Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Reacties (3)

Peter van de Laar zei op 24 mei 2020 om 02:13
In de recente bijdrage in het forum over de familie “Clabbers” vertelt René Klaassen meer over “de Gouden Leeuw”. Andreas (Jans) Alaers was rond 1750 eigenaar van een herberg midden in het dorp Sambeek, vlakbij de kerk. Als zijn dochter Mechtilda trouwt met Jasper Clabbers, die later vervangend-schout van Sambeek wordt, nemen zij de herberg over. Later gaat deze over naar dochter Clasina en haar tweede echtgenoot Geurt Stevens die de zaak aanzienlijk uitbreiden. De herberg krijgt dan haar naam: eerste De Roode Leeuw en later de Gouden Leeuw. De horecafunctie bleef in stand tot 1921. Dan wordt er een boerderij van gemaakt, hetgeen wellicht de oorspronkelijke functie zal zijn geweest. De boerderij behield tot de sloop wel zijn naam.
Joop Schuite zei op 24 mei 2015 om 10:04
Marilou heeft gelijk, de boerderij zal wel in de volksmond naar de herberg zijn genoemd als gemakkelijke plaatsaanduiding. Als oude boerderijnaam is Gouden Leeuw onbekend maar ook onlogisch
A. Stevens (telefonisch) zei op 9 januari 2015 om 12:08
De naam Gouden Leeuw komt van een nabijgelegen boerderij. Op de plek waar je die mensen ziet lopen, in die zijstraat, stond eerst een boerderij die de Gouden Leeuw heette. Toen die werd gesloopt, is de naam later overgenomen op het parochiehuis. Het parochiehuis was het idee van pastoor Jan van Berkel. Dat was een bijzondere pastoor want hij was niet alleen een vertegenwoordiger van de kerk, hij was eigenlijk ook een soort burgemeester. Hij had een stevige vinger in de pap.

Zo werden er in het parochiehuis ook toneeluitvoeringen gehouden waarvan de pastoor regisseur was. Voor stukken als "Joseph in Dothan" kwamen mensen echt uit de wijde omgeving kijken. Zelf speelde ik daar ook in mee, als 14/15-jarige. En nu ben ik alweer even in de tachtig dus het is wel een lange tijd geleden. Die toneelstukken werden gespeeld door de Zangertjes van St. Jan, waar de pastoor dan weer dirigent van was.

Vergaderingen van verenigingen probeerde pastoor zoveel mogelijk in het parochiehuis te houden; dat gebeurde voorheen in het café maar dat vond de pastoor maar niks. Maar ook de pastoor had niet het eeuwige leven dus na zijn dood verwaterde al die activiteiten. Later kwam er een cafetaria in waar friet werd verkocht. Dat was nieuw in het straatbeeld en voor die friet kwamen ze echt uit Vortum-Mullem rijden.

In de tijd van de pastoor werd er zondagsmorgens geld uitgekeerd aan de kippenhouders. Die hadden eerder eieren geleverd en op zondag werd er in het parochiehuis geld uitgekeerd. De voorzitter van de boerenbond riep dan de naam van de kippenhouder en die kreeg dan een envelop met geld. Daarna dronken ze nog een kop koffie want de pastoor probeerde de alcohol zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Alleen tijdens de pauzes van de toneelvoorstelling kneep hij een oogje toe. Je kunt je nu nauwelijks voorstellen hoe ver de invloed van zo'n man in een dorp was.