skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic

De April-Meistakingen van 1943 (7): door de ogen van de Commissaris van Noord-Brabant

De bekendmaking van 29 april, die de April-Meistakingen tot ontbranding bracht, de daaropvolgende scherpe verordeningen om de onrusten snel de kop in te drukken, het waren allemaal maatregelen van de Duitse autoriteiten. Nederlandse bestuurders, op welk niveau dan ook, hadden hier part noch deel aan. Maar die Nederlandse bestuurders, met name de burgemeesters, kregen wel te maken met de uitvoering en de gevolgen daarvan voor hun gemeente.


Robert Schoepp, burgemeester van Son,
achter het prikkeldraad van kamp Vught,
september 1944. Schoepp werd eind 1943
opnieuw gearresteerd en bracht de rest van
de oorlog als gijzelaar door in Vught
(RHC Eindhoven, 20134 Beeld- en geluidcollectie
Gemeente Gemeente Son en Breugel, nr. 134959)

En dat in verschillende hoedanigheden: als burgervader moest de burgemeester zich beijveren voor het welzijn van de inwoners van zijn gemeente, dat door de Duitse dreigementen en acties ernstig onder vuur kwam te liggen. Menig burgemeester werd bovendien geconfronteerd met stakende gemeenteambtenaren, voor wie hij als werkgever door de Duitse autoriteiten ter verantwoording werd geroepen. En tenslotte had de burgemeester als politiegezagsdrager de taak de opdrachten van de gewestelijke politiepresident uit te voeren, met andere woorden: medewerking te verlenen aan de draconische maatregelen die begin mei 1943 werden afgekondigd. En soms was een burgemeester zelf doelwit van de Duitse maatregelen: zo werd burgemeester Schoepp van Son op 2 mei door de Eindhovense politie gearresteerd – kortstondig, hij werd snel weer vrijgelaten – omdat hij voorzitter van de Eindhovense Zuivelcoöperatie St. Petrus was. Het moge duidelijk zijn: de burgemeesters bevonden zich als het ware tussen hamer en aambeeld.

Burgemeesters in oorlogstijd

Al gedurende de hele bezettingstijd was er druk onderling overleg geweest tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar Secretaris-Generaal K.J. Frederiks de skepter zwaaide, de Commissarissen in de diverse provincies en de burgemeesters. Ook in Brabant, zeker in een crisissituatie als zich eind april-begin mei 1943 voordeed.

Gedurende de bezettingstijd was het steeds de strategie van de Nederlandse bestuurders geweest om zich als een buffer tussen de bezetter en de Nederlandse bevolking te plaatsen en de effecten van de Duitse maatregelen op die manier zoveel mogelijk te verzachten. Dat ze daarbij in toenemende mate de handen niet geheel schoon konden houden is een feit; de relatief probleemloze deportatie van de Nederlandse Joden is mede het gevolg van wat Romijn in zijn studie over Burgemeesters in oorlogstijd de ‘strategie van krimpende competentie’ noemt.

Met diezelfde strategie als leidraad probeerden de burgemeesters tijdens de April-Meistakingen opnieuw de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, al moesten ze daarbij in sommige gevallen wel medewerking verlenen aan harde maatregelen van de bezetter. Daarbij was onderlinge afstemming van cruciaal belang.

De telefoon staat roodgloeiend op het Provinciehuis

Het telefoonnetwerk bleef tijdens de stakingsdagen op wat kleine storingen na grotendeels in de lucht en was in vele opzichten cruciaal. Vanaf het moment dat op 29 april in Hengelo bij Stork en andere bedrijven het werk was neergelegd had zich de staking via de telefoon razendsnel over het land verspreid. Maar ook de bezetter maakte er veelvuldig gebruik van: höhere SS- und Polizeiführer en Generalkommissar für das Sicherheitswesen Rauter kwam drie dagen en nachten niet uit zijn kantoor, maar hield via telefoon en telex de lijnen strak in handen en regisseerde zo de felle Duitse reactie.

En ook de Brabantse burgemeesters maakten veel gebruik van de telefoon. Ze belden met elkaar, ze telefoneerden met vertegenwoordigers van de bezetter. En ze belden ook veelvuldig met Commissaris in Noord-Brabant, A.B.G.M. van Rijckevorsel, die weer regelmatig aan de lijn hing met Secretaris-Generaal Frederiks. Het Provinciehuis in ’s-Hertogenbosch was zo de plek waar veel informatie samenkwam, die vervolgens weer verder werd verspreid.

De April-Meistakingen in het archief van de Commissaris


A.B.G.M. van Rijckevorsel, van 1928 tot 1945 commissaris der koningin in Noord-Brabant,1935
(Collectie Erfgoed ’s-Hertogenbosch, nr. 0025455)

Wie de omvang van de stakingen in onze provincie tot zich door wil laten dringen moet vooral het hoofdstuk over Noord-Brabant in het boek van P.J. Bouman lezen: per regio, per plaats wordt daarin een gedetailleerd overzicht gegeven van wat er in die dagen in April-Mei 1943 allemaal is gebeurd. Wat uit dat hoofdstuk minder scherp naar voren komt is de hectiek van die dagen: de snelle opeenvolging van stakingen en acties her en der in de provincie. Het gevoel dat een welhaast onstuitbare vloedgolf op je af dendert, bekruipt je als je het logboek leest dat in die dagen op het Provinciehuis werd bijgehouden. Op roze papier werd daar van minuut tot minuut genoteerd wat er aan berichten binnenstroomde. Bij wijze van voorbeeld hier de notities van de ochtend van vrijdag 30 april:

9.30
Schijndel: Jansen en de Wit heeft wel wat volk binnen gekregen maar het loopt weer weg.
Boeren brengen geen melk naar de fabriek.
’s Hertogenbosch: Grasso 300 man staking.
Oss: alles rustig, geen staking.

10.-
Liempde: Bata Best in staking. Directie vraagt aan de burgemeester te publiceeren, dat 
aangemaand wordt tot hervatting van het werk.
Oisterwijk: alles rustig.

11.-
Schijndel: in St. Oedenrode staakt fabriek Camp.
Schijnt, dat mijnen in Limburg staken.
Den Dungen: landvolk alles rustig.
Bergen op Zoom: alles rustig.
Vierlingsbeek: niets bijzonders.

12.-
Bergen op Zoom. “De Holland” is in staking.
Rucphen: alles rustig.
Den Dungen: schijnt persbericht te komen, dat voorloopig alleen de actieve militairen in krijgsgevangenschap gaan.
’s Hertogenbosch: de Gruijter loopt leeg.
Deurne telegram: personeel secretarie en distributiedienst heeft arbeid gestaakt.

voorts: Provinciale griffie en waterstaat en electriciteitsbedrijf Limburg staken, ook de mijnen, veel fabrieken, ook secretarieën. Spoorwegen normaal. Telefoon overbelast, gedeelte van het net uitgevallen, beperkt telefoonverkeer.

En zo gaat het bladzijdenlang verder. Wie het hele logboek wil lezen kan hier de transcriptie inzien.

Hetzelfde dossier in het archief van de commissaris bevat verder nog behoorlijk wat correspondentie met individuele burgemeesters en andere gezagsdragers en tenslotte een verslag over de April-Meistakingen in Noord-Brabant dat de Commissaris een paar weken later, toen de kruitdampen wat waren opgetrokken, aan Secretaris-Generaal Frederiks zond. Over de burgemeesters in zijn provincie is Van Rijckevorsel behoorlijk te spreken: Niet met alle burgemeesters heb ik gedurende de stakingsdagen contact gehad. Voor zoover ik kan beoordeelen hebben de burgemeesters in het algemeen zich goed van hun taak gekweten. Zij hebben zich groote moeite gegeven en hun autoriteit laten gelden om de stakingen spoedig te bedwingen. Zij zijn met tact opgetreden, waar noodig hebben zij niet nagelaten flink in te grijpen.

Het is duidelijk: herstellen van de rust stond voorop bij Van Rijckevorsel. Hij maakte de gebeurtenissen zeker niet groter dan ze waren, hij bagatelliseerde ze eerder: In het algemeen heeft de staking niet tot ordeverstoringen geleid. De bevolking is rustig gebleven, betoogingen van beteekenis zijn er niet geweest, bij het bemoeilijken van de melklevering is op enkele plaatsen eenige melk verloren gegaan. In totaal ging tijdens de stakingen in Brabant 1,23 miljoen liter melk verloren, waarschijnlijk het equivalent van twee maal een gewone dagproductie: dat is wel wat meer dan eenige melk. De bewering dat de bevolking rustig is gebleven, terwijl er toch – inderdaad slechts kortstondig, maar toch – massaal werd gestaakt, zal hem onder de gewone man ook niet in dank zijn afgenomen. De meest navrante details van de stakingen noemt hij zelfs helemaal niet: noch in het logboek, noch in het verslag worden bijvoorbeeld de executies in Eindhoven genoemd.

Van Rijckevorsel na de bevrijding

De positie van Van Rijckevorsel tijdens de oorlog was bijzonder moeilijk: door aan te blijven hoopte hij in de lijn van Secretaris-Generaal Frederiks nazificering van het openbaar bestuur tegen te gaan en het effect van de Duitse maatregelen op de Nederlandse bevolking zoveel mogelijk te temperen, in de overtuiging dat de Duitse bezetting slechts van beperkte duur zou zijn. Onherroepelijk betekende dat wel samenwerking met de Duitsers en dus het langzaam inkrimpen van de eigen competenties. Dat is mensen als Frederiks en Van Rijckevorsel en vele burgemeesters na de bevrijding kwalijk genomen.

Na de bevrijding werd Van Rijckevorsel tijdelijk uit zijn functie ontheven in afwachting van de resultaten van de onderzoeken van twee commissies. Die concludeerden dat de Commissaris weliswaar niet ontrouw was geweest en dat er ook geen redenen waren om te veronderstellen dat hij niet getrouw zou medewerken aan het herstel van het vaderland. Maar hij had – weliswaar met de beste bedoelingen - wel tekortgeschoten. Anders gezegd: hij was niet ‘fout’ geweest, maar had wel fouten gemaakt. De regering trok haar conclusie: Van Rijckevorsel kreeg ontslag, weliswaar eervol ontslag, maar wel zonder dankbetuiging.

Dat laatste heeft Van Rijckevorsel diep gegriefd. Hij bleef nog jaren strijden voor eerherstel, maar tevergeefs. Ook na de oorlog bleef hij bestuurlijk actief, met name in de monumentenzorg, en diverse andere nevenfuncties. Hij overleed in 1957 in Den Haag. Zijn zoon, R.A.T.M. van Rijckevorsel, burgemeester van Gulpen, deed nog een laatste poging tot eerherstel van zijn vader. Hij zond het dossier dat zijn vader had opgebouwd aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, aan Loe de Jong, die hem in 1970 uitgebreid antwoordt. Een genuanceerd antwoord, maar niet het gehoopte eerherstel: Ik geloof dus dat het verstandig regeringsbeleid geweest is, de bevrijding in te gaan met figuren die niet aan gezag ingeboet hadden. Dat wil niet zeggen dat ik enige waardering kan koesteren voor de wijze waarop de zuivering van Uw vader behandeld is. Ook heb ik er volledig begrip voor dat hij en anderen zich diep gegriefd voelden door het feit dat zij een functie die met duizenden moeilijkheden uitgeoefend was, moesten neerleggen. Verplaatst men zich evenwel in de situatie van 1945 en 1946, daarbij rekening houdend met de kritiek die het beleid van vele autoriteiten in toenemende mate in kringen van het verzet gewekt had, dan meen ik dat men het heengaan van een figuur als Uw vader dient te zien als een historische onvermijdelijkheid.

Luister naar onze podcast Toen hoorde ik het salvo

Meer over de April-Meistakingen van 1943

Literatuur en bronnen
  • BHIC 1085 Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, 1920 – 1969
    • nr. 429, Staking fabrieksarbeiders en boeren in gemeenten in Noord-Brabant in april en mei 1943 naar aanleiding van berichten dat voormalig Nederlandse leger zich in krijgsgevangeschap moest begeven, 1943
    • nrs. 1374-1376, Stukken betreffende het verweer van A.B.G.M. van Rijckevorsel tegen zijn ontslag als Commissaris van de Koningin, 1937-1949
  • BHIC 1138 A.J. Vliegenthart, als Hoge Autoriteit, 1943 – 1959, inv.nr. 84, Over A. van Rijckevorsel, Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, 1944 – 1945. Openbaar vanaf 2035
  • P.J. Bouman, De April-Mei-stakingen van 1943 (’s -Gravenhage 1950)
  • Peter Romijn, Burgemeesters in oorlogstijd. Besturen onder Duitse bezetting (Amsterdam 2006)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.