skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

De Ravensteinse Zedenaffaire

Roxanne Lokin
Roxanne Lokin Bhic
vertelde op 20 oktober 2022
bijgewerkt op 8 december 2023
Hoewel hij volgens de rechtbank 'niet ongunstig' bekendstaat in de gemeente, noemt de gemeenteveldwachter hem toch 'de schrik van de jeugd': Engelbertus Wilhelmus van Schaijk, ook wel bekend als Willem. Een 63-jarige man uit Ravenstein, die in 1939 het middelpunt van een netwerk van zo’n dertig homoseksuele mannen blijkt te zijn. Men spreekt van 'de Ravensteinse zedenaffaire'. Maar daar blijft het niet bij.

Homoseksualiteit werd vroeger gezien als een doodzonde. Als je homoseksueel was, dan sprak je daar niet over: deed je dat namelijk wel, kreeg je te maken met sociale uitsluiting en hevige discriminatie. Hierdoor is homoseksualiteit dan ook zeer moeilijk te vinden in de meeste archieven.

In de archieven van de arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch duiken rondom artikel 248bis Wetboek van Strafrecht nog wel eens interessante rechtszaken op. Dit in 1911 ingevoerde artikel maakte homoseksuele contacten tussen volwassenen en minderjarigen onder de 21 jaar strafbaar, met de hoop daarmee de verspreiding van homoseksualiteit te verminderen of, liever nog, te stoppen. De minimumleeftijd voor heteroseksuele contacten was en bleef echter 16 jaar. Homoseksuelen werden dus echt anders behandeld (zie voor de details dit artikel). Artikel 248bis maakte het makkelijk voor de politie om contact tussen volwassen homoseksuelen te verbieden, omdat dit zou kunnen leiden tot strafbare verleiding van jongeren onder de 21. Daarbij kwam dat het maatschappelijk taboe op homoseksualiteit met dit artikel nog groter werd.

strafvonnis archieftoegang 523 rolnummer 7424
Beeld uit archieftoegang 523, rolnummer 7424

In de zomer van 1939 worden in Ravenstein twee verdachten opgepakt: de voorgenoemde Engelbertus Wilhelmus van Schaijk, en de 19-jarige Albertus van den Heuvel. Dit gebeurde naar aanleiding van een niet gerelateerde zaak: bij het ondervragen van een verdachte in een zaak aangaande rijwielbelasting bekent een jongen dat hij ‘ontucht had gepleegd’ met van den Heuvel. Toen Van den Heuvel erbij werd gehaald, bekende hij met een hele reeks jongens ontucht te hebben gepleegd. Ook vertelt hij: 'Dat ik zoo ben geworden is meerendeels de schulde van den mij bekenden […] Van Schaijk, de man die mij feitelijk op het pad des verderfs heeft geholpen.' Door deze bekentenis wordt ook Van Schaijk opgepakt en ondervraagd.

Van Schaijk en Van den Heuvel blijken elkaar goed te kennen; van Schaijk bekent van 1936 tot 1938 'vele malen' ontucht met de 19-jarige te hebben gepleegd. Uit de vele getuigenissen tegen van Schaijk maakt de gemeenteveldwachter op dat zo’n 30 à 35 personen bij deze affaire betrokken waren, bijna allen jonger dan 21, sommigen jonger dan 16. Van Schaijk wordt veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf.

In de zaak tegen Van Schaijk werd Van den Heuvel gezien als slachtoffer, maar ook hij komt er niet ongestraft vanaf: hoewel hij in 1939 pas 19 is, en dus volgens artikel 248bis eigenlijk niet strafbaar, wordt hij toch vervolgd met artikel 247, wat gaat over misbruik van kinderen onder de 16 jaar. Eén van de slachtoffers van Van den Heuvel was nog maar 15 jaar oud. Uit vrees voor herhaling van het misdrijf wordt Van den Heuvel veroordeeld tot acht maanden in de gevangenis. Hij gaat hiertegen in hoger beroep, maar wat hieruit komt, is niet duidelijk.

Maasdijk met in de verte de bebouwing van Ravenstein, 1942.

Veelovertreder

De veldwachter heeft weer even rust, maar in 1943 zit Van Schaijk weer in de rechtbank, ditmaal voor overtreding van artikel 248bis. Bij dit dossier zit ook een psychologisch onderzoek ingevoegd. Van Schaijk zelf zegt als jongen al 'bedorven te zijn door een advocaat'. Dit sluit aan bij bekentenissen uit eerdere zaken: iedere man die van homoseksualiteit wordt beschuldigd lijkt wel iemand te kunnen noemen die hen heeft verleid. Toen Van Schaijk in 1940 uit de gevangenis kwam, verviel hij al snel weer in oude patronen. Zelf herhaalt hij ongevraagd dat hij 'er thans schoon af is', en dat niemand hem nu meer 'tot die neiging zou kunnen overhalen', maar dit lijkt niemand in de rechtbank serieus te nemen.

Het psychologisch rapport is niet bijster lovend: 'Verdachte is een zeer weinig ontwikkelde, ietwat domme man, doch hij is niet krankzinnig.' Het feit dat hij niet krankzinnig is maakt hem aansprakelijk, en dus strafbaar. Vandaag de dag weten we dat homoseksualiteit geen keuze is, en dus niet ‘eruit gestraft’ kan worden, maar dat was in 1943 absoluut geen aanvaard of zelfs maar bekend idee.

De rechtbank oordeelt: 'Hij hoort tot de groote groep der homosexueelen.' Omdat herhaling van de misdrijven zeer wordt gevreesd, krijgt Van Schaijk niet alleen een jaar gevangenisstraf, maar wordt hij ook ter beschikking van de regering gesteld – wat nu tbs is.

Daarmee is met een tweetal rechtszaken een pion van het schaakbord verwijderd – maar het spel ging zeer waarschijnlijk door. Het was heel gebruikelijk om via homoseksuele vrienden of kennissen andere homoseksuelen te leren kennen, maar dat gebeurde allemaal stiekem. De veldwachter moest het hebben van een onverwachte bekentenis.

(On)zichtbaarheid

Deze zaak laat zien waarom het zo moeilijk is homoseksuele zaken te vinden in de archieven: als mensen toegaven er ook maar iets mee te maken te hebben, volgde er al gauw straf. Omdat deze strafvonnissen een van de weinige bronnen zijn die we hebben uit deze tijd, krijgen we ook een zeer eenzijdig beeld: homoseksualiteit als zonde, soms zelfs als mentale afwijking. Andere bronnen, vooral door mensen uit de LHBTIQ+ gemeenschap zelf, zijn heel moeilijk te vinden.

Hoe het met Albertus van den Heuvel is afgelopen blijft in onze archieven onduidelijk – hij komt in geen andere strafvonnissen meer voor. Heb jij meer informatie? Reageer dan hieronder of stuur je aanvullingen naar info@bhic.nl, dan voegen wij deze hier toe.

 Bronnen
  • BHIC, archieftoegang 523, rolnummer 7424
  • BHIC, archieftoegang 523, rolnummer 7425
  • BHIC, archieftoegang 810, rolnummer 338

Bekijk ook

Queer Brabant

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!