skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

Rommelpotterij

Mijn vader was chef bij Hartog. Daarvandaan bracht hij voor mij ieder jaar een varkensblaas mee. Samen maakten wij dan mijn rommelpot: een groot soepblik, de randjes netjes naar binnen geklopt. Daaromheen gespannen de varkensblaas, stevig vastgezet met touw (soms elastiek). In het midden een klein gaatje, waar mijn stokje (een speciaal rond stokje dat ik steeds bewaarde), doorheen kon.

Foto: RHC EindhovenOp Vastenavond mocht ik dan verkleed in mijn buurt langs de huizen gaan. Ik zong dan dit liedje:

Jan, ’t is Vastenavond
Kom niet thuis voor ’s avonds
’s avonds in de maneschijn
Als de boeren naar bed toe zijn
Dansen wij op klompen
Gekke Griet, vertel ’t niet
Onze Jan is dronken.

Ik heb zo lang met de rommelpot gelopen
En geen geld om brood te kopen
Alle bakkerei, alle bakkerei,
Geef me uw cent dan ga ik voorbij
Of unne appel of unne peer
Dan kom ik ‘t hele jaar niet meer

Ondertussen natuurlijk foekepotten, terwijl ik zong. Dan kreeg ik langs de deuren altijd snoep. Meestal gingen we met z’n tweeën, dat was gezelliger.

Dan ging de vasten in. De avond van het foekepotten (of rommelpotten) mocht ik enkele snoepjes van mijn verkregen “buit” opeten. De rest ging in mijn vastentrommeltje. Want dan mocht ik zes weken lang geen snoep meer en geen vlees.

Mijn ouders geen vlees, alcohol, sigaretten, onthouding van seks (of ze dit allemaal ook echt niet deden, wist ik natuurlijk als kind niet, haha).

De foto die we hier bij hebben gezet, komt eigenlijk uit Oirschot (c.1930). We hebben namelijk geen goede Osse foto van het foekepotten. Wie wel?

Reacties (37)

Perry van Herpen zei op 23 maart 2009 om 21:36
Leuk dit verhaaltje over mijn opa. Wel grappig dat ik helemaal niet weet wat een rommelpot is... Hahahaha
Antoon Timmermans Oss zei op 30 mei 2010 om 11:16
'n rommelpot is volgens mij 'n pot
overspannen met 'n varkensblaas,
in midden 'n bamboehoutje,
je spuuwden in je hand en ging dan
met dat bamboe houtje op en neer,
dit gaf dan 'n brommend geluid.
gelijkertijd zong je dan dat
vastenavond liedje.
klopt dat ?
Henk Buijks, namens BHIC bhic zei op 30 mei 2010 om 12:24
Volgens mij klopt dat wel ongeveer, Antoon, maar in mijn geval is dat alweer 50 jaar geleden....
Jeanny Coolen zei op 10 maart 2012 om 23:56
Dit klopt helemaal. mijn opa werkte vroeger ook bij Hartog en bracht voor
ons zo`n varkensblaas mee.Wat vonden we dat toch prachtig.
f.stelt. zei op 6 februari 2014 om 11:47
Wij zongen een iets andere versie....

JAN t’IS VASTENAVOND….
Jan t’is vastenaovond Kom niet thuis voor t’aovond t’Aovond in de maneschijn Als vader en moeder naar bed toe zijn
Twee koperen bussen Hier ne stoel, daar ne stoel Op ieder stoel ’n kussen
Vrouwke houdt oe kinnebakkes toe of ik gooi er ene tussen tussen oe neus, tussen oe kin d’r kan nog wel unne spekkoek in
Ham..worst…aaier in de pan en de boeren krijgen er niks van
K’heb zo lang met de rommelpot gelopen Nog ginne cent om brood te kopen
Vrouwke gif me dit, vrouwke gif me dat Gif mèr un stuk van ’t verreke z’n gat Snij mar diep, snij mar diep snij mar diep, in oewe vinger niet
Rommelpotterij, rommelpotterij, Gif me unne cent en dan gao’k voorbij…
sjaak vd hoogen zei op 19 juni 2014 om 11:22
Ik heb er zelf ook mee gelopen en ze zelf gemaakt, maar volgens mij werd het bamboehoutje, of ieder ander glad houtje, eerst in het midden van de blaas goed strak vastgebonden. De blaas werd dus enkele cm over het houtje gespannen. Dus niet in een gaatje zoals eerder beschreven.
Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 3 oktober 2014 om 11:58
Het geluid van Rommelpot bij ons ook wel Foekepot genoemd, kon ik nog goed herinneren. "Kon", want ik hoorde het recent weer in Zuid - Amerikaanse muziek. Het is eigenlijk jammer dat deze traditie nooit te zien en te horen is op volks/dorpsfeesten of op 'n boere-mert of iets dergelijks. Of vergis ik me hier in ?
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 6 oktober 2014 om 08:51
Volgens mij heb je gelijk, Gerard: ik kan het mij niet heugen wanneer ik die voor het laatst heb gezien. Maar mochten mensen andere ervaringen hebben, dan hoor ik het graag!
Cor Keijzers zei op 24 februari 2016 om 12:21
Dit liedje zongen wij vroeger met Vastenavond en uiteraard met de rommelpot

Jan tis vastenaovond komme nie thaus vur den aovond
den aovond in de maoneschijn as de boere nor bed toe zen dan danse wij op klompe, gekke griet vertel ut nie mar onze jan is dronken.
Boven in die horse hange lange worste as de korte gegete zen zulle de lange ut beste zen.
Klink over de busse hier unne stoel doar unne stoel en op elke stoel un kusse,
vrouwke haawt oewe kinnebak toe of ik doaw er unne spekkoek tusse tusse oe neus en oe kin past nog net enne spakkoek in. ik he´al zo´lang me de rommelpot geloepe en nog gen cent um broad te koepe alle bakkerij alle bakkerij gif me une cent dan gok vurbij, geef wa´ hou wa´ volgend jaorke wir wa´. gif me enne appel of ien peer dan ziede me ut olung jaor nie mer

( en als je niks kreeg) foekke foekke in de pot stik de moord en val kapot
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 25 februari 2016 om 14:13
Bedankt Cor, voor je mooie rommelpot lied in dialect. En zeker voor de toevoeging als jullie niets kregen :).
leo Auwens zei op 21 januari 2017 om 18:17
De vastenavond die breekt aan ,wij zingen ho man ho. Geef mij een pankoek uit de pan welzo meneer welzo. Want nu het vastenavond is ,nu zijn weer alle keeltjes fris. Van dir dan don,van dir dan don,van dir dan don don dir don dijne , het spelen gaat gewis. Sa meisjes zet de pan te vuur,sla eiers in het meel. En haal een kruikje smokkelbier , dan smeren wij de keel. Van dir dan don , van dir dan don,van dir dan don don dir don dijne , het spelen gaat gewis . Na jaren het oude Jan tis vastenavondliedje gezongen te hebben vernieuwde mijn vriend en ik het voor het bovenstaande , met de bedoeling de aandacht en de deur open te houden. Dit lukte wonderwel en de gaven waren navenant. Wij leerden dit liedje ruim 60 jaar geleden op school en hebben er nog verschillende jaren met behulp van onze rommelpot dankbaar gebruik van gemaakt.
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 23 januari 2017 om 14:33
Bedankt voor je bijdrage bij dit verhaal Leo. Wat vernieuwing al niet kan doen :).
Kreeg je met het nieuwe liedje méér dan bij het oude liedje?
leo auwens zei op 23 januari 2017 om 16:17
We kregen meer aandacht, omdat de mensen dit liedje niet kende.
En bij meer aandacht ,werd er automatisch meer gegeven.
Behalve het meer krijgen , het was een mooie tijd en je beleefde leuke momenten.
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 23 januari 2017 om 18:55
Dat is ook inderdaad het allerbelangrijkste Leo, alleen moet je altijd eerst wat ouder worden voordat je dat echt beseft :).
adrie van griensven zei op 11 februari 2017 om 20:44
Die aanvulling van Sjaak van de Hoogen over het vervaardigen van die rommelpot, ken ik eveneens uit mijn jeugd. In Geffen, waar ik vandaan kom, kenden we een andere versie van het lied:
Jan 't is vastenavond, we kommen niet thuis voor tavond,
tavond in de maneschijn als vader en moeder naar bed toe zijn dansen wij op klompen,
boven op de stompen, boven op de boerenfluit en zo gaat ons liedje uit.

We hebben gezongen en niks gehad, snij maar een stuk van vant vaarkensgat, snij mar diep, snij mar diep, snij mar in munne vinger niet.
Koekebakkerij, koekebakkerij, geef munne cent dan gaak voorbij.
Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 11 februari 2017 om 21:58
Goh, het lijkt of bijna elke plaats een-net-iets-andere versie had. Maar dat is eigenlijk ook wel te begrijpen. Dat lied werd natuurlijk mondeling overgedragen en daarmee beginnen de kleine veranderingen.
Frank zei op 11 mei 2017 om 07:32
Elke plaats heeft ook zijn eigen variant. Voor de foekepot, googelen en kijk bij Olst - Wijhe. Hier word dit kennelijk nog gedaan.
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 12 mei 2017 om 13:27
Bedankt Gerard, voor je aanvullingen bij dit verhaal.
Thilde van der Heijden zei op 31 januari 2018 om 20:45
Het vastenavondliedje (rommelpotliedje) dat mijn moeder zich herinnerde uit haar jeugd in Oirschot, eerste kwart 20ste eeuw, luidde als volgt:

Vastenavond die komt an en ik heb nog gene man
En ik heb nog een klein hoentje, da moet er vanavond an
Als ik m'n potje schuren wil dan tintelt mijnen duim
Dan ga ik naar de geburen, daar laat ik m'n potje schuren
Dan ga ik naar de Fransen, daar laat ik m'n potje dansen
Hier ene stoel en daar ene stoel en op iedere stoel een kussen
Mèske houd oewe kinnebak toe of ik douw er ene pannekoek tussen
Tussen oew neus en tussen oew kin
Kan nog wel ene pannekoek in
Boven in de schouwe
Hangen de verkens mi touwen
Boven in de schoorsteen
Hangen de verkens mi lange been
Snij maar diep, snij maar diep, snij maar in mijne vinger diep
'K heb gezongen en niks gehad
Snij maar een stuk van 't verken z'n gat.

Het lijkt mij een behoorlijk authentiek liedje (Fransen - Franse tijd?). Elk dorp had natuurlijk zijn eigen variant, want stukken er uit hoor je ook in vastenavondliedjes van elders. De tekst lijkt me nogal scabreus, en ik vraag me nu af of mijn moeder zich daarvan toen bewust was, gezien de onschuldige, ondubbelzinnige houding waarmee ze het mij voorzong.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 1 februari 2018 om 09:19
Dank je wel, Thilde, er zijn nu vast enkele mensen in Oirschot die het liedje zachtjes meezingen (of het in ieder geval de rest van de dag in hun hoofd hebben ;)

En inderdaad, waarschijnlijk heeft je moeder het liedje in haar jeugd geleerd en is het voor haar altijd een kinderliedje gebleven, ongeacht de zinnen die ze zong. Want de tekst is inderdaad op z'n minst bijzonder te noemen, zoals wel vaker gebeurt met dergelijke traditionele 'kinderliedjes'.
Bert Wijnen zei op 25 januari 2019 om 19:57
Vroeger dachten wij al aan Vastenavond van volgend jaar. Dan werd er bij ons thuis een varken geslacht. Wanneer het dier op de “leer” hing, werd het extra spannend. We keken vol belangstelling naar wat er allemaal in de buik van het beest zat. Dat duurde nooit zo lang, want als alle darmen in de teil waren gevallen, sneed de slachter de blaas los. Hij vroeg dan wie hem wilde hebben. We wisten daar wel raad mee. Met een fietspomp werd de blaas gevuld met lucht. Niet te hard, want dan kon hij stuk gaan. Dan legden we een knoop in de urinebuis en hingen we de blaas aan een balk in het achterhuis. Daar kon de blaas goed drogen.
Tegen de vastentijd haalden we de blaas weer los. Die was in die wintermaanden flink gedroogd. Als we de knoop uit de urinebuis knipten, bleef de varkensblaas perkamentachtig overeind staan. We zochten dan een leeg conservenblik van één liter. Daar deden we een bodempje water in. Daarna vouwden we de blaas open. Bij de buren trokken we stiekem een rietstengel uit het dak. Die plaatsten we in het midden van de blaas en bonden het rietje daar goed stevig vast. We spanden dan de blaas met het rietje over de opening van het blik. Met een stuk vliegertouw bonden we de blaas goed vast. Nu was onze rommelpot klaar voor de Vastenavond. Ik spuugde even in de palm van mijn rechter hand en maakte daarmee het rietje wat vochtig. Door op en neer te blijven bewegen rond het rietje ontstond er dan een brommend geluid. Het was de kunst om niet te hard en niet te zacht te knijpen, want dan lukte het niet.
Op vastenavond liep ik ’s avonds met een paar broers en één zusje in het donker langs de boerderijen die bij ons achteraf stonden. Er was toen nog nauwelijks straatverlichting hetgeen alles nóg spannender maakte. Wanneer er een hond op het erf aansloeg liepen we stilletjes verder. Anders klopten we op de voordeur, die zelden open was geweest. Als die dan met moeite open ging begonnen we zo hard we konden te zingen.
Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 25 januari 2019 om 20:28
Wat en mooie beschrijving van hoe dit te werk ging Bert Wijnen. Toch heb ik nog vragen hieromtrend : =1= Waarvoor het bodempje water in het blik ? =2= Wat moet ik me voorstellen bij : " ...en bonden het rietje daar goed stevig vast." ??
Rini de Groot zei op 25 januari 2019 om 23:33
Ook ik Gerard vraag me af, waarom dat water in het blik, ik heb er noot mee rond gelopen. De gedroogde blaas lijkt op Perkament het was vroeger het eerste glas in een raamwerk in de huizen. Maar werd tot enkele jaren terug gebruikt voor schemerlampkappen.
Bert Wijnen zei op 26 januari 2019 om 23:29
1. Het water zorgde ervoor dat de gespannen blaas van onderen vochtig gemaakt werd en dat bleef als je de komende dagen de rommelpot onder het lopen bewoog. Anders werd hij droog en ging snel kapot.
2. Voordat de blaas op het blik werd gebonden werd een deeltje van de blaas in het midden dubbel gepakt en daar in dat "kuiltje" werd het rietje gestopt. Het rietje werd zo stevig in de blaas vastgebonden. dat moest erg stevig gebeuren, want anders trok je het rietje er bij het rommelen uit.
Jacques van den Hoogen vertelde ook dat het rietje dus de blaas niet doorboorde: het stak niet door een gaatje.
Rini de Groot. zei op 26 januari 2019 om 23:48
Bert, bedankt voor de duidelijke uitleg, de plaatsing van het rietje was begrijpelijk. Hierbij was het geluid, de trilling de wrijving van het rietje dat via de gespannen huid werd overgebracht.
Eerder schreef ik, 'Geen wind geen geluid." (Orgel)
Een mooi geluid, jammer dat het hier niet over enkele weken bijna niet meer klinkt!
Ruud zei op 12 november 2019 om 08:33
Wij zongen altijd een liedje dat begon met: "zeg vrouwtje 't is in de vasten, de worsten hangen in de kasten..." Verder weet ik het niet meer precies. Iemand de volledige tekst?
Rini. zei op 12 november 2019 om 08:54
Ruud, waar was dat in Brabant ?
Ruud zei op 12 november 2019 om 13:04
Nee. In Utrecht.
Marten Jan Bok zei op 14 augustus 2020 om 16:38
Ik heb als kind omstreeks 1965 met andere kinderen in Oss met de rommelpot gelopen, in de buurt van de Vijversingel. Ik herinner me de tekst nagenoeg hetzelfde als Joke van Herpen ('nog geen geld om brood te kopen'; 'geef me 'ne cent'). Ook werden sommige woorden afgekort om ze in het metrum in te passen.

De melodie kon je nauwelijks één melodie noemen; meer een opeenvolging van korte melodiefragmenten. en ook het ritme veranderde heel plotseling tussen het eerste en het tweede couplet. Ik kan het nog zo zingen.

Mijn vader werkte niet bij Hartog, maar bij Zwanenberg. Hij heeft ook wel eens voor Vastenavond een varkensblaas voor ons kinderen mee naar huis genomen maar het lukte ons niet om met een leeg blik een goed werkende rommelpot te maken - we waren vanuit Groningen naar Oss gekomen en in Groningen deden ze daar niet aan. De kinderen met wie ik liep kwamen wel met goed werkende foekepotten aanlopen en zingen konden we allemaal.

Overigens werd carnaval in die tijd in Oss nog nauwelijks gevierd. Vastenavond was nog een kinderfeest. Niet lang daarna hield het gebruik van het vastenavondzingen met de rommelpot op te bestaan. Ik denk mede omdat mensen varkensblazen vies begonnen te vinden.
Bert Wijnen zei op 14 augustus 2020 om 19:47
En natuurlijk speelde ook mee het feit dat voor die tijd op heel veel plekken aan huis werd geslacht. Men mestte een biggetje op tot het slachtrijp was en dan kwam een boer dat varkentje thuis slachten onder grote belangstelling van alle kinderen. Er werd een borreltje gedronken en het varken werd onderste boven op een ladder vastgebonden. Dan werd het opengesneden en kon je mooi zien wat er allemaal in de buik van zo'n dier zat.
Ik vroeg me wel af of die man die thuis kwam slachten dat ook een opleiding voor had genoten. Ik ken minstens twee mensen die kwamen slachten naast hun beroep als boer, rietdekker of klompenmaker. Zij werkten dus niet bij een slager of op een fabriek als Hartog of Zwanenberg.
Als het varken een paar dagen op de "leer" hing kwam een keurmeester het vlees keuren en pas daarna mocht het worden verwerkt.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 16 augustus 2020 om 12:43
Dank je wel, Marten Jan en Bert, voor het delen van jullie herinneringen. Ze roepen ogenschijnlijk beelden op van lang geleden maar zó ver terug in de tijd hoeven we hiervoor nu ook niet weer terug. Toch bijzonder hoe dat zo kan veranderen in een paar decennia.

Bedankt voor jullie reacties!
Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 16 augustus 2020 om 14:02
@Marilou " Toch bijzonder hoe dat zo kan veranderen in een paar decennia" . Een sprekend voorbeeld hoe snel soms veel kan veranderen is uiteraard de Corona-crisis bij uitstek.
M. van Iersel zei op 16 augustus 2020 om 14:21
In Udenhout zongen wij;

Als het vasten avond is , bakt mijn moeder, bakt mijn moeder nooit geen vis,
maar wat mijn moeder dan, lekkere spekkoek, lekkere spekkoek lekkere spekkoek in de in de pan, enz. enz.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 17 augustus 2020 om 09:12
Klopt Gerard, daar heb je helemaal gelijk in. We zijn hier ook bezig met het samenstellen van een 'coronacollectie', met verhalen en foto's uit en over deze tijd.

En dank voor deze aanvulling, M. van Iersel! Een snelle zoektocht online leverde me deze informatie op betreffende dat lied: https://wikimiddenbrabant.nl/Vastenavondlied
Gerhardt Mulder zei op 27 februari 2021 om 08:10
Ik ben een Deventernaar en mijn vader maakte voor die vastenavond een foekepot. Dat was het vel van een gedroogde varkensblaas die hij over een aarden bloempot had gespannen, in dat vel was een stevig stokje vastgemaakt. Als jongen spoog je dan in je hand en met de muis geklemd om dat riet bewoog je je hand heen en weer. Dat klonk als: foeke, foeke, foeke.
We gingen dan langs de deur, belden aan en als er dan iemand open deed barsten we uit in het lied. In mijn jeugd spraken de Deventernaren bijna allemaal dialect, en daarom zal ik het in dat dialect zingen.

Foekepotterie, foekepotterie, geef mien ’n centjen dan goa ik veurbie. (2x)
Vrouw tis vastenaovend, komme nêet et in huus veur vanoavend.
Komme nêet in huus veur morgenvrog,
is dat dan nêet vrog genog,
vrouw geef mien dit,
vrouw geef mien dat,
geef mien ‘n stuk van ‘n varkensstaert.
Hier un stool en deur un stool.
Op iedere stool un kussen.
Mense hoal oe kinnebak toe
Anders sloa ik door un pannekooke tussen.
Geef wat, hold wat, geef die erme stumper wat. (2x)
Norah zei op 27 februari 2021 om 11:33
In Deventer carnaval?

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!