skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

‘Van wie bende gè der inne?’ Hoe ons opa - Jan van de Laar- aan zijn bijnaam kwam

Wanneer zal het de eerste keer geweest zijn, dat ik mijn opa, die ik nooit heb gekend, Jan van Martendane hoorde noemen? En wanneer begon het me op te vallen dat ze mijn broer – die kennelijk méér ‘n Van de Laar-hoofd heeft dan ik – steeds weer unnen échte Jan van Martendane noemden? Zelfs ons vader, die nog wel eens met een smeuïg verhaal over zijn jeugd op de proppen kwam, kon me niet vertellen waarom de mensen zijn vader zo noemden.


Foto van rond 1900: opa - pontificaal in het midden met zwarte kraagje- zal hier zo’n 40 jaar oud zijn

Zo’n bijnaam had op het dorp vaak met een beroep of een voorouder te maken of het was gewoon een scheldnaam, die er vaak niet om loog. Bij namen als Jan Lieg, of Jan Wip heb je niet veel uitleg nodig.

Toen ik me ging verdiepen in de geschiedenis van mijn opa, vroeg ik me dan ook al gauw af, waar zijn bijnaam vandaan kwam. Die is kennelijk uit de namen Martinus en Daniël samengesteld, maar Martinus komt in onze voorfamilie weinig voor en Daniël al helemaal niet. Het bleef een raadsel.

Zeven koters

Toen zijn vader stierf, was opa Jan nog geen twee jaar oud. Wat moest er van hem worden? Zijn moeder bleef achter met zeven koters, de oudste zeven jaar, Jan nét één en ze was zwanger van de jongste. Een jaar na de dood van haar man stierf een van haar andere zoontjes, die wel de naam Martinus droeg... We weten niet hoe ze het in godsnaam in haar eentje de eerste jaren gered heeft. Misschien moeten we de boeken van het plaatselijke armbestuur er nog eens op nakijken.

Mijn opa Jan is in 1859 in Zijtaart geboren en is in 1927 in Sint-Oedenrode gestorven. Zijn vader – mijn overgrootvader – was landbouwer en daarbij ook klompenmaker, zoals velen in Rooij en omstreken. Deze Gijsbertus, laten we hem Bert noemen, is in 1826 geboren in Sint-Oedenrode, trouwt daar in 1853 en verhuist in september 1856 met zijn vrouw Johanna en drie koters naar de buurtschap Sondveld onder Zijtaart (gemeente Veghel), en nét buiten Rooij. Daar zal toen wel een huisje vrijgekomen zijn, dat ze zich konden veroorloven.

Bert sterft al in 1860, hij is dan nog maar vierendertig. Zijn vrouw Johanna van Rijsingen is pas eenendertig, wanneer ze alleen komt te staan. Pas dik negen jaar later komen we haar weer tegen in het bevolkingsregister van Rooij: ze is dan net weer bij haar vader en moeder ingetrokken, die boeren ergens in de Boskant.

Ze woont daar in met haar oudste zoon Willem van vijftien en de twee jongsten: opa Jan van tien en zijn zusje Dien, negen jaar oud. Waar de andere kinderen op dat moment zijn, is niet duidelijk: als je afgaat op hun leeftijd en het sociale vangnet van die dagen, zijn ze waarschijnlijk met zijn vieren bij andere familie in de kost.

Bijnaam

Mijn opa was in Sint-Oedenrode niet de enige Jan van de Laar. Ze noemden hem dus voor het gemak maar Jan van Martendane. Waarom nu juist deze bijnaam? Het antwoord is niet te vinden in de familie van vaders kant, maar in de familie van zijn moeder. Uit armoe was zij, zoals gezegd, weer bij haar ouders in de Boskant van Rooij gaan wonen. Kennelijk raakte ons opa, Jan van de Laar, die in de jaren zeventig van de negentiende eeuw in Rooij volwassen werd, gaandeweg bekend ‘als was hij er eentje van Van Rijsingen’, alsof hij echt bij het gezin van zijn moeders ouders hoorde. Op den duur zal hij ook niet beter hebben geweten: hij heeft zijn vader nooit gekend. Jans’ Boskantse opa, die het geteisterde gezin van z’n dochter opving, heette Martinus en zíjn vader heette Daniël van Rijsingen. Stond hij wellicht bekend als Mart van Dane?

Dus zó werd ons opa Jan er een van Martendane. Hij was en bleef uiteraard een Gijsbertuszoon, dat staat in ál zijn papieren. Maar daar wisten de Rooijenaren niks of nauwelijks iets van af, allicht door de te vroege dood van zijn vader, daar ergens achteraf in Sijtert.

Reacties (13)

Peter van Zoest zei op 29 april 2021 om 00:28
Je ziet soms wel meer ‘Rooij’, maar ‘t is toch echt ‘Rooi’. De uitspraak ‘Van wie bende gè der inne?’ is geweldig mooi Brabants. Niet aan plaats gebonden. Ik kom zelf uit Boxtel en daar zeggen ze dat ook (nog). Vroeger kwam ik ‘veul’ in Rooi, vandaar mijn interesse in dit bijzondere dorp.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 april 2021 om 09:36
Dank voor je reactie, Peter. Zou het ook niet allebei mogen, Rooi en Rooij? (ik heb geen idee hoor, ik ben geen kenner hierin). Maar de strekking van het verhaal Van wie bende gè der inne? is inderdaad van een soort universeel Brabants ;) Leuk dat je dat hier laat weten.
Willie Damen van de Mosselaer zei op 29 april 2021 om 13:31
Verhalen om van te genieten JanleovandeLaar en ook de foto's
Ik ben meer voor Rooi, ook Wim van Rooij schreef over Rooi.

Was jouw opa ook eigenaar van Slotje Emmaus?
In 1908 koopt Jan van de Laar (beter bekend als Jan van Marte Daane) het slotje.
Zie Heemschild afl. 3 - 1986 pag. 46-54 Tiny van Lieshout.
Gerrit Kouwenhoven zei op 29 april 2021 om 13:56
Mijn vader Peter Kouwenhoven was in zijn geboortedorp Oosterwijk bij Leerdam bekend als Peter Tussenbroek, de familienaam van zijn stiefgrootvader in wiens gezin hij opgroeide.
Willie Damen van de Mosselaer zei op 29 april 2021 om 15:22
Jaren geleden vroeg iemand aan mij: 'Ben dè gei nie Willie van Miete van Tante Mina en Ome Pietje uit Schijndel?'
Willie ben ik de kleindochter.
Miete is mijn moeder.
Tante Mina is mijn opoe.
Ome Piet is mijn opa
Peter van Zoest zei op 30 april 2021 om 10:56
@Marilou Over 'Rooij' of 'Rooi': de 'Mooi Rooi-kant' laat er geen misverstand over bestaan: 'Rooi'. https://www.mooirooi.nl/
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 30 april 2021 om 13:33
Oké, vooralsnog de meeste stemmen voor Rooi, Peter ;) En ik moest erg lachen om 'Ben dè gei nie Willie van Miete van Tante Mina en Ome Pietje uit Schijndel?', Willie. Diegene was dan trouwens wel goed op hoogte!
Peter van Zoest zei op 30 april 2021 om 13:46
@Marilou Moet zijn: 'Roois Kultuur Kontakt'. In de hedendaagse spelling zou het 'Roois Cultuur Contact' zijn, maar ze doen 't ekspres 'fout'.
Willie Damen van de Mosselaer zei op 30 april 2021 om 15:59
Beste Jan Leo,
Weet jij ook waar de foto is gemaakt. ?
Jan van de Laar zei op 7 april 2022 om 22:03
Hahaha, ik kom zelf ook uit Boxtel! Van wie bende gè der inne, ja die ken ik nog wel!
Janleo van de Laar zei op 10 maart 2023 om 13:10
Mijn excuses voor dit schandalig late antwoord, gezien de datums van jullie reacties.. Ik heb nooit naar reacties gekeken, zit niet op sociale media, dus die gewoonte zit er bij mij niet in. Het pleit wel voor de Rooienaren (jaja, zonder j), dat ze de schrijfwijze van de naam van het dorp zó hoog opnemen. Ook over het al dan niet voluit schrijven van de officiële naam is al lang geleden iets te doen geweest. Op 13 december 1949 schreven Burgemeester en Wethouders aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant -in reactie op een voorstel van GS- dat zij het beslist niet nodig vonden om ‘St.’ in ‘Sint-‘ te veranderen. Vele jaren later stond de pet van B&W -zoals we nu weten- precies andersom en is het toch voluit ‘Sint- met-streepje’ geworden.
En Willie Damen, op jouw vraag had ik in april 2021 al geen antwoord gehad en nu ik een tijdlijn van mijn opa heb bijeengesprokkeld, heb ik ook nu alleen maar een vermoeden. Mijn opa woonde inderdaad vanaf 1908, zoals jij ook gevonden hebt, op Slotje Emmaus, mijn vader Bernard en zijn broer en zus zijn daar ook geboren. Vóór die tijd -in de tijd van de foto- woonde opa in Nijnsel met zijn moeder op de Antoniahoeve. Ik weet uit een verhaal van ons vader, dat opa ooit een borrel ging halen en wat later op de avond slapend in een droge sloot gevonden werd. Die borrel (teveel) zal misschien geschonken zijn door een verre neef van hem, Lindert van de Laar, die op de driesprong het café Het Tramstation, later Het Leeuwke, hield. Om een lang verhaal kort te maken: ik vermoed, dat de foto vóór dàt café is gemaakt. Geen sterk bewijs, ik geef het toe en de foto klopt ook niet. Vóór De Driesprong dan? Maar daar ken ik geen foto van de zijkant van. Dank voor jullie reacties!
Michel van de Laar zei op 21 maart 2023 om 21:22
JanLeo van de Laar, leuk verhaal.
Zal eens kijken naar foto's van Het Leeuwke.

Nu we het hier over bijnamen hebben, onze familie (uit Nijnsel) stamt af van ene Willem die in 1696 de naar Van de Laar aanneemt omdat hij schepen van Sint-Oedenrode word. Daarvoor werd de. Van Mensvoort of Vermeltvoort gebruikt.
Overigens ben ik een nazaat van Lindert van het Leeuwke (Lindert - Casper - Leo - ik).

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.