skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Saskia Green
Saskia Green Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Saskia Green
Saskia Green Bhic

Thuis op de Sluis (1)

Omdat het thuis niet leuk was ben ik op mijn 11e uit huis geplaatst. Zeven jaar heb ik op een internaat doorgebracht. Nu heb ik tijd genoeg om uit te zoeken wat er is misgegaan met mijn voorouders in vaders lijn: de familie Deenen–Slechts. Deze zoektocht laat zien dat je geschiedenis meer met je doet dan je vermoedt.

1962 Ad Deenen

Stuw Belfeld en mijn geboortehuis
Stuw Belfeld en mijn geboortehuis

Mijn naam is Ad Deenen. Ik ben in 1962 geboren in een diensthuisje naast een sluis. Vlak daarna is dit huis afgegraven om plaats te maken voor de volgende sluis. Waar mijn vader kwam werken. We woonden daarna wéér in een huis van Rijkswaterstaat, ook weer van alle gemakken ontdaan.

Ad, tante Marietje en oma Dingen op een Brabantse kermis
Ad, tante Marietje en oma Dingen op een Brabantse kermis

In 1970 reden we met het gezin in een DAF gepropt naar opa Van Zoest in Breda. Door het raampje zagen we de Zuid-Willemsvaart. Vader vertelde trots over alles wat hij zag. De eerste keer dat we merkten dat er een wereld was buiten ons eigen gezin. De snelwegen, een kanarie bij opa in de volière, de hartelijkheid van de mensen. De koffietafel. Zo anders dan de kilte, de ruzies en het geschreeuw bij ons thuis. Mijn vader is altijd een vreemde voor mij gebleven en ik heb me nooit thuis gevoeld aan de sluis. Ik ging op onderzoek uit. Mijn vaders familiegeschiedenis bleek niet alleen Bourgondisch te zijn. Er zat ook veel oud zeer en ermoej.

 1921 Wim Deenen

Wim Deenen
Wim Deenen

Mijn naam is Wim Deenen, ik ben sluiswachter en de vader van Ad. Ik ben in 1921 geboren in Den Bosch. De dienstwoning in St. Andries waar mijn ouders woonden is in 1945 door de Duitsers opgeblazen. Dat heeft mijn levenslange haat opgeleverd. Maar zo kwam ik in Lith terecht waar ik in 1950 ben gehuwd met Mien van Zoest. We zijn daarna eerst bij andere mensen ingetrokken vanwege de woningnood. Tot we onze eigen dienstwoning kregen.

Een gezellige knappe Brabantse man mag ik wel zeggen. Met vreemden kan ik goed overweg en ik ben ook graag onderweg. Op zijn tijd rook ik een sigaar. Ik ben echt de verpersoonlijking van “De contente mens uit de Kempen”.

Wat kan ik nog meer over mezelf vertellen dan dat ik graag zult eet? Mijn werk bestaat gelukkig niet meer uit het met de hand opendraaien van de sluisdeuren. Dat deed vroeger erg pijn aan mijn rug. Nu zit ik elke dag in een torentje met druktoetsen om de sluizen open en dicht te doen en ik heb een microfoon om de schippers te commanderen. Het is niet zo dat ik de godsganselijke dag sigaren rook en sterke verhalen vertel. Ik hou ook elke dag de waterstanden bij, die worden elke dag op de radio omgeroepen. Maasbracht, Belfeld, Sambeek, Grave. De kinderen moeten dan hun bek houden.

Elektriciteit heeft het werk op de sluis helemaal veranderd. Onze sluis is goed verlicht. Zo kunnen schippers dag en nacht doorvaren. Helaas moeten wij, sluiswachters, daarom in ploegendiensten werken. Bij wijze van spreken; de ene week moet ik om 8 uur beginnen, daarna om 16 uur en daarna om 24 uur. Ik heb dan ook het liefst dat de kinderen weg blijven. Hou oew bakkes of ik sloa d'rop. Dat hielp altijd. En vrienden? Nehhh, hooguit één. Alleen broers en zussen van mijn vrouw en van mij zijn thuis welkom.

Pas later werd bekend dat sociale isolatie en stress een gevolg zijn van deze wisseldiensten. Je slaapt nooit echt, je bent nooit echt wakker. Was ik daarom altijd zo moe en chagrijnig tegen mijn kinderen? Had ik daarom woede-aanvallen tegen mijn vrouw? Heb ik daarom grenzen overschreden die onvergeeflijk zijn? Of lag het toch aan mijn vader?

1892 Henk Deenen

Mijn naam is Henk Deenen en ik ben de vader van Wim. Ze noemen me Harrie. Ik ben in 1892 te Berlicum geboren. Ik ben een sluiswachter. Ik heb op veel plaatsen gewerkt, in Brabant sluis 1, 12, 13, Berlicum, Rossum, in Amsterdam en als eindhalte Maastricht. Steeds maar weer verhuizen maakte me snel oud. Ik zal de 65 niet halen.

Rond 1920 hebben veel schepen zeilen en de verlichting op de sluizen is schaars. De sluisdeuren en ophaalbruggen zijn moeilijk te bedienen. Dat maakt het werk erg zwaar en gevaarlijk. 's Nachts wordt er daarom niet gewerkt, en je kunt een boete krijgen als je toch stiekem een schip doorlaat.

Henk en Marie Deenen-Dingen met een zoon op sluis St. Andries
Henk en Marie Deenen-Dingen met een zoon op sluis St. Andries

De overheid wil voorkomen dat sluiswachters zich teveel thuis voelen op hun sluis, en dus moeten we steeds verhuizen. Je ziet dan wel wat van de wereld, maar je kunt geen vriendschappen onderhouden. Familie die ver weg woont is het enige wat je overhoudt.

Ik ben in 1920 in Den Bosch getrouwd met Marie Dingen uit Den Bosch. We hadden drie zonen en voor de rest dochters. Helaas zijn twee zonen verdronken. Zelfmoord is een van de onderwerpen waar we niet over spreken. Net als verantwoordelijkheid. Je weet wel; de mantel der liefde bedekt veel.

In 1929 stopt Nederland officieel met het discrimineren van katholieken. Maar heeft Rijkswaterstaat excuses aangeboden? Of zich voorgenomen de komende 300 jaar de goede baantjes alleen aan katholieken te geven? Of eindelijk met een compensatie te komen voor het land dat ze hebben onteigend? Tot die tijd gaan we niet meer met protestanten om.

Het is trouwens ook onmogelijk om te toetsen of wat je voor je kinderen doet ook goed is. En de kinderen hebben ook nooit een echt thuis. Of ze verhuizen steeds mee of ze moeten ergens worden ondergebracht. Mijn zoon Wim stuurde ik als kind maar naar een internaat voor paters. Eén kind is voor God, toch? Ze krijgen dan een goede opleiding. Een goede school hadden we zelf nooit kunnen betalen. Komt hij de eerste de beste keer weer terug naar huis. Iemand had nare dingen met hem gedaan. Volgens mij schaamde hij zich kapot. Uiteraard hebben we het daar nooit meer over gehad. Met de mantel der liefde bedekt, …. De vrouw van mijn zoon Wim ziet me niet graag. Ze heeft pas haar vierde zoon naar mij vernoemd. Ze komen ook nooit op bezoek. Dat doet pijn.

Verder terug in de tijd?

Lees hier deel 2

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!