skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg

Solidair, maar écht boteren wilde het niet

Harry kwam in 1974 naar Den Bosch om te studeren aan de Kunstacademie. Else verhuisde in 1978 naar deze stad voor een studie aan de Sociale Academie. Beiden sloten zich aan bij ‘de actiebeweging’ van toen, waarin studenten van genoemde academies en de HAS en HTS het voortouw namen. Maar ondanks alle solidariteit en gezamenlijk protest heeft het tussen deze studentengroepen nooit écht geboterd.


Krakers in Den Bosch voeren actie tegen woningnood onder jongeren, leegstand en huisjesmelkers. Op woensdag 19 april 1978 bouwen ze een enorme krottenwijk op het Kerkpleintje. (Foto: Erik van Zwam, bron: collectie BHIC, nr. 1954-I-000114)

Actievoeren als introductie

Toen Else in de stad arriveerde was er grote woningnood onder jongeren en, in een reactie hierop, het begin van een kraakbeweging. In 1978, tijdens haar introductie op de Sociale Academie, deed ze mee met de kraak van de Rijks HBS. Else: ‘Deze actie was een samenwerking van het JAC (Jongeren Advies Centrum) en het KJH (Komitee Jongeren Huisvesting), zeg maar wat toen als kraakgroep fungeerde, en van verschillende studentengroepen (Sociale Academie, Kunstacademie, HAS en HTS). Stel je voor: je komt studeren, vanuit een dorp naar Den Bosch, je volgt een introductie waarbij je een kroegentocht loopt en naar de studentensoos gaat, maar waarbij een onderdeel van het programma is dat je in een demonstratie meeloopt omdat er woningnood is! We moesten op een ochtend verzamelen in de kantine van de Sociale Academie aan de Papenhulst. Daar werd het al gauw een drukte van jewelste en toen hebben we met z'n allen de Rijks HBS gekraakt, om de hoek van de straat.’ Deze actie was goed voorbereid, er was een draaiboek en een dag eerder had zoals gebruikelijk de ‘voorkraak’ plaatsgevonden. Zelf vond ze woonruimte in de gekraakte Carolusflat. Deze was een paar maanden eerder gekraakt, in de lente die later te boek ging als de 'Bossche kraaklente'.

Ook Harry heeft de woningnood waartegen hij en andere studenten streden, aan den lijve ondervonden. Een kamer vinden was 'ontzettend moeilijk’, vertelt hij. ‘Ik had een relatie en die vriendin had een huurkamer bij een huisbaas. Ik ook trouwens, maar op een gegeven moment hebben wij onze huur opgezegd en zijn we vertrokken. Uiteindelijk hadden we zulke hoge lasten dat we amper financieel rond konden komen. Gelukkig konden we een week later, na een kraakactie, in het oude klooster Sint Jan Baptist terecht. Zo zijn we dus ook uit nood, om praktische redenen in de kraakbeweging beland.'

Bij het in gebruik nemen van deze kraakpanden speelden ook studenten van de HTS en HAS, hoewel minder prominent aanwezig, een belangrijke rol. Ook omdat ze een heel praktische studie deden, konden de andere krakers ze goed bij de strijd gebruiken - voor gas, elektra en eigenlijk alles wat geregeld moest worden. 

Grote Panden Overleg

‘Nou lijkt het misschien een onsamenhangend geheel, al die studenten bij elkaar, maar wij hadden wel vergaderingen, bijvoorbeeld om taken in een kraakpand te verdelen', vervolgt Else. 'Heel belangrijk was het Grote Panden Overleg. Dat was er al vrij snel. In korte tijd was heel veel gekraakt en dus had je ook een bepaalde verantwoordelijkheid. De Carolusflat bijvoorbeeld, dat was best moeilijk wonen. Want die werd overspoeld door drugs, junkies', herinnert ze zich als oud-bewoner. De Paap, de Rijks HBS, het Baptistklooster en het in 1979 gekraakte Huize Agnes waren grote panden met flinke woongemeenschappen en dat riep de vraag op hoe je ze organiseert, met het Grote Panden Overleg als gevolg. Dit werd gehouden in de Carolusflat, die veel ruimte bood en waar ook het JAC (inclusief kraakspreekuur) zat. Het overleg vertegenwoordigde voor Den Bosch de harde kern van de beweging, zo’n zeshonderd mensen die overal bij betrokken waren, weet Harry nog. 'We moesten elkaar informeren en overleggen hoe we acties zouden aanpakken, maar ook praktische zaken regelen zoals het aan de praat krijgen van een verwarming.' Aan de Noordwal zijn destijds door de gemeente veel huizen onbruikbaar gemaakt, zodat ze niet gekraakt kónden worden, vertelt hij. 'Daar reageerden wij dan als groep op. Ik kan mij nog herinneren dat we met zeer velen al het kapotgeslagen sanitair (wc's, wasbakken, leidingen) op de trappen van het stadhuis gedumpt hebben, overigens tot groot vermaak en veel hilariteit van de omstanders. Een pasgetrouwd stel kon nog net op tijd wegkomen, geen foto's van het huwelijk voor het stadhuis dus.'

In het Grote Panden Overleg discussieerden ze ook over geweldsescalatie tijdens acties, zoals tijdens 'de Slag bij Kruisbroedershof'. 'De ene groep was herin heel hard, de andere meer gericht op onderhandeling en alles zo vreedzaam mogelijk. "Lijdzaam verzet" was ons motto', vertelt Else. Ze noemt als voorbeeld de Krakersdag van 30 april 1980, georganiseerd door het Landelijk Overleg Kraakgroepen (LOK) en bekend geworden door de felle kraakacties in Amsterdam onder de leuze 'Geen woning, geen kroning'. Die dag hebben Else en anderen in Den Bosch een groot pand van Manfield op de Pensmarkt bezet. 'Dat was heel ludiek en een leuke actie, er zaten zo'n twintig mensen binnen. We hebben dat pand dezelfde dag keurig weer verlaten, zoals afgesproken. Maar toen hoorden we wat in de hoofdstad was gebeurd. In Amsterdam was het altijd wat heftiger hè...' Harry: 'Het grootste deel van de krakers (ik ook) was volgens mij ontzettend geschrokken en wilde totaal niets te maken hebben met wat er in Amsterdam was gebeurd. Velen van ons hebben daar ook openlijk hun afschuw over uitgesproken.'

Telefonade

Een ander steunpunt van de beweging was de 'telefonade', een geheim telefoonsysteem. Als er een actie gepland was, werd gepost bij alle grote panden. In ieder pand was telkens iemand wakker die bij de telefoon zat. Else: 'Het politiebureau was toen nog in de binnenstad en vanaf de zesde verdieping van de Carolusflat kon je zo op de parkeerplaats ervan neerkijken of er beweging was. Zo ja, dan werd dat meteen doorgegeven en dan vielen de dominostenen. Iedereen wist: nu moeten we er allemaal op af. Nou ja... sommigen sliepen gewoon door', lacht ze. 'Maar zo kon je in korte tijd met veel mensen opdraven.'

Eenheid en diversiteit van ‘de beweging’

Studenten waren de drijvende kracht van de Bossche protestbeweging. Tussen al die studenten heeft het nooit echt geboterd, vertelt Harry. ‘Maar we hadden geen keuze, je moest samenwerken.’ Else benoemt de diversiteit binnen de beweging: ‘Ik denk dat je in een beweging nooit allemaal hetzelfde bent en dat verander je niet. Het heeft ook goede gevolgen gehad’, zegt ze, 'want zo ontstond er naast de kraakbeweging ook een antimilitaristische beweging (ze noemt de acties van Onkruit) en een anti-kernenergiebeweging.' Deze moeten overigens niet al te sterk van elkaar worden onderscheiden: ze vormden heel duidelijk één beweging.

Voor de meeste krakers was wonen en werken de hoofzaak. Heel primair. Sommige acties en actievoerders stonden hier eerder haaks op. Als voorbeeld noemt Harry de 'bevrijding' door de mensen van Onkruit van Piet, een totaalweigeraar die in het huis van bewaring in de Sint Jorisstraat gevangen zat. 'Wij als buren, bewoners van klooster Sint Jan Baptist, wisten van niets. We werden gewoon door Onkruit overvallen en er was zelfs behoorlijk veel schade in ons gebouw en aan onze spullen. De agenten van de gevangenis en de marechaussee kwamen ons de volgende dag persoonlijk "mededelen" dat als wij zoiets nog eens zouden toestaan, de mensen die dat mochten proberen gewoon met scherp van het dak zouden worden geschoten, want dat recht hadden ze en ons pand zou zonder pardon door middel van een gerechtelijk dwangbevel ad hoc worden ontruimd. Dit was geen loos dreigement. Van Onkruit hebben wij niets meer vernomen. Zo zijn er meerdere voorbeelden van een behoorlijke kloof tussen de beroepsactievoerders en de meeste gewone krakers.'

'Het was voor mij een hechte wereld'

Else vervolgt over de cultuurverschillen tussen de verschillende studentengroepen. Zelf zat ze op de Sociale Academie en daar werd gediscussieerd over ideologieën, de maatschappij, het onrecht en hoe ze dat konden oplossen, en hoe zij zich konden organiseren. Als voorbeeld noemt ze het Claraklooster in de Clarastraat, een gebouwencomplex waar de cultuur van de studenten Kunstacademie en HAS heel sterk was. In De Paap zaten verhoudingsgewijs veel meer studenten van de Sociale Academie. In het Baptistklooster zaten studenten van de Sociale Aademie en Kunstacademie, 'maar dat ging dus niet samen', lacht Harry, die er zelf woonde. 'Daar had je twee kampen. En wij vonden die studenten van de Sociale Academie zeer asociaal wat het gebeuren binnenshuis betreft. Ze waren sterk gericht op actievoeren. Maar als er onderling praktische zaken moesten worden geregeld dan waren ze er niet.' Else vult aan: 'Laat ik het zo zeggen, je moet ook een hamer kunnen vasthouden en er niet alleen over kunnen praten.' Er wordt een strenge winter in herinnering geroepen, toen het bijna twee maanden lang vroor. 'Dat was heel extreem', zegt Harry. Er was geen water, geen stroom, geen verwarming. De bewoners hadden een oud kolenkacheltje, maar zaten daar met veel mensen en dat tegen de 10 graden binnenshuis. Studenten van de Kunstacademie en HAS hadden gelukkig praktische oplossingen om te kunnen overleven.

Harry: 'in de Baptist was het leven zwaar, veel toestanden, drugs, verkeerde mensen die infiltreerden. Kortom: we hadden onze handen vol om het enigszins leefbaar te houden.' Ondertussen werkte hij hard op de kunstacademie en, als het moest, in diverse fabrieken. Hij had geen studiebeurs. In de Baptist waren ze druk bezig om er door middel van onderhandelingen met de gemeente iets van te maken voor de toekomst en zo concreet iets aan de woningnood te doen. 'Er zijn dankzij de krakers van de Baptist en die van het toenmalige Claraklooster 76 sociale huurwoningen toegevoegd aan het toenmalige bestand sociale huurwoningen in de stad. Om ons heen zagen we kaalslag, speculanten en huisjesmelkers die de boel bewust lieten verloederen om er zo heel veel geld aan te verdienen en van Den Bosch een afschuwelijk lelijke stad te maken. Wij wilden laten zien dat het ook anders kon. Dat trok mensen aan als Hein Bergé (overbuurman Clara) en die van Knillis en zo werd een bredere politieke basis gecreëerd. Anders krijg je niks voor elkaar. Op de Paap deden ze dat bewust niet.

Bij de meeste kraakacties zijn wij betrokken geweest, besluit Else. 'Het hoorde gewoon bij je leven. Je studeert in deze stad, je gaat alleen maar naar de studentensozen van de academies en later ons eigen kraakkafee. En we zagen elkaar bij het inloopspreekuur bij het JAC. Daar ging je koffie drinken als je tijd had. En stage lopen, lacht ze. Het was ook een cultuurdingetje. Samen koken, samen eten. Het was voor mij een hechte wereld.' Het verklaart volgens haar ook de groei van de Kraakgroep Den Bosch naar een brede kraakbeweging, waar ook de ideeën van bijvoorbeeld antimilitaristen, milieuactivisten en feministen ingang vonden. 'Als ik het bekijk vanuit het nu: het was een lifestyle.'

Dit artikel is gebaseerd op een interview van de auteur met Else Embregts en Harry van Berlo (2021).

Reageren

Reageer hieronder en deel je herinneringen aan de protestbewegingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig. Ook zoekt het BHIC voor dit thema foto's en ander oud materiaal, om op de site te plaatsen.

Deel verhalen en foto's

Boek over de Bossche beweging

Er wordt gewerkt aan een boek over de opstandige jaren 1975-1985 in Den Bosch. Makers zijn journalist Eric Alink en documentalist Gertjan van Beijnum, die beiden actief waren in de toenmalige beweging. Verder bestaat de redactie uit sociaal historicus Frans Van Gaal, vormgever Maarten Sterneberg en Rob Koolen. Heb je verhalen of beeldmateriaal uit die tijd? Stuur een berichtje aan denboschinbeweging@gmail.com. De makers nemen contact met je op. Je kunt je ook aanmelden als je te zijner tijd extra info over het boek wil.

Bekijk ook

Protest in Brabant

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.

Lees ook deze verhalen