skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic

Solidair, maar écht boteren wilde het niet

Harry kwam in 1977 van Nuenen naar 's-Hertogenbosch om te studeren aan de Kunstacademie. Else, uit een dorp in Ubach over Worms (LB), verhuisde een jaar later naar deze stad voor een studie aan de Sociale Academie. Beiden sloten zich aan bij ‘de actiebeweging’ van toen, waarin studenten van genoemde academies en de HAS en HTS het voortouw namen. Maar ondanks alle solidariteit en gezamenlijk protest heeft het tussen deze studentengroepen nooit écht geboterd.


Krakers in Den Bosch voeren actie tegen woningnood onder jongeren, leegstand en huisjesmelkers. Op woensdag 19 april 1978 bouwen ze een enorme krottenwijk op het Kerkpleintje. (Bron: collectie BHIC)

Actievoeren als introductie

Toen Else in de stad arriveerde was er grote woningnood onder jongeren en, in een reactie hierop, het begin van een kraakbeweging. In 1978, tijdens haar introductie op de Sociale Academie, deed ze mee met de kraak waarmee de Bossche ‘kraaklente’ aanving. Else: ‘Deze actie was een samenwerking van het JAC (Jongeren Advies Centrum) en het KJH (Komitee Jongeren Huisvesting), zeg maar wat toen als kraakgroep fungeerde, en van verschillende studentengroepen (Sociale Academie, Kunstacademie, HAS en HTS). Stel je voor: je komt studeren, vanuit een dorp naar Den Bosch, je volgt een introductie waarbij je een kroegentocht loopt en naar de studentensoos gaat, maar waarbij een onderdeel van het programma is dat je in een demonstratie meeloopt omdat er woningnood is! We moesten op een ochtend verzamelen in de kantine van de Sociale Academie aan de Papenhulst. Daar werd het al gauw een drukte van jewelste en toen hebben we met z'n allen het oude ziekenhuis Sint Joan de Deo gekraakt aan de overkant van de straat.’ Deze actie was goed voorbereid, er was een heel draaiboek en een dag eerder had zoals gebruikelijk de ‘voorkraak’ plaatsgevonden. Zelf vond ze (via via en een beetje bij toeval) woonruimte in de gekraakte Carolusflat. Deze actie was enkele dagen na de kraak van het oude ziekenhuis en veel minder goed voorbereid.

Ook Harry heeft de woningnood waartegen hij en andere studenten streden, aan den lijve ondervonden. Een kamer vinden was 'ontzettend moeilijk’, vertelt hij. ‘Ik had een relatie en die vriendin had een huurkamer bij een huisbaas. Ik ook trouwens, maar op een gegeven moment hebben wij onze huur opgezegd en zijn we vertrokken. Uiteindelijk hadden we zelfs niks meer te eten. Gelukkig konden we een week later, na een kraakactie, in het oude klooster Sint Jan Baptist terecht. Zo zijn we ook in die protestbeweging beland.'

Bij het in gebruik nemen van deze kraakpanden speelden ook studenten van de HTS en HAS een belangrijke rol. Ze waren minder prominent aanwezig, maar hoorden er wel bij. Omdat ze een heel praktische studie deden, konden de andere krakers ze ook goed bij de strijd gebruiken. Bij het regelen van gas, elektra, eigenlijk alles wat geregeld moest worden. 'Jos, een boer uit Limburg, was voor ons zo iemand. Heel belangrijk', zegt Harry. 

Grote Panden Overleg

‘Nou lijkt het misschien een onsamenhangend geheel, al die studenten bij elkaar, maar wij hadden wel vergaderingen, bijvoorbeeld om taken in een kraakpand te verdelen', vervolgt Else. 'Heel belangrijk was het Grote Panden Overleg. Dat was er al vrij snel. In korte tijd was heel veel gekraakt en dus had je ook een bepaalde verantwoordelijkheid. De Carolusflat bijvoorbeeld, dat was best moeilijk wonen. Want die werd overspoeld door drugs, junkies', vertelt Else, die er destijds woonde. De Paap, de Rijks HBS, het Baptistklooster en het in '79 gekraakte Huize Agnes: het waren grote panden met flinke woongemeenschappen en dat riep de vraag op hoe je ze organiseert. Tegen deze achtergrond is toen het Grote Panden Overleg bedacht. Dit werd gehouden in de Carolusflat, die veel ruimte bood en waar ook het JAC (inclusief kraakspreekuur) zat. Het pandenoverleg vertegenwoordigde voor Den Bosch de harde kern van de beweging, zo’n zeshonderd mensen die overal bij betrokken waren, weet Harry nog. 'We moesten elkaar informeren en overleggen hoe we acties zouden aanpakken, maar ook praktische zaken regelen zoals het aan de praat krijgen van een verwarming. Dan keken we wie daar kennis van heeft.' Nog een voorbeeld: aan de Noordwal zijn destijds door de gemeente veel huizen onbruikbaar gemaakt, zodat ze niet gekraakt kónden worden, vertelt hij. 'Daar reageerden wij dan als groep op. Een mooi voorbeeld van onze solidariteit.' Ook was er contact tussen de krakers in Den Bosch en die in andere steden, zoals Nijmegen en Amsterdam.

In het Grote Panden Overleg discussieerden ze ook over geweldsescalatie tijdens acties, met als roemrucht voorbeeld 'de Slag bij Kruisbroedershof' in 1979. 'De ene groep was herin heel hard, de andere meer gericht op onderhandeling en alles zo vreedzaam mogelijk. "Lijdzaam verzet", dat was ons motto', vertelt Else. Ze noemt als voorbeeld de Krakersdag van 30 april 1980, georganiseerd door het Landelijk Overleg Kraakgroepen (LOK), een dag die bekend is geworden door de felle kraakacties in Amsterdam onder de leuze 'Geen woning, geen kroning'. Die dag hebben Else en anderen in Den Bosch een groot pand van Manfield op de Pensmarkt bezet. 'Dat was heel ludiek en een leuke actie, er zaten zo'n twintig mensen binnen. We hebben dat pand dezelfde dag keurig weer verlaten, zoals afgesproken. Maar toen hoorden we wat in de hoofdstad was gebeurd en hebben we daar openlijk onze afkeurig over uitgesproken. In Amsterdam was het altijd wat heftiger hè...'

Telefonade

Een ander steunpunt van de beweging was de 'telefonade'. Communicatie binnen de Bossche protestbeweging verliep door middel van dit geheime telefoonsysteem. 'Als er een actie in de pipeline zat, dan werd er gepost bij alle grote panden. In ieder pand was ook telkens iemand wakker die bij de telefoon zat. Else geeft een voorbeeld: 'Het politiebureau was toen nog in de binnenstad en vanaf de zesde verdieping van de Carolusflat, waar ik dus woonde, kon je zo op de parkeerplaats ervan neerkijken of er beweging was. Zo ja, dan werd dat meteen doorgegeven en dan vielen de dominostenen. Iedereen wist: nu moeten we er allemaal op af. Nou ja... niet iedereen hoor, sommigen bleven gewoon doorslapen', lacht ze. 'Maar zo kon je dus in korte tijd met veel mensen komen opdraven.'

Eenheid en diversiteit van ‘de beweging’

Studenten waren de drijvende kracht van de Bossche protestbeweging. Tussen al die studenten heeft het nooit echt geboterd, vertelt Harry. ‘Maar we hadden geen keuze, je moest samenwerken.’ Else benoemt de diversiteit binnen de beweging: ‘Ik denk dat je in een beweging nooit allemaal hetzelfde bent en dat verander je niet. Het heeft ook goede gevolgen gehad’, zegt ze, 'want zo ontstond er naast de kraakbeweging ook een antimilitaristische beweging (ze noemt de acties van Onkruit) en een anti-kernenergiebeweging.' Deze moeten overigens niet al te sterk van elkaar worden onderscheiden: ze vormden heel duidelijk één beweging.

Else vervolgt over de cultuurverschillen tussen de verschillende studentengroepen. Zelf zat ze op de Sociale Academie en daar werd gediscussieerd over ideologieën, de maatschaoppij, het onrecht en hoe ze dat konden oplossen, en hoe zij zich konden organiseren. Als voorbeeld noemt ze het Claraklooster in de Clarastraat, een gebouwencomplex waar de cultuur van de studenten Kunstacademie en HAS heel sterk was. In De Paap zaten verhoudingsgewijs veel meer studenten van de Sociale Academie. In het Baptistklooster zaten studenten van de Sociale Aademie en Kunstacademie, 'maar dat ging dus niet samen', lacht Harry, die er zelf woonde. 'Daar had je twee kampen. En wij vonden die studenten van de Sociale Academie zeer asociaal wat het gebeuren binnenshuis betreft. Ze waren sterk gericht op actievoeren. Maar als er onderling praktische zaken moesten worden geregeld dan waren ze er niet.' Else vult aan: 'Laat ik het zo zeggen, je moet ook een hamer kunnen vasthouden en er niet alleen over kunnen praten.' Er wordt een strenge winter in herinnering geroepen, toen het bijna twee maanden lang vroor. 'Dat was heel extreem', zegt Harry. 'Er was geen water, geen stroom, geen verwarming. Ik had een oud kolenkacheltje, maar we zaten daar met veel mensen en dat tegen de 10 graden binnenshuis. Het was echt een kunst om warm te worden'. Studenten van de Kunstacademie en HAS hadden gelukkig praktische oplossingen om te kunnen overleven.

Het was een lifestyle

Bij de meeste kraakacties zijn wij betrokken geweest, vertelt Else. 'Het hoorde gewoon bij je leven. Je studeert in deze stad, je gaat alleen maar naar de studentensozen van de academies en later ons eigen kraakkafee. En we zagen elkaar bij het inloopspreekuur bij het JAC. Daar ging je koffie drinken als je tijd had. En stage lopen, lacht ze. Het was ook een cultuurdingetje. Samen koken, samen eten. Het was voor mij een hechte wereld.' Het verklaart volgens haar ook de groei van de Kraakgroep Den Bosch naar een brede kraakbeweging, waar ook de ideeën van bijvoorbeeld antimilitaristen, milieuactivisten en feministen ingang vonden. 'Als ik het bekijk vanuit het nu: het was een lifestyle.'

Dit artikel is gebaseerd op een interview van de auteur met Else Embregts en Harry van Berlo (2021).

Reageren

Reageer hieronder en deel je herinneringen aan de protestbewegingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig. Ook zoekt het BHIC voor dit thema foto's en ander oud materiaal, om op de site te plaatsen.

Deel verhalen en foto's

Boek over de Bossche beweging

Eind oktober 2023 gaat een boek over de opstandige jaren 1975-1985 in Den Bosch verschijnen. Makers zijn journalist Eric Alink en documentalist Gertjan van Beijnum, die beiden actief waren in de toenmalige beweging. Verder bestaat de redactie uit sociaal historicus Frans Van Gaal, vormgever Maarten Sterneberg en Rob Koolen. Heb je verhalen of beeldmateriaal uit die tijd? Stuur een berichtje aan denboschinbeweging@gmail.com. De makers nemen contact met je op. Je kunt je ook aanmelden als je te zijner tijd extra info over het boek wil.

Bekijk ook

Protest in Brabant

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!