Gemert heb ik toen nog met anderen De Streek opgezet, een alternatief nieuwsblad naast de bestaande lokale krant. Ons blad heeft lang bestaan. Wij wilden aan eigen nieuwsgaring doen, want de oudere lokale krant, gedrukt door Van Helvoirt, vonden wij te veel een vertegenwoordiger van de gevestigde orde en middenstand. Politiek gezien was in ons dorp van alles gaande, zoals een werkgroep Gemeentepolitiek, een flink linkse groepering. We vonden dat óók dit aandacht verdiende. Dus daar is het begonnen. Ik ontdekte dat je het recht in eigen handen kunt nemen.'

El groeide op in Uden en was in haar jonge jaren betrokken bij De Pul. 'Dat was een poppodium, echt voor muziekliefhebbers. Er kwamen beroemde bands', vertelt ze. 'Ook was het wel een links bolwerk. Als er iets was van activisme, anti-kernenergie bijvoorbeeld, dan was het wel in dat wereldje. En daar was ik met name in de jongerensociëteit van De Pul actief. "Pampus" heette dat geloof ik. Daar had je van die soos avonden, voor alles wat niet De Pul in mocht, de jeugd van twaalf tot zestien jaar. Ik vond het leuk om activiteiten met jongeren te doen en was ook zelf nog heel jong. Net als Miek wilde ik altijd al onderwijzeres worden en ook mijn moeder had dat geweldig gevonden. Maar toen wilde ik naar de Sociale Academie. Dat vond ze niks, tot ze erachter kwam dat je er ook maatschappelijk werker kon worden. Want daar kende ze er een van, die moeilijke gezinnen hielp. Dat was wel mijn eerste daad van verzet, zo heb ik het altijd gevoeld. Mijn ouders vonden het dan wel prima - ze vonden dat hun kinderen mochten kiezen omdat zij dat zelf niet hadden gekund - maar ik voelde die keuze echt als een overwinning. Want eigenlijk had ik niet zoveel lef.'


Jongerensoos & Poppodium "De Pul" in Uden, 1989 (Foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord Brabant, bron: collectie BHIC, nr. PNB001067500) Klik om te vergroten

Sociale Academie

In 1975 kwamen El en Miek naar Den Bosch, waar zij elkaar ontmoetten op hun eerste studiedag op de Sociale Academie. Sindsdien zijn zij vriendinnen. Ze waren zeventien, wilden op kamers en vonden ook vrij snel een kamer. Miek vond een hospita, maar stond binnen drie maanden op straat omdat ze op ongezette tijden midden in de nacht thuiskwam of iemand meenam. 'En dat was allemaal niet de bedoeling hè', lacht ze. 'Ik ging er langs om iets op te halen en toen zat de deur op de knip. Na gebons en gebel deed de eigenaresse open. De huur was per direct opgezegd. Toen ging ik naar een 'vrij huis', een huis zonder hospita', zegt ze.

El vond op het Hinthamereinde in een kamer. Eenmaal op de Sociale Academie was het wel even wennen, vertelt ze. 'In begin vond ik het eigenlijk helemaal niet zo leuk. Nou ja… ik vond het doodeng. De mensen daar wisten allemaal wat ze wilden en waren zo welbespraakt. Dat was wennen. Gelukkig kwam ik meteen in een leuke groep en dan went het snel.' De academie bestond nog niet zo lang en er moest nog over van alles nagedacht en gediscussieerd worden. Hoe vaak moeten studenten aanwezig zijn bijvoorbeeld. 'Dat ging allemaal heel democratisch', herinnert El zich. Miek vult aan dat ze overal over mee mochten denken, zoals over de missie van de academie, en dat dit ook werd verwacht. 'Je had formele participatie, zoveel uren aanwezig, en actieve participatie, dus waar doe je aan mee. Ik zat in een clubje waarin we uitgangspunten gingen formuleren met alle studenten en docenten. We hebben toen besloten dat de academie zou uitgaan van het marxisme.'

Bezetting Heetmanplein en andere acties

Eenmaal in Den Bosch ging het snel. Ongeveer een maand na het begin van hun studie namen zij al deel aan een eerste grote actie. Met andere studentengroepen hebben zij toen het Heetmanplein bezet. (Lees hierover ook dit verhaal van een oud-actievoerder.) Dat was wel een unicum, dat studenten van de Kunstacademie, de Sociale Academie, de HAS en HTS zo samen optrokken voor een protesten. Docenten deden niet mee met zulke protesten of met kraakacties.


Willemsplein met koningsweg en de vander Does de Willeboissingel, april 1965. Toestand voor reconstructie in verband met uitvoering plan Heetman (Heetmanplein). (Foto: Fotopersbureau Het Zuiden, bron: collectie Erfgoed 's-Hertogenbosch, nr. 0077148Klik om te vergroten



Het Wilhelminaplein / "Heetmanplein" in Den Bosch, gezien vanuit de toren van de PNEM, april 1968 (Foto: Fotopersbureau Het Zuiden, bron: collectie Erfgoed 's-Hertogenbosch, nr. 0021695) Klik om te vergroten

Het netwerk rondom de Sociale Academie en de Kunstacademie was voor deze actiebeweging heel belangrijk. Toen de studenten van de Sociale Academie in 1976 een eigen soos kregen - El en Miek kwamen allebei in het bestuur - werd het gemakkelijker om de activistische studenten te verenigen. Er was op dat moment namelijk nog geen kraakcafé. Wel had de HTS bijvoorbeeld een sociëteit aan de Orthenstraat, en de HAS eentje aan de Orthenpoort. Elke sociëteit had een eigen cultuur. Zo was er jaarlijks een ongeschreven onderlinge 'strijdjacht'. 'Dan gingen we bij elkaar een trofee halen voor de sociëteit', vertelt Miek, 'en die werd later weer terug veroverd of teruggebracht.'

We moesten in alle stilte zo’n pand betrekken

Ik vraag hoe ze bij het kraken betrokken raakten. ‘We hadden geen telefoon of zo hè. We organiseerden ons vanuit het ontstane netwerk en de woongroepen. En we ontmoetten elkaar verder ook in de soos. Daarnaast was het JAC (Jongeren Advies Centrum) een trefpunt. 'In ons tweede jaar aan de academie moesten wij projectonderwijs doen en daarvoor gingen we naar het JAC', vertelt ze. 'Daar vormde zich een kleine groep die ging kraken, een stuk of acht mensen en een paar van de Sociale Academie en de Kunstacademie.' Het ging om een klein pand in de Korte Putstraat. Eerst was er de voorkraak: een ruitje intikken en de eerste dingen neerzetten. 'We moesten een ruitje intikken om binnen te komen en dat moest zachtjes gaan. Daar hadden ze trucs voor, dat het glas niet zou gaan rinkelen. Er was iemand bij die kon glassnijden. Dat was een belangrijke vaardigheid om te kunnen kraken. We moesten in alle stilte zo’n pand betrekken.’ Na deze voorkraak kwamen de anderen, om schoon te maken en het pand bewoonbaar te maken. Daar was een heel draaiboek voor. Formeel moesten we vervolgens 24 uur in zo'n pand verblijven voordat de kraak bekend mocht worden. 'Want anders mocht de politie je er zo uitgooien. Bij het kraken kwam het voor dat je in zo'n pand kapotgeslagen sanitair tegen kwam, een truc van de gemeente om het kraken ervan te voorkomen', herinnert Miek zich.

El en Miek zijn bij diverse kraakacties betrokken geweest, ook nog ruim vóór de Bossche kraaklente van 1978. Ze noemen de acties van de woongroep aan het Emmaplein, die na de ontruiming door de ME tijdelijk onderdak vond in een kapel van de Sint-Jansbasiliek en uiteindelijk het oude Redemptoristenklooster aan de Jozefstraat kraakte.  Hun rol was ondersteunend en zelf hebben zij nooit in een kraakpand gewoond, aangezien zij al een kamer hadden. 'Maar er was echt woningnood, veel mensen zochten een woning of kamer. En het was natuurlijk te gek dat projectontwikkelaars allerlei woonruimte braak lieten staan totdat er nieuwe plannen voor ontwikkeld waren. Het was tijd voor actie! Er was veel werk te verzetten om een kraakpand te verwerven en te behouden. Krakers moesten ook afgelost worden. Daarnaast hielpen wij bij de schoonmaak van net gekraakte panden, om ze bewoonbaar te maken, eten koken (want er was nog geen gas en elektra) en bij het voorbereiden van kraakacties en het bepalen van de strategie. Of we zorgden ervoor dat er bijvoorbeeld een busje geregeld werd om snel spullen te verplaatsen. In eerste instantie hadden we hiervoor bakfietsen. Die kon je huren.’


Kraakgroep Den Bosch in actie, ca. 1978 (Bron: collectie BHIC) Klik om te vergroten

'Kun jij geen thee halen?" Opmars van de kraakvrouwen

Later trad in deze actiecultuur ook het feminisme steeds nadrukkelijker op de voorgrond. ‘Deze beweging kwam er het eerste bij naast het kraken’, herinnert Miek zich. 'Je las dan bijvoorbeeld Anja Meulenbelt en al vrij snel begonnen we ook als vrouw op te komen voor onze rechten. Vrouwen waren meer met hun eigen lijf bezig: "Ik ben van mezelf", was zo’n leus. "Mijn lijf is van mij en ik ben van niemand". En zo veranderde ook onze rol in de kraakbeweging, vertelt El. 'Niet alleen de mannen hoefden alles te verzinnen of te doen, dat konden wij vrouwen ook prima. Dus óók met hout werken, glas snijden, banden plakken, aan auto's klussen. Als we verkondigen dat mannen en vrouwen gelijk zijn, dan moeten we het zelf ook gelijk doen. Dus dat je méér deed dan alleen koffie verzorgen. Dat is de reden dat ik toen cursussen elektrotechniek heb gevolgd', zegt El. 'Zodat ik bijvoorbeeld mee kon bouwen aan een nieuwe, illegale radiozender, de Vrouwenradio (we gebruikten daarvoor toen de zender van Radio Vrij Den Bosch). Dat was best ingewikkeld maar uiteindelijk konden we het. Nu was dit allemaal niet zo groot en schokkend voor die activistische kringen waarin wij leefden, zoals die rond de Sociale Academie, maar ook binnen die actiewereld moest je als vrouw voor jezelf opkomen. "Hee kun jij geen thee halen?" "Kun jij dit niet allemaal opschrijven’? Die mannetjes waren er wel', lachen ze. 'Die konden mooie dingen zeggen over emancipatie en feminisme, maar in de praktijk ging het zeker niet altijd zo.'

Helemáál mee met het feminisme gingen Miek en El overigens niet. Aanvankelijk hadden zij geen contact met Dolle Mina's, of met de vrouwen van Brood en Rozen. Als 'kraakvrouwen' waren we meer autonoom en anarchistisch, en minder in het zicht herkenbaar voor de vrouwenbeweging. Toen vanuit Brood en Rozen de behoefte ontstond aan een eigen pand voor allerlei emancipatie-activiteiten, werden de vrouwen uit de woongroep van het gekraakte Redemptoristenklooster aan de Jozefstraat gevraagd om samen een Vrouwenhuis te kraken aan het Stationsplein, en kwamen die twee werelden samen, de kraakbeweging en de vrouwenbeweging. Al lagen er wel degelijk verschillen. Miek herinnert zich nog dat zij voor de Vrouwenradio in het Vrouwenhuis kwam om daar Joke van der Beek te interviewen. 'Zij was wethouder en zat óók in dat vrouwenhuis. Ik moest dat scherp maken, dat het daar wrong. Neem nou de gekraakte Pedagogische Academie (PA). Joke had tegen het behoud van de PA gestemd maar kwam wel in het Vrouwenhuis, een kraakpan, feestjes vieren.' Miek doelt hier op vrouwen die meegingen in de vrouwenbeweging, maar tegelijkertijd actief bleven in de bestaande politieke structuren. 'Zo was er een lijntje van Brood en Rozen naar de Rooie Vrouwen van de PvdA', zegt ze. 'Dat denken vanuit de gevestigde orde, dat wilden wij niet doen.'

Ook kwamen er steeds meer vrouwen voor uit dat ze lesbisch zijn. De lesbische en homobeweging waren best groot, herinneren El en Miek zich nog. 'Soms had je het gevoel: ik ben niet lesbisch, o help dan hoor ik er niet bij!', lacht El.

Meer actie dan demonstraties

Miek en El zaten er voor hun gevoel een beetje tussenin. Ze waren te vinden in het vrouwenhuis, hadden een vrouwenpraatgroep en zelfhulpgroep, waren betrokken bij de oprichting van een vrouwenopvanghuis en van een vrouwengezondheidscentrum. Ze bekeken bijvoorbeeld ook hoe huisartsen wat vrouwvriendelijker kunnen zijn. Ook hebben ze meegelopen met een heksennacht. 'Dat was wat meer demonstratief', vertellen ze. 'Dat deden wij ook wel, vanuit de kraakbeweging. Maar ik denk dat we meer in de actie zaten dan in demonstraties, vertelt El.' Maar ook dat is niet het hele verhaal. Miek bekijkt nog eens de foto's die op de tafel tussen ons in liggen: 'Wat ik ook leuk vind hieraan, is dat je kunt zien dat we ook gewoon lol hadden en van een feestje hielden. Het was niet alleen maar actievoeren.'

Bron: interview van de auteur met El Versantvoort en Miek van Dongen (2022)

Reageren

Reageer hieronder en deel je herinneringen aan de protestbewegingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig. Ook zoekt het BHIC voor dit thema foto's en ander oud materiaal, om op de site te plaatsen.

Deel verhalen en foto's

Boek over de Bossche beweging

Eind oktober 2023 gaat een boek over de opstandige jaren 1975-1985 in Den Bosch verschijnen. Makers zijn journalist Eric Alink en documentalist Gertjan van Beijnum, die beiden actief waren in de toenmalige beweging. Verder bestaat de redactie uit sociaal historicus Frans Van Gaal, vormgever Maarten Sterneberg en Rob Koolen. Heb je verhalen of beeldmateriaal uit die tijd? Stuur een berichtje aan denboschinbeweging@gmail.com. De makers nemen contact met je op. Je kunt je ook aanmelden als je te zijner tijd extra info over het boek wil.

Bekijk ook

Protest in Brabant

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!