skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg

Wielrenners uit ’t Heike (1)

Daniel Gevers van Endegeest, een militair die veel tekeningen maakten tijdens zijn verblijf rond 1831 in Noord Brabant, verbleef ook enige tijd in West- Brabant. Hij maakte daar ook tekeningen van ’t Heike. Bij deze tekeningen hoort een verhaal dat laat zien dat de huidige weelde niet vanzelf tot stand is gekomen. Tevens een verhaal dat mij als wielerliefhebber uitermate aanspreekt.

Het Heijke of klein Amsterdam (D. Gevers van Endegeest, 1831. Bron: Atlas van Stolk 41921)
Het Heijke of klein Amsterdam (D. Gevers van Endegeest, 1831. Bron: Atlas van Stolk 41921)

Het huidige Sint Willebrord werd tot 1841 ‘t Heike genoemd, en soms nog steeds. Het Heike was een plaatsje met marskramers, scharenslijpers en zwervers; rauwdouwers die veelal in kleine huisjes woonden en die hard moesten werken om het hoofd boven water te houden. Ze hadden een kwalijke reputatie van vechtlustige criminelen. Vele jaren hebben ze moeten knokken om van deze kwalijke reputatie af te komen. Maar ook een plaatsje waar enkele heel bekende wielrenners vandaan kwamen: o.a. Marinus Valentijn, Wim van Est en Woutje Wagtmans.

IJzeren Willem

Wim van Est, bekend als IJzeren Willem, was oersterk. Door al het harde labeur om in leven te blijven groeiden er mannen op die konden afzien. De vader van Wim werkte zo ongeveer dag en nacht. Hij had een klein boerderijtje en werkte ’s nachts in de suikerfabriek. Toch wist hij het voor elkaar te krijgen om 17 kinderen op de wereld te zetten, waarvan er een op jonge leeftijd is overleden. Daarnaast kende het gezin nog twee aangenomen kinderen van de oudste dochter, die op 21-jarige was overleden. Monden genoeg dus om voor te zorgen. Een van de kinderen zegt later: “Als we ooit een half ei kregen, dan was het feest.”
En iedereen moest meewerken. Vanaf 5 jaar mee naar het land om te helpen met aardappelen rooien, erwten plukken etc. Moeder Van Est stond meestal al om 4 uur(!) op om voor iedereen zijn brood klaar te hebben. Ze was de hele dag druk met het eten en moest ook nog meewerken op het land. Als de zwarte bessen geplukt moesten worden liet ze weken ervoor haar nagels langer groeien om de bessen sneller te kunnen plukken. “Werken en geld, daar draaide het om bij ons,“ zegt een van de kinderen later, ”en om het Katholieke geloof; twee keer naar de kerk op zondag en elke dag het rozenhoedje bidden.”
Bij dat alles was naar school gaan bijzaak geworden, eerst naar het land, soms schoot de school erbij in. Vader stond dan ook jaarlijks voor de kantonrechter vanwege het schoolverzuim.

In de oorlog begint Wim, net als vele anderen, met smokkelen. Daar is zijn kracht als wielrenner ontstaan, zegt Wim. Met 80 kilo boter op de rug wegfietsen van de commiezen! Hij wordt een van de grootste smokkelbazen. Met het verdiende geld koopt hij grond, dat na de oorlog voor het dubbele verkocht wordt. De handelaar Van Est ontstaat.

Al in zijn eerste wedstrijd verkoopt hij de overwinning voor 100 gulden. Maar naast het geld was er nog een andere reden, hij is gestart op een licentie van een ander. Door een weddenschap is hij, pas op 23-jarige leeftijd, wielrenner geworden. Soms rijdt hij wel twee wedstrijden per dag. Om ervaring op te doen en om het geld dat hij ermee kan verdienen.

Maar soms gaat het mis. Wim parkeert zijn prijzengeld bij zijn Franse sponsor Garin, omdat de rente daar tweemaal hoger is dan in Nederland. Maar Garin gaat failliet en Wim is al zijn geld kwijt. Wat hij verloren heeft blijft overigens een open vraag. Wim komt telkens met een ander bedrag op de proppen. Hij rommelt graag met feiten, zijn hele leven lang. Waarschijnlijk gaat het om een bedrag, omgerekend naar nu, van 150.000 euro.

Die drang naar geld heeft zijn hele carrière beïnvloed en menige zege werd onderweg verkocht. Zoals Bordeaux-Parijs in 1953. Verkocht, volgens Wim, aan Ferdi Kűbler voor bijna 8.700 gulden, een vermogen in die tijd. Maar Wim had de naam dat hij alles bij elkaar loog.”Hij geloofde het zelf,” zeggen later Peter Post en Rini Wagtmans.

Legendarisch is het optreden van zanger Willy Alberti als ploegleider in de ronde van Nederland van 1963. Willy heeft geen enkele ervaring als ploegleider en als Wim voor de tweede maal lek rijdt, is Willy nergens te bekennen. Wim moet minutenlang wachten op een ander wiel en staakt woedend de strijd. Na afloop van de etappe komt hij Willy tegen, hij geeft hem meteen een linkse directe. Willy knock-out op de grond.

Wim van Est wordt uit het ravijn getakeld (bron: De Wandeling 2000 afl. 2; Omroep Brabant)
Wim van Est wordt uit het ravijn getakeld (bron: De Wandeling 2000 afl. 2; Omroep Brabant)

Maar het meest bekend is hij geworden door zijn val in 1951 tijdens de Tour de France. Wim heeft als eerste Nederlander de gele trui veroverd en de volgende dag wil hij die trui koste wat kost verdedigen. Tijdens een afdaling komt hij ten val - hij was niet echt stuurvaardig - en valt in een ravijn. Zijn sponsor, horlogemaker Pontiac, hield er een prachtige slagzin aan over: “Ik viel 70 meter diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep."

René Bastiaanse interviewt Wim van Est over zijn val in 1951 (bron: De Wandeling jaargang 2000 afl. 2; Omroep Brabant)
René Bastiaanse interviewt Wim van Est over zijn val in 1951 (bron: De Wandeling jaargang 2000 afl. 2; Omroep Brabant)

Sociale pastoor

In 1909 wordt pastoor Bastiaansen benoemd in St. Willebrord, hij was daarvoor al kapelaan in ’t Heike. Bastiaanse is zo ongeveer het beste wat St. Willebrord is overkomen. Hij bouwde een nieuwe kerk en zorgde op allerlei manieren voor werk voor zijn parochianen, hij hielp iedereen zoveel als hij kon. Er komt een rozenkransenfabriek, een mandenfabriek en een bezembinderij. Op een dag komt hij bij een van zijn parochianen en vraagt waarom hij niet meer in kerk komt op zondag. “Ik heb geen schoenen om naar de kerk te gaan” krijgt hij als antwoord. De pastoor trekt zijn eigen schoenen uit en zegt: “Dan krijg jij die van mij” en hij gaat op zijn sokken terug naar de pastorie.

Het Heike (D. Gevers van Endegeest, 1831. Bron: Atlas van Stolk 41922)
Het Heike (D. Gevers van Endegeest, 1831. Bron: Atlas van Stolk 41922)

Bastiaansen zorgt dat de werklozen beginnen met het kweken van tuinbouwproducten en na verloop van tijd zijn de frambozen, zwarte bessen, aardbeien, bonen, erwten, witlof en asperges gewilde producten op de veiling van Breda. De rozenkransfabriek is een groot succes, er werken daar meer dan 100 vrouwen en meisjes, veelal in thuiswerk. Als de kapelaan bij een reparatie van de kachelpijp van de ladder valt, komt hij gelukkig op de rug van de pastoor terecht en niet op de tegelvloer. “Och, er zijn kapelaans die via de rug van de pastoor zich omhoog willen werken, maar deze dus niet, die gaat omlaag”, zegt Bastiaansen. Bij de bevrijding van St. Willebrord komt hij tijdens de beschietingen op tragische wijze om het leven.

Voor inwoners is het vooral in de crisisjaren sappelen geblazen om het hoofd boven water te houden. Bosbessen en bonen plukken, met het hele gezin op pad, op de fiets, te voet en allemaal gewapend met zinken emmers. In de oogsttijd van de aardappels en de bieten ligt het werkterrein in de Haarlemmermeerpolder. Op de fiets ernaartoe, slapen in vieze stallen. Zes weken zwoegen leverde zo’n 100 tot 200 gulden op. Van dat geld kocht men een lapje grond, en weer later kon er een huisje op gebouwd worden. Maar ze werden als slaven behandeld door de boeren. De gezinnen storten zich ook op het schoonmaken van zilveruien, 10 cent per kilo. Genoeg geld om een voorraad kolen en aardappelen voor de winter te kunnen kopen.

Lees ook

Wielrenners uit ’t Heike (2)

Met geel in ravijn: dramatische val van Wim van Est

Bekijk ook

Koersen op karakter

 

Reacties (1)

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 3 augustus 2022 om 15:58
Bedankt Bert, voor dit geweldige verhaal. Ik wist dat helemaal niet dat Willy Alberti ooit ploegleider geweest is! En dat hij, in al zijn onervarenheid, ook nog een klap op zijn gezicht krijgt.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!